Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Technisch College (TeC) Amsterdam | Afdrukken |  E-mail

Het hiernavolgende commentaar is gebaseerd op een artikel uit het Algemeen Dagblad en een mededeling van mr. Bram Moszkowicz in het programma Pauw & Witteman.

Op het Technisch College (TeC) in Amsterdam was een leerling tussentijds geplaatst in een reeds bestaande klas. Hij werd door vier klasgenoten gepest. Wat hij onderging werd niet duidelijk, wel dat sigaretten op zijn wang waren uitgedrukt.
De jongen heeft het feit dat hij werd gepest, niet alleen niet aan zijn ouders verteld, maar ook niet aan iemand binnen school.
Op een dag krijgt hij via zijn gsm de boodschap dat, als hij de school verlaat, hij weer gepakt zal worden. Op dit bericht verlaat hij de school niet, maar blijft hij in de kantine zitten. Als hij echter na een uur via zijn gsm te horen krijgt dat hij de school veilig kan verlaten, gaat hij naar buiten. Buiten het hek van de school ziet hij echter dat zijn vier belagers hem op staan te wachten.
In plaats van direct naar school terug te rennen en hulp te zoeken bij docent, vertrouwenspersoon, conciërge of directeur, haalt hij een mes uit zijn zak; steekt hij, met zijn handen of zijn jas voor zijn ogen, in het wilde weg op zijn belagers in en raakt hierbij toevallig een slagader van een van hen. Deze jongen overlijdt aan de verwonding. De dader krijgt een straf van elf maanden.
In het vonnis stelt de rechter dat de jongen zijn ouders had moeten/kunnen informeren over de pestsituatie en, als hij het niet aan zijn ouders had durven vertellen, hij het in ieder geval aan zijn mentor had kunnen/moeten vertellen. Of het bezit van het mes in het vonnis een rol heeft gespeeld weet ik niet. Het zou kunnen.

Commentaar

De jongen werd geplaatst in een reeds bestaande groep. Onderzoek van ongeveer dertig jaar geleden had echter aangetoond dat instromers in reeds bestaande groepen geen geliefde leerlingen zijn en dat, als in een groep wordt gepest, de instromer of nieuwkomer een grote kans loopt het nieuwe slachtoffer te worden. Zo ook deze jongen.
Sinds 1990 wordt daarnaast aan scholen geadviseerd leerlingen van groepen 4-8 van het basis- en klassen 1-3 van het voortgezet onderwijs met elkaar regels te laten maken over pesten/geweld (nummer 100 voor het basisonderwijs en nummer 200 voor het voortgezet onderwijs). Een van deze regels is dat leerlingen met elkaar afspreken dat ze elkaar niet zullen pesten.
Om een einde te maken aan 'de samenzwering om te zwijgen', ook wel het klokkenluidersprobleem genoemd, is het tweede advies in dit verband om in de regels, die de leerlingen met elkaar maken, op te nemen dat niemand mag klikken, maar dat, als de regels die de leerlingen met elkaar hebben gemaakt worden overtreden, iedereen het recht en de plicht heeft dit aan elkaar, de ouders en de docent te melden en dat dit geen klikken wordt genoemd.
Wanneer derhalve een school voor voortgezet onderwijs een goed beleid heeft, introduceert de mentor de nieuwkomer in de groep; deelt mee dat de groep een aantal omgangsregels, waaronder een regel dat er niet wordt gepest, met elkaar heeft gemaakt, in welke regels ook de regel door de school is opgenomen dat niemand mag klikken, maar dat, als de regels worden overtreden, iedereen het recht en de plicht heeft het aan elkaar, ouders en mentor te vertellen en dat dit geen klikken wordt genoemd, waarna de mentor aan de instroomleerling een kopie overhandigt van de door de leerlingen met elkaar gemaakte regels en ook de ouders van de instromer informeert over (het waarom van) deze regels.

Had het TeC een dergelijk beleid gehad, dan had de instromer geweten waar hij aan toe was toen hij werd gepest.
Als hij, ondanks het feit dat hij op de hoogte was gesteld van deze informatie, zijn pester had vermoord, dan had hij wat mij betreft twintig jaar mogen krijgen. Als het TeC geen dergelijk beleid had gehad, dan was de school een black board jungle geweest waar het recht van de sterkste gold en moet er in dit geval worden gesproken van noodweer.

Mr. Bram Moszkowicz voerde in deze zaak terecht noodweer aan. De rechter oordeelde anders. Ze veroordeelde de jongen tot elf maanden jeugddetentie. Haar eerste argument hiervoor was dat de jongen het aan zijn ouders had kunnen/moeten vertellen. En, als hij dat niet had gedurfd, hij in ieder geval de mentor ervan op de hoogte had moeten/kunnen stellen.

De problemen bij deze argumenten zijn als volgt. In het schooljaar 1991/1992 voerde dr. Ton Mooij, alssenior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen/Radboud Universiteit Nijmegen, onderzoek uit naar pesten en gepest worden (1). Drie resultaten uit dit onderzoek zijn in deze zaak, voortgezet onderwijs, van belang:
- 90% van de leerlingen vertelt niet aan de ouders dat ze worden gepest;
- 97% van de leerlingen vertelt het niet aan de mentor;
- 98% van de onderzochte leerlingen geeft aan dat ze, als ze het al zouden vertellen aan de mentor, verwachtten dat de mentor er toch niets aan zou doen. 
Alhoewel de resultaten uit 1992 stammen, zullen ze, door het gebrek aan eenduidig beleid in Nederland, nu niet veel anders zijn.
Was de rechter op de hoogte geweest van deze resultaten, dan had ze de jongen moeten vrijspreken vanwege noodweer (excess) en hadden de ouders van de jongen de school verantwoordelijk kunnen stellen vanwege gebrek aan beleid.

Advies

Het advies luidt: Scholen, maak beleid (nummer 036: beleidsplan aanpak van pesten basisonderwijs; nummer 037: beleidsplan aanpak van pesten voortgezet onderwijs) en voer dit consequent en zonder aanziens des persoons uit.

Ontwikkeling
Deze school, een parel van het Amsterdamse onderwijs, besaat niet meer. een van de mogelijke oorzaken is: de slechte naam die de school van af dat moment kreeg en ouders hun iknderen niet meer naar deze school stuurden.  

1 Mooij, T. (1992). Pesten in het onderwijs. Nijmegen: ITS/Radboud Universiteit.

 
© 2017 Bob van der Meer