Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Ange M | Afdrukken |  E-mail

Ange stak in Zoetermeer een van zijn 'vrienden' met een mes. Zijn slachtoffer verloor drie liter bloed, maar niet het leven. Ange werd geplaatst in Teylingereind, een gevangenis in Leiden.
Zijn advocaat belde mij daarna op met de vraag of ik met Ange zou willen praten. In de verhoren had hij namelijk meermalen aangegeven dat hij was gepest. Niemand had echter doorgevraagd.

Ter voorbereiding van het gesprek stelde ik een aantal vragen op: wie pestten jou; hoe vaak gebeurde het; waar vond het pesten plaats; wat deden ze met je; waarom heb je het niet besproken met je ouders, je mentor of anderen, zoals je jeugdhonkwerker; wat waren hun adviezen; waarom heb je hun adviezen wel/niet opgevolgd en waarom ben je met je pesters om blijven gaan?

Ange werd ongeveer anderhalf jaar door een groep van vijf leeftijdgenoten gepest, niet tijdens de partijtjes voetbal die ze speelden, maar altijd na afloop van deze wedstrijden op straat en bij het jeugdhonk. Ze schopten en bespuugden hem dan; sloegen hem met harde stokken of met zachte takken; ze hielden ze hem vast, deden zijn jas over zijn hoofd en sloegen en schopten dan tegen zijn hoofd; duwden hem op de grond, hielden hem vast en schoten vervolgens met een bal tegen zijn hoofd; scholden hem en zijn familie uit en noemden hem een kankerflikker, sukkel en homo; ook bogen ze zijn arm om, hielden hem ook nu weer vast, waarop anderen hem gingen slaan.

Ange had aan zijn moeder verteld dat hij werd gepest. Zij sprak de moeder van de hoofddader hierover aan. Het stopte even, waarna het weer verder ging. Ook aan zijn jeugdhonkwerker vertelde hij dat hij werd gepest. Ook hij ging een gesprek met de pesters aan. Ook nu weer stopte het even. Zowel de moeder als jeugdhonkwerker hadden de mededeling dat hij werd gepest echter serieus moeten nemen en de vraag moeten stellen waar dat uit bestond. Op grond van zijn antwoord zou de enige oplossing zijn geweest: een aanklacht wegens mishandeling bij de politie indienen en het voorval aan Ange's school melden.

Ange wist perfect wat pesten inhield. In mijn gesprek met hem in Teylingereind gebruikte hij namelijk de volgende zin: "Ik wilde niet dat hetzelfde als in dat boek zou gebeuren". Op mijn vraag of hij de zelfdoding van de gepeste jongen in het boek van Carrie Slee, getiteld 'Spijt' bedoelde, gaf hij aan dat hij dit boek in het basisonderwijs had gelezen en vertelde hij dat hij door met twee messen te dreigen wilde laten zien dat hij van het pesten genoeg had. Toen een van zijn pesters hem uitdaagde te steken en net deed alsof hij Ange wilde aanvallen, stak deze hem neer met bovengenoemd gevolg.

Commentaar

Het is jammer dat moeder en jeugdhonkwerker Ange's opmerking dat hij werd gepest niet serieus hebben genomen. Scholen zouden ouders veel meer dan tot nu toe het geval is geweest op de hoogte moeten stellen van pesten/geweld en de gevolgen ervan. Ook zouden ze hun leerlingen duidelijk moeten maken dat ze, wanneer ze buiten school worden gepest, geïntimideerd of geslagen, ook dán het recht en de plicht hebben het aan de school te vertellen; dat ook dit geen klikken wordt genoemd en dat de school, op mededelingen als deze, adequate maatregelen neemt. Daarnaast zou het onderwerp in opleidingen tot jeugdhonkmedewerkers en in de professionalisering van rechters moeten worden opgenomen.

Pesten, opgevat als structureel lichamelijk, geestelijk of seksueel  geweld tussen leerlingen, is naar mijn opvatting de start van ook andere vormen van geweld. En, aangezien notoire pesters, volgens Dan Olweus, hoogleraar Psychologie in Noorwegen, een vier keer zo grote kans dan andere kinderen hebben om in het criminele circuit terecht te komen (1), is aandacht voor pesten en het, voor zoveel als mogelijk, voorkomen ervan, een goede manier van criminaliteitspreventie.
Overigens, aan de pesters in deze zaak, die allen reeds een omvangrijk strafblad hadden, werd door de rechter niets gedaan. Hetzelfde is het geval in de aanpak van pesters op school: zij blijven nog steeds buiten schot.

Advies

Pesters zouden in een zo vroeg mogelijk stadium gesignaleerd moeten worden (nummers 098 en 099), waarna aan hen - en eventueel hun ouders - hulp geboden dient te worden (nummer 059).

1 Olweus, D. (1987). Bully/victim problems among schoolchildren in Scandinavia. Oslo: Uniforsitetsforlaget (nummer 130).  

 
© 2017 Bob van der Meer