|
De vijfsporenaanpak van pesten Drs. B. van der Meer Expertisecentrum voor Veiligheid Inleiding Er bestaat enige onduidelijkheid over de term vijfsporenaanpak van pesten. Eén van de voorbeelden hiervan is te vinden in de folder die gemaakt is voor Klass, een film over pesten (1). In deze folder staat op pagina 6 het volgende: 'Een zaligmakende oplossing voor pestproblemen bestaat helaas niet. Wel bestaan er enkele oplossingsmodellen, namelijk de vijfsporenaanpak en de No Blame methode. De vijfsporenaanpak is gericht op de verschillende partijen die betrokken zijn bij pesten: het gepeste kind, de pester, de ouders, de klasgenoten en de leerkrachten. De verschillende aandachtspunten zijn: . De algemene verantwoordelijkheid van de school. . Steun bieden aan het kind dat gepest wordt. . Steun bieden aan het kind dat zelf pest. . De middengroep (de rest van de klas) betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem. . De ouders van het gepeste en het pestende kind steunen. Deze methode is bedacht door de Noor Olweus. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat dit één van de weinige effectieve manieren is om pesten aan te pakken, vooral door het effect op de lange termijn. Uitgebreide informatie vind je op http://www.pestweb.nl'. Tot zover het citaat. Aangezien op de persconferentie in 2008 over de PRIMA-methode van het NIGZ (Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) en in de artikelen daarna Olweus eveneens werd genoemd als de vader van de vijfsporenaanpak van pesten, wordt het tijd om aan de door het NIGZ en het APS, als beheerder van www.pestweb.nl, veroorzaakte onduidelijkheid een einde te maken. Commentaar Zowel de term vijfsporenaanpak als de vijfsporenaanpak zelf zijn niet van de hand van Dan Olweus, maar bedacht en uitgewerkt door mij. Om dit aan te tonen worden hieronder slechts de boeken, de artikelen en de vindplaatsen genoemd die allen duidelijk maken dat ik ze bedacht en uitgewerkt heb. Een volledig uitgewerkt overzicht met de teksten is opvraagbaar bij
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
. Op de website www.bobvandermeer.info is ook mijn eindoordeel over de totaal onsuccesvolle PRIMA-methode te vinden. Werkwijze De werkwijze is als volgt. Eerst wordt de bron (boek of artikel) genoemd en daarna de vindplaats. Bron 1 Meer, B. van der, e.a. (1990) Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik Schiedam: Segers ISBN 978 90 70188 597 Vindplaats Noot 13, pp. 56-57. Bron 2 Meer, B. van der (1993) Machtsmisbruik op school Schiedam: Segers ISBN 978 90 70188 651 Vindplaats Pagina 15. Bron 3 Meer, B. van der (1993) Machtsmisbruik op school Schiedam: Segers ISBN 978 90 70188 651 Vindplaats Noot 3, pp 39-40. Bron 4 Meer, B. van der (1991) Het zondebokfenomeen op school In: A.M.L. Collot d'Escury-Koenigs, T.J. Engelen-Snaterse & L. Tijhuis (Red.). Gelukkig op school? Emotionele stoornissen en het functioneren op school, pp 107-122 Vindplaats Pagina 112. Bron 5 Meer, B. van der (1991) Het zondebokfenomeen op school In: A.M.L. Collot d'Escury-Koenigs, T.J. Engelen-Snaterse & L. Tijhuis (Red.). Gelukkig op school? Emotionele stoornissen en het functioneren op school, pp 107-122 Vindplaats Pagina 120. Bron 6 Meer, B. van der (1991) Pesten op school Tijdschrift voor Orthopedagogiek, pp 337-347 Houten: Bohn, Stafleu & Van Loghum Vindplaats Pagina 340. Bron 7 Meer, B. van der (1991) Pesten op school Tijdschrift voor Orthopedagogiek, pp 337-347 Houten: Bohn, Stafleu & Van Loghum Vindplaats Pagina 346. Bron 8 Meer, Ingrid M. van der (1991) Regulation of flavonoid gene expression in petunia hybrida: CIS-acting elements and transacting factors Academisch proefschrift Enschede: Drukkerij Febo Vindplaats Stelling 7 'Het vijfsporenbeleid ter bestrijding van het 'zondebokfenomeen' op school is tevens een goede manier van criminaliteitspreventie'. Bron 9 Verijken, P. & M. Vos (1991) Het viersporenbeleid als aanpak bij pesten Tijdschrift voor Leerlingbegeleiding, jaargang 14, nummer 2, pp 16-19 Toelichting In dit artikel wordt mijn eerste boek De zondebok in de klas als een van de door hen gebruikte bronnen genoemd. Als tweede bron het boek Binken & Bangeriken, van Hertroys & Kersten. Als derde bron het boek Bang zijn voor andere kinderen, van Ringrose & Nijenhuis, welke laatste twee boeken ik ook bij bron 4 had genoemd. En brengen ze de door mij ontwikkelde vijfsporenaanpak terug naar een viersporenaanpak. Voor deze samenvoeging geven de auteurs geen argument; ook worden in hun artikel slechts drie sporen uitgewerkt: hulp aan pester en slachtoffer en hulp bieden aan de klas. In hun artikel beschrijven ze mijn zondeboktheorie; gebruiken ze de in De zondebok in de klas opgenomen theorie van omgang van mensen met elkaar van Allport en gaan ze uitgebreid in op een van mijn in De zondebok in de klas beschreven preventieve methode van aandacht voor groepsdynamische processen. Commentaar Iedereen staat het vrij om met het materiaal van anderen eigen producten te maken. Het probleem met de twee auteurs echter was drieledig. Ze namen aan lezingen van mij over pesten deel en namen datgene wat ik zei met behulp van een recorder op. Ze gaven aan de Volkskrant een interview waarin ze mijn aanpak perfect beschreven, maar op het eind zeiden niet te opteren voor een vijfsporen-, maar voor een viersporenaanpak. En toen na afloop van een studiedag, waarin zowel Peter Verijken als ik zowel in de ochtend als in de middag een workshop verzorgden over pesten, een kennis die in de ochtend mijn workshop en in de middag die van Peter Verijken had bijgewoond, op mij afkwam en me op de man af vroeg wie nu de uiteindelijke auteur was van beide workshops, immers plus minus 75% van de inhoud van beide workshops en zelfs van sommige grappen was, volgens haar, identiek; was voor mij (drie maal was ook hier voor mij scheepsrecht) de maat vol. Ik heb aan de organisatie Strip, waarin zij hun activiteiten op dit gebied hadden ondergebracht, een aangetekende brief gestuurd met de vraag op te houden met het stelen van mijn kennis. Het heeft gewerkt. Nadien heb ik niets meer van hen gehoord. Bron 10 Meer, B. van der (1991) Docenten zien het niet, de blinde vlek voor de zondebok Tijdschrift voor Leerlingbegeleiding, jaargang 14, nummer 2, pp 20-21 Alhoewel de opdracht van de TvL-redactie was om slechts kort op dit onderwerp en op de psychologische mechanismen bij pesten in te gaan, heb ik op het eind van het artikel toch een schematische weergave gegeven van de vijf partijen bij pesten en de drie psychologische mechanismen, welke weergave ik vanaf 1990 gebruik bij mijn lezingen en workshops over pesten, waarin ik standaard de vijfsporenaanpak uitleg. Bron 11 Smit, H.N. & Y. van Terheijden (1992) Pesten op school aangepakt: overzicht van onderwijsleermateriaal en achtergrondinformatie Utrecht: Landelijk Centrum GVO Vindplaats Pagina 7. 'De aanpak van pesten op school, zoals uitgewerkt door B. van der Meer, beheerst activiteiten gericht op zowel pestkoppen, zondebokken, de zwijgende meerderheid in de klas, de leerkracht als de ouders (B. van der Meer, De zondebok in de klas, 1988)'. Bron 12 Meer, B. van der (1992) School en peers; pesten op school Handboek Jeugdgezondheidszorg, G-161/G-167 Maarssen: Uitgeverij Bunge Vindplaats Pagina G-166/7. Bron 13 Olweus, D. (1992) Treiteren op school. Omgaan met pestkoppen en zondebokken in de klas Amersfoort: College Uitgevers ISBN 978 90 5256 078 1 Toelichting In dit boek passeren allerlei activiteiten om pesten te (doen) stoppen de revue, maar is niets te vinden over een structurele vijfsporenaanpak van het probleem. Ook wordt pesten niet ingekaderd binnen een verklaringsmodel van geweld; wordt geen melding gemaakt van noch oplossingen gezocht of gevonden voor de psychologische mechanismen die ook bij pesten opgeld doen en wordt ook geen aandacht besteed aan groepsdynamische processen. Interessant in dit verband is dat de oudervereniging Ouders en Coo in 1996 een symposium over pesten organiseerde, na afloop waarvan Dan Olweus mij bekritiseerde over het feit dat ik in mijn presentatie zijn bovenvermelde boekje niet had genoemd. Dan Olweus was dus een van de inleiders. Zijn bijdrage bestond uit het presenteren van een aantal onderzoeksresultaten, zoals gepubliceerd in zijn artikel uit 1987 (2). Ik was gevraagd informatie te geven over mijn aanpak. Hiervoor gebruikte ik de vijf partijen en drie psychologische mechanismen bij pesten en de concrete hulp aan de vijf partijen) en voorbeelden gaf van voor (groepen 1-3) of door leerlingen basis (groepen 4-8) en voortgezet onderwijs (klassen 1-3) gemaakte regels. Bron 14 Meer, B. van der (1993) Een vijfsporenaanpak van het zondebokfenomeen op school Nederlandse Vereniging voor Adolescentenzorg, pp 20-29 Vindplaats Pagina 22-26. Noten en literatuur 1 Raag, I. (2008). Klass, dvd over pesten op school. Bestelgegevens: Living Colour Entertainment BV, Frederiksplein 12, 1017 XM Amsterdam, 0205207666, www.livingcolour.nl. Contactpersoon: Alex ter Beek. 2 Olweus, D. (1987). Bully/victim problems among schoolchildren in Scandinavia. In J.P. Myklebust & R. Ommundsen (Eds.), Psychologprofesjonen mot ar 2000. Oslo: Universitetsforlaget. c Bob van der Meer Europees Expertisecentrum voor Veiligheid Hildebrandstraat 14, 5242 GE Rosmalen, 073-5217753/06-20406009,
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
(direct), www.bobvandermeer.info. Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de auteur voor andere doelen worden gebruikt dan waarvoor het bedoeld is.
|