|
Pilotprojecten Psychosociale Veiligheid Basisonderwijs Bob van der Meer | 1 | | | Plaats | : Utrecht, wijk Kanaleneiland | | Aantal scholen | : 4 | | Opdrachtgever | : Gemeente Utrecht, afdeling Onderwijs | | Jaar | : 1997-1998 | | Probleem | : Veiligheid in en om school |
Het project werd uitgevoerd binnen vier scholen in de wijk Kanaleneiland in Utrecht. Een samenvatting van alle binnen dit project op de vier scholen uitgevoerde activiteiten is opgenomen in paragraaf 3.1 van School en geweld, oorzaken en aanpak (Assen: Van Gorcum, 2000). Uit een groot aantal mogelijke activiteiten koos iedere school relevante schoolgebonden en/of schooloverstijgende problemen. De schooloverstijgende problemen waren: samenwerking met de politie, surveillance, gevaarlijke verkeers-punten en vandalisme; de afwezigheid van schoolmaatschappelijk werk en de afwezigheid van samenwerking van de kant van de geestelijke gezondheidszorg. En de schoolgebonden problemen waren: psychosociale veiligheid (aanpak van pesten, agressie, geweld en diefstal); de afwezigheid van beleid op het vlak van de psychosociale veiligheid en het handhaven van regels; het vergroten van de betrokkenheid van de leerkrachten; een schoolbrede aanpak; de inschakeling van leerkrachten, ouders en leerlingen bij de aanpak van problemen; gedragsproblemen van leerlingen en het pedagogisch klimaat binnen school. In het boek worden de onderscheiden projectactiviteiten binnen de vier scholen besproken. Na een jaar werd het project door het SAC, de toenmalige Utrechtse Onderwijsbegeleidingsdienst, overgenomen. | 2 | | | Plaats | : Ammerzoden | | Aantal scholen | : 1 | | Opdrachtgever | : Directie | | Jaar | : 1998-1999 | | Probleem | : Ongewenste omgangsvormen tussen teamleden |
Een samenvatting van de aanpak van dit probleem is opgenomen in paragraaf 3.2 van School en geweld, oorzaken en aanpak (Assen: Van Gorcum, 2000). In deze school vormden de ongewenste omgangsvormen tussen het personeel een groot probleem. In plaats van een workshop te houden over deze ongewenste omgangsvormen, werd gekozen voor het geven van informatie over pesten tussen leerlingen. Tot slot werd een enquête afgenomen over de ongewenste ongangsvormen tussen alle geledingen, waaronder het personeel. Na verwerking van de resultaten werd een tweede workshop georganiseerd. Hierin werden de resultaten van de enquête kenbaar gemaakt. Nadat de teamleden hiervan kennis hadden genomen en naar hun commentaar werden gevraagd, begon een leerkracht, die pas op deze school in dienst was. te huilen en vertelde ze dat ze de sfeer binnen het team verschrikkelijk vond; deelden twee leerkrachten die inmiddels 25 jaar in het onderwijs werkzaam waren mee dat ze niet begrepen waar hun collega het over had en zei een oudere leerkracht dat de sfeer binnen het team al jaren slecht was en dat ik niet moest denken dat ik daar iets aan zou kunnen veranderen. Twee oplossingen werden aangereikt. Het team zou deelnemen aan een cursus over professioneel met elkaar (leren) omgaan. Of ze zouden omgangsregels met elkaar maken; ze maandelijks tijdens een werkoverleg met elkaar bespreken en evalueren. Men koos uiteindelijk voor de tweede aanpak die succesvol bleek te zijn. De reden was dat niet elkaars gedragingen ter discussie werden gesteld, maar de met elkaar afgesproken regels. | 3 | | | Plaats | : Hilversum | | Aantal scholen | : 1 | | Opdrachtgever | : Bestuur | | Jaar | : 1998-1999 | | Probleem | : Ongewenste omgangsvormen tussen school en ouders |
De voorzitter van het bestuur nam contact met me op. Twee leerkrachten hadden inmiddels ontslag genomen en een derde overwoog het te doen. De oorzaak was dat de ouders veel over de leerkrachten roddelden en hen als ondergeschikten behandelden. De aanpak was als volgt. Ik vroeg de teamleden alle ongewenste omgangsvormen van de ouders ten opzichte van hen op te schrijven. Het resultaat was een lange lijst van slechte gedragingen. Omdat de ouders van de school nooit op ouderavonden verschenen, maar massaal wel, vergezeld van hun ouders, filmcamera's en fototoestellen, overdag kwamen opdagen als hun eigen kind iets ten uitvoer bracht, studeerde iedere leerkracht met zijn of haar eigen groep een toneelstuk, lied of gedicht over pesten in. Op de bewuste ochtend was het gymnastieklokaal afgeladen met verwachtingsvolle (groot)ouders. De directrice nam het woord, legde uit dat de school veiligheid zeer belangrijk vond en daarom veel aandacht besteedde aan pesten tussen leerlingen onderling, waarop iedere groep de ingestudeerde activiteit uitvoerde. Daarop kreeg ik het woord, vertelde dat de school wilde dat ook de leerkrachten zich veilig moesten weten, waarop ik de door de leerkrachten genoemde ongewenste omgangsvormen van de kant van de ouders voorlas. Tot slot nam de voorzitter van het bestuur het woord en deelde mee welke maatregelen het bestuur had genomen om dat probleem uit de wereld te helpen. | 4 | | | Plaats | : Rotterdam-Noord | | Aantal scholen | : 2 | | Jaar | : 2000-2001 | | Opdrachtgever | : Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving | | Probleem | : Ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen onderling |
De IB-er van deze twee scholen nam contact op naar aanleiding van toename van geweld tussen leerlingen, leerlingen en leerkrachten en tussen ouders en school. Omdat op dat moment Achmea subsidie wilde verlenen voor een project over een structurele aanpak van geweld tussen leerlingen op en buiten school, werden de twee scholen de twee pilotscholen voor dit project. Een samenvatting van de aanpak is vastgelegd in de brochure Normen en waarden, een concrete aanpak. Deze brochure kwam tot stand door middel van een waarderingssubsidie van de gemeente Rotterdam en is, als nummer 100, opgenomen op www.bobvandermeer.info. In 2006 besteedde de Volkskrant een artikel aan de werkwijze die door de Prinses Julianaschool nog steeds wordt gehanteerd. Op www.bobvandermeer.info geeft, onder het kopje Evaluatie, de directrice deze school, Satcha van Ampt, informatie over de effecten van de aanpak. | 5 | | | Plaats | : Amsterdam | | Aantal scholen | : 3 | | Opdrachtgever | : Wethouder van Onderwijs, Ahmed Aboutaleb | | Jaar | : 2005-2008, eerste jaar (on)veiligheid | | Probleem | : Buitensluiting van joodse leerlingen |
De aanleiding tot dit project, getiteld 'Normen en waarden in intercultureel perspectief', was het gegeven dat twee joodse meisjes vanwege hun joods zijn werden gepest. Hun moeder, medewerkster van PriceWaterhouseCoopers, vroeg en kreeg toestemming van PwC om met mij een projectplan op te stellen om aan buitensluiting een einde te maken. Het project duurde drie jaar. In het eerste jaar werd aandacht besteed aan de structurele aanpak van ongewenste omgangsvormen tussen de leerlingen onderling. Onder het kopje Aanbod treft men het zogenaamde elfstappenplan aan dat op deze scholen voor het eerst werd uitgevoerd. De directeur van een van de scholen binnen dit project verklaarde dat aandacht voor pesten op zijn school weinig zinvol was. De school paste namelijk de uit Scandinavië afkomstige methode toe waarbij leerlingen wekelijks gedurende tien minuten elkaars rug mochten masseren. Onderzoek had aangetoond dat deze activiteit pesten deed stoppen. Omdat ook deze school aan het project deelnam en het project de enquête naar (de mogelijke) ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende schoolgeledingen vereiste, werd ook op deze school bij de personeelsleden de enquête afgenomen. De inventarisatie leverde drie pagina's met pestsituaties op. Nadat de resultaten aan het managementteam ter lezing waren aangeboden, gaf de directeur aan dat hij zich vergist had: op zijn school werd veel gepest, en vroeg hij mij om aan het team te vertellen dat deze resultaten op elke school werden verkregen. Op het einde van het project mailde ik aan de drie scholen een conceptbeleidsplan met het verzoek er een schooleigen beleidsplan van te maken. Niet zo lang geleden echter belde de bewuste directeur me op met de vraag dit plan nog een keer te mailen. De school had de laatste tijd weer te maken gehad met een groot aantal pestproblemen en het bestuur, de MR en de oudervereniging hadden geëist dat er nu eens goed beleid op dit onderwerp moest komen. | 6 | | | Plaats | : Steden/dorpen rond de A-73 | | Aantal scholen | : 9 | | Opdrachtgever | : Stichting Invitare, voorheen Stichting A-73 | | Jaar | : Start 2005 | | Probleem | : Problemen tussen diverse schoolgeledingen |
Na een aantal incidentele activiteiten, zoals een workshop voor een team over pesten, een ouderavond over pesten, de aanpak van ongewenste omgangsvormen tussen ouders en school, hebben alle negen school onlangs in twee groepen de enquête naar ongewenste omgangsvormen tussen de zes schoolgeledingen ingevuld. De gegevens zijn intussen verwerkt, welke gegevens een goed inzicht geven in de grote mate van veiligheid binnen de scholen en in de eventuele aandachtspunten voor de verschillende scholen. Elke school bepaalt nu, samen met het bovenschools management, haar prioriteiten. Dit in samenhang met andere beleidsaspecten. 7 Plaats : Boxmeer Aantal scholen: 1 Opdrachtgever: Directeur Jaar : 2006 Nadat ik in de Openbare Bibliotheek van Boxmeer een lezing over pesten voor ouders en leerkrachten had gegeven, belde de directeur van De Bakelgeert mij op. Een van zijn leerkrachten had de lezing bijgewoond en hem gevraagd mij in te schakelen om het pestprobleem dat al vijf jaar speelde mee te helpen oplossen. Hij vertelde dat de school vijf jaar geleden te maken had gekregen met een aantal pestsituaties. Daarop haalde de school de OBD binnen, deed daarna een beroep op de expertise van het APS, middels de sociale vaardigheidstraining C&SCO, en op andere deskundigen. Geen enkele activiteit had geleid toi ook maar een zweem van een oplossing, terwijl er inmiddels al een klein vermogen was uitgegeven aan bovengenoemde activiteiten. Erger nog, het team ervoer slechts machteloosheid en school en ouders stonden nu op vijandige voet met elkaar. Daarnaast had een van de leidinggevenden van de school in verband met een van de pestsituaties, een klacht aan zijn broek gekregen die door de klachtencommissie KOMM ook nu weer verkeerd was aangepakt. Bij het team werd de enquête over ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende schoolgeledingen afgenomen, de resultaten werden verwerkt en met het team, samen met de oplossingen, besproken en uitgevoerd. Daarna werd een tweede studiedagdeel besteed aan een structurele aanpak van pesten en werd tot slot voor de ouders van de school een niet goed bezochte ouderavond georganiseerd. Het werkte toen en nu nog steeds. Reden van dit succes: een leerkracht die het proces binnen school op dit onderwerp krachtig stuurde en inmiddels veel ervaring heeft opgebouwd: Leny Kudiwa-Peeters. Onder de kopjes Evaluatie en Leny Kudiwa-Peeters is op www.bobvandermeer.info informatie over deze aanpak opgenomen. E2V2 Rosmalen 05-10-2009 Copyright Op de in deze projecten gehanteerde aanpak rust mijn copyright. Tevens heb ik de door mij ontwikkelde werkwijze als mijn onvervreembaar geestelijk eigendom vast laten leggen bij de Afdeling Registratie van de Belastingdienst in Den Bosch.
|