Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Mail 4 | Afdrukken |  E-mail

Ik ben Hans, 29 jaar en  verkoper.
Helaas ben ik een ervaringsdeskundige van hoe het onderwijs iemand kapot kan maken
Ik was een jongen waarmee mijn ouders en andere mensen nauwelijks tot geen contact konden krijgen. Door mijn teruggetrokken en opvallende gedrag  werd ik uiteraard veel gepest en hadden veel scholen de grootste moeite om mij de benodigde vaardigheden en lesstof aan te leren. Dat was te moeilijk binnen het normale onderwijs, dus werd ik terecht op het LOM geplaatst.
Daar aangekomen merkte ik een wereld van verschil met het reguliere onderwijs. Ik werd door mijn leraren in mijn waarde gelaten en er was tijd voor persoonlijke aandacht.
Zoals bij andere kinderen is de overstap naar het voortgezet onderwijs een grote stap, dus ook voor mij. Men besloot mij op een vervolgtraject te plaatsen voor het speciaal onderwijs. Ik ging samen met enkele klasgenoten naar dezelfde school voor speciaal voortgezet onderwijs en waande mezelf veilig.
Er werden, zoals je kan verwachten van deze scholen, vrij snel grappen uitgehaald: het weghalen en leeggooien van boekentassen, jassen op een andere kapstok hangen en ook pesten was op deze school nadrukkelijk aanwezig. Ik werd hier geconfronteerd met zaken die pesten te boven gingen. Het plein was vaak het toneel van vechtpartijen die zoniet met vuisten dan wel met wapens werden opgelost, de leerlingen zaten elkaar achterna met messen, stoeptegels of ander losliggend materiaal. De kantine was net een voetbalwedstrijd zoals nu; als er een rel uitbrak of een ruzie dan vlogen de stoelen, theeglazen en prullenbakken door de lucht. Dit resulteerde erin dat wij ons als brugklassers niet veilig waanden en naar onze mentor toegegaan zijn en hiervan melding gemaakt hebben. Ook buiten de lessen ging het vaak mis. Ik had een jongen leren kennen uit mijn woonplaats, waar ik vaak meefietste. Elke dag stonden leerlingen van onze school in mijn straat of onderweg te wachten en werden we klemgereden. Mijn moeder moest dan kansloos toekijken hoe deze groep ons ging achtervolgen. Ik had hier ook melding van gemaakt, het was niet waar, dat verzin je. Gelukkig moesten ze mij niet hebben, dus was het na drie weken weer over.
Op het schoolplein liepen wel leraren rond, maar ze grepen niet in waardoor de voorvallen steeds erger werden. De groep werd buiten gezet, de deuren werden gesloten en de poort ging dicht. De leerlingen die  allemaal een bepaald probleem hadden werden dus letterlijk aan hun lot overgelaten. Er  kwam dus in een situatie waar iedereen voor zichzelf moest vechten en dat waren veel tieners met ontwikkelingsproblemen die juist dat niet kunnen. Logisch dat ze dan ook in hun oude patroon vielen.
Met mij was een oud vriendje van de basisschool meegegaan. Hij werd elke dag gepest, uitgescholden en vooral binnen zijn eigen groep totaal buitengesloten. Zoals eerder aangegeven moesten de leerlingen het uiteindelijk zelf uitzoeken. Deze jongen was daarom mogelijk wanhopig op zoek wat hem van zijn plaag kon bevrijden. Ik paste perfect in zijn profiel: ik was zwak, hij kon hierover macht krijgen en dat zou resulteren in erbij horen en dus rust.
Zo is het gebeurd, ik was een perfect slachtoffer, ik kon mij niet goed verdedigen, hij was bekend met mijn zwaktes en voelde net als een hond aan dat ik zwak was en niet tegen hem op zou kunnen. Dat, opgeteld met zijn zekerheid dat er bijna geen gevolgen voor hem waren, was het begin van een hel.
Wat net als bij andere pesterijen ging, begon het met scheldwoorden die voor de hand lagen: “Rode biet, vuurtoren, schele”. Ik vroeg hem op een gegeven moment op te houden, maar hij kreeg alleen maar steun van andere leerlingen die hem vertelden dat ik een bangerik was omdat ik niet over het wandrek op de gym durfde; ik was dom, want de anderen haalden hogere punten. De leraren zagen het wel, maar reageerden er niet op, het gebeurde zo vaak dat het ook niet direct opviel. Ik voelde mij, net als die jongen, alleen en bedreigd. Het enige wat ik had, waren drie andere jongens die net als ik uiteindelijk als ‘de stumpers’ door moesten.
Wat wederom begon met schelden en achtervolgen, ging bij deze leerling verder. Ik werd pauze na pauze op het gesloten plein opgewacht om tot de pijngrens in elkaar geslagen en getrapt te worden. Ik heb het aan mijn mentor verteld en tegen de bewuste leerling werd gezegd: “Niet meer doen, hoor”. U raadt het al, ik werd verplicht om weer het plein op te gaan en kon nu zelfs na school rekenen op pijn, alsmaar pijn en werd nu letterlijk bedreigd dat, wanneer ik mijn mond niet hield tegen anderen, ik afgemaakt zou worden en geen leven meer zou hebben. Dit was voor mij een reden om mijn mond te houden.
Mijn volgende stap was om hem te smeken om mij geen pijn meer te doen. Hij maakte hier perfect gebruik van door een nepdeal te maken. Als ik bepaalde dingen deed, dan zou hij mij met rust laten. Ik moest naast hem komen zitten in de aula; ik moest mijn huiswerk verscheuren en mocht van hem niet met andere tieners spelen of mijn ouders vertellen over onze nieuwe vriendschap. Op het hoogtepunt moest ik mijn hoofd in het toilet doen. Dit heb ik geweigerd en aan mijn mentor verteld. Zijn reactie hierop was: “Zo erg kan het niet zijn, jij bent de enige die klaagt, van de andere leerlingen hoor ik niets hierover”. De eerste twee weken daarna werd er echter wel meer gecontroleerd, waarna het weer afnam en mijn pester zijn kans weer schoon zag. Nu sloeg en schopte hij mij op het schoolplein, waar leerlingen in een cirkel omheen stonden en niets deden.
Ik was totaal van de kaart en zocht wanhopig op een plekje, waar ik alleen kon zijn en rust zou voelen. De enige plek waar niemand wilde zijn waren de toiletten. Een veestal was een betere omschrijving: de wc stond vaak los op de grond, de bril was verdwenen en de vloer was niet gereinigd. Het was letterlijk een bad van urine, het stonk er verschrikkelijk, geen ramen. In dit hok moest ik mij verbergen. Hoe lang ik hier gezeten heb weet ik niet, maar zeker drie weken elke pauze.
Als je weg bent gaan mensen je zoeken, dus de leraren zochten me overal. Om me niet te verraden door mijn voeten op de vloer trok ik mijn schoenen uit en ging in lotushouding op het toilet zitten, wat uiteindelijk een virusinfectie aan mijn voeten heeft veroorzaakt met wratten en eczeem.
Na een aantal weken werd ik gevonden, waardoor de situatie nog erger werd. Niet alleen werd ik nog steeds gepest door mijn klasgenoot,  maar nu begonnen de leraren, waaronder ook mijn mentor, mij te vernederen, voor gek uit te maken en me in de groep buiten te sluiten. Op de gang werd er gezegd dat ik gestoord was. Ook vroeg men zich af waarom ik altijd zo idioot moest doen. In de groep werd ik vernederd doordat het verhaal in de klas nog eens extra uiteen werd gezet, waarna aan de leerlingen werd gevraagd of zij een betere oplossing hadden.
De schoolpsycholoog werd erbij gehaald die het ingenieuze idee had om mij één op één te laten praten met de leerling die dit had veroorzaakt. Ik wilde dit niet omdat ik bang was, waarop ik een lijst kreeg of ik wat gebruikte, of ik thuis mishandeld werd en of ik aan zelfbeschadiging deed. Ik was geestelijk kapot, mijn ouders werden niet geïnformeerd, ik kon aan hen niets vertellen, zij die alles voor me gedaan hadden.
Het probleem werd dus erger. De bedreigingen, het schelden, schoppen en slaan voelde ik niet eens meer. Ik had geen pijn meer, alleen een verdovende angst die boven alles uitstak. Mijn punten  werden slecht en ik was mezelf niet meer. Ik wist niet wat ik moest doen en van de ene op de andere dag ging ik niet meer naar school.
Ik ben van school weggelopen in het tweede of derde leerjaar, ik wist geen andere oplossing meer. Ik wilde vrij zijn. Elke dag  ging ik van huis af en keerde ik op tijd terug thuis. Onderwijl zat ik onder bruggen, in de bossen, in de duinen of fietste ik door de stad. Ik was in een angst geschoten waar ik niet meer uit kwam. Ik heb een aantal keren voor het politiebureau gestaan, maar wat kan je als een kind van veertien? Vaak heb ik toen getwijfeld of ik nog wel wilde leven. Op een gegeven moment was ik het zat en heb ik thuis stiekem een brief gemaakt en verstuurd naar mijn pester. Ook heb ik plannen bedacht om de school in brand te steken.
Na zes of zeven weken kwam er een einde aan mijn schoolverzuim, doordat een leerling via de telefoon aan mijn moeder huiswerk voor de 'doodzieke' Hans doorgaf. De school was nu furieus en begon nu ook tegen mijn ouders dreigementen van uit huis plaatsing tot leerplichtambtenaren naar mijn nietsvermoe-dende ouders te uiten. Van mijn ouders weet ik dat zij dit als heel bedreigend hebben ervaren. Ik werd in een hokje van vier bij vier zonder ramen ondervraagd omdat ik aan de pester een dreigbrief had geschreven. Na zware druk en veel dreigementen gaf ik toe dat ik dit had gedaan, maar niemand vroeg me waarom ik dit had gedaan. Het hele voortraject, de wc, alle geweld tegen mij, plus mijn ‘oplossing’: buiten zwerven, werden niet genoemd. Het Riagg werd ingeschakeld en wij onze eigen huisarts. De Riagg vertelde de school dat de aanpak verkeerd was.
Ik ben nu diep ongelukkig, heb stiekem moeite met mensen, mijn vertrouwen is kapot, ik voel veel woede en heb vaak spijt van mijn beslissingen. Ik heb de school in 2008 benaderd voor uitleg. Hun antwoord is nog steeds: “We wisten het allemaal niet”. Ik ben bij het Bestuur, de Inspectie en de Klachtencommissie geweest, maar alles wordt schoongepoetst met de term ‘verjaring’. Het gebeurde namelijk tussen 1994 tot en met 1997”.

Commentaar

Elke school die met een dergelijk verhaal wordt geconfronteerd zou verplicht moeten worden de beschuldiging serieus te onderzoeken. De ‘oplossing’ kan niet meer ontkenning of schermen met de term ‘verjaring’ zijn. Een vergelijking met de eerdere doofpottencultuur van het seksueel misbruik binnen de katholieke kerk is op zijn plaats. Gelukkig is hieraan door de instelling van de Commissie Deetman een einde gekomen.

 

 
© 2017 Bob van der Meer