Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Publicaties

Publicatie- en artikelenoverzicht
Bob van der Meer

Het onderstaande overzicht is reeds lange tijd under construction. Mijn excuses daarvoor.

Hieronder een overzicht van de publicaties die ik vanaf 1978 heb uitgebracht. Het betreft boeken en artikelen.

001 Het zondebokfenomeen in de les Lichamelijke Opvoeding (1978).
002 Problemen en probleemoplossingsmethode in verband met de doelstelling van het vak Lichamelijke Opvoeding: bevordering van de zin tot samenwerking (1979).
003 Antischoolcultuur van lhno-leerlingen: voorbeelden, mogelijke oorzaken en oplossingen (1982-1).
004 Gesprekken met gepeste kinderen en pesters van een school voor lhno in Amsterdam-West (1982-2).
005 Het 3A-project: De invloed van aandacht op de prestatiemotivatie van lhno-leerlingen. Een begeleidingsproject met 18 leerlingen van een school voor lhno in Amsterdam-West (1983-1).
006 Algemene Technieken voor Marokkaanse leerlingen, suggesties en hulpmiddelen (1983-2).
007 Algemene Technieken voor Turkse leerlingen, suggesties en hulpmiddelen (1983-3).
008 Vergroting van de probleemoplossende en zelfvernieuwende capaciteit van de school via de planmatige aanpak van het zondebokfenomeen (1984).
009 Buitenlandse en Nederlandse jongeren aan het woord (1985).
010 Schoolwerkplanontwikkeling en anderstalige leerlingen (1986).
011 Emancipatie, overzicht lesmateriaal lbo (1987-1).
012 Emancipatie, aanpak voor lbo-scholen (1987-2).
013 Audiovisueel materiaal op het gebied van emancipatie en roldoorbreking (1987-3).
014 De zondebok in de klas (1988-1). ISBN 978 90 6310 009 4.
015 De zondebok in de klas, artikel De Lichamelijke Opvoeding (1988-2).
016 De zondebok in de klas, artikel Handboek Leerlingbegeleiding (1989).
017 Een goed bewaard groepsgeheim: de zondebok (1990-1).
018 Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik (1990-2). ISBN 978 90 70188 597.
019 Het zondebokfenomeen op school (1991-1). ISBN 978 90 265 1218 X.
020 Pesten op school (1991-2).
021 Pesten op school, wat ouders kunnen doen (1991-3). ISBN 978 90 6310 202 X.
022 School en peers: pesten op school (1992-1).
023 De zondebok op school (1992-2).
024 Pesten op school aangepakt, overzicht van lesmateriaal en achtergrondinformatie (1992-3).
025 De Zwaan, het wonderlijk verhaal van Hendrik Meijer (1992-4).
000-1 De vragen die op scholen leven over de aanpak van pesten. Inleiding voor de landelijke studiedag over pesten op 13 oktober 1992 (1992-5). 
026 Pabo-module Pesten, een vorm van machtsmisbruik (1993-1).
027 Aanpak van het pestprobleem op school (1993-2).
028 Een vijfsporenaanpak van het zondebokfenomeen op school (1993-3).
029 De Probleemaanpak (1993-4). ISBN 978 90 6310 0186 of 3.
030 Machtsmisbruik op school (1993-5). ISBN 978 90 215 20483 of 6.
031 Kinderen en pesten, wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen (1993-6).
032 Preventie seksuele intimidatie, draaiboek workshop (1993-7).
033 Brochure, behorend bij de landelijke actie van de ouderverenigingen tegen pesten (1994). Deze actie is in 1992 uitgevoerd. Zie 1992-5.
034 Attitudeverandering door middel van pestprojecten op school (1995-1). ISBN 978 90 265 1445 X.
035 Een vertrouwensgroep op iedere school (1995-2).
000-2 Pesten moet worden verboden. Inleiding op het VOO-symposium Geweld op school, wat te doen (1995-3). Symposiumverslag. Dit symposium werd in 1994 gehouden. ISBN 978 90 72272 32 3.
000-3 Pesten bij kinderen, adviezen aan volwassenen (1996-1). Driebergen: Ouders en Coo. ISBN 978 90 75760 019.
036 Nationale ouderavond tv-geweld (1996-2).
037 Cursuswijzer, een overzicht van cursussen ter aanpak en preventie van geweld op scholen (1997-1).
038 Pesten op school, lessuggesties voor leerkrachten (1997-2).
039 Pesten op het werk (1997-3).
040 Businessplan Stichting Europees Expertisecentrum voor Veiligheid (1997-4).
041 Pilotonderzoek naar de effectiviteit van een structurele aanpak van pesten tussen leerlingen op school (1997-5).
042 Opleiden van therapeuten in de hulp aan (ex-)slachtoffers van pesten en in de hulp aan notoire pesters (1997-6).
043 Professionele ondersteuning en advisering bij de toenemende vraag via internet over pesten en gepest worden (1997-7).
044 Budo voor pesters, gepesten en de zwijgende middengroep (1997-8).
045 Pesten en kindermishandeling (1997-9)
046 Aanpak van pesten (1998).
047 Communicatie over vertrouwenspersonen (1999-1).
048 Pesten tussen onderwijspersoneel. Hoe communiceer je? (1999-2).
049 Videoband Pesten op het werk, gesprek met Martin en zijn vrouw (1999-3).
050 Pesten op het werk, reactie ex-werkgever en adviezen voor het gebruik van de band (1999-4).
051 Pesten op school, overzicht van artikelen over pesten in de periode 1987-1997 (1999-5).
052 Lees- en voorleesboeken over pesten (1999-6).
053 Ballet Pijn die pesten heet (1999-7).
054 Ballet Pijn die pesten heet, begeleidend materiaal (1999-8).
055 Documentaire Pijn die pesten heet (1999-9).
056 Brochure Een veilige school, overzicht van activiteiten en publicaties (2000-1).
057 Brochure Een veilig bedrijf, overzicht van activiteiten en publicaties (2000-2).
058 School en geweld, oorzaken en aanpak (2000-3). ISBN 978 90 232 3503 3.
059 CD-Rom Sociogrammethode (2000-4).
060 Brochure Sociogrammethode, adviezen voor afname en begeleiding (2000-5).
061 CD-Rom Signaleringsinstrument risicoleerlingen (2000-6).
062 Brochure Signaleringsinstrument risicoleerlingen, achtergronden en verantwoording (2000-7).
063 Interviews over pesten op het werk (2000-8).
064 Pesten op school, een goed bewaard groepsgeheim (2002-1).
065 Kinderen en pesten, wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen (2002-2).
066 Pesten tussen onderwijspersoneel. Hoe communiceer je? (2004-).
067 Pilotproject School en Veiligheid Rotterdam-Noord (2003-).
068 Instructie-dvd over de aanpak van pesten op het werk (2004-1).
069 Brochure, behorend bij de instructie-dvd over de aanpak van pesten op het werk (2004-2).
070 Cursus sociaal-emotionele problemen van leerlingen en bijbehorende handouts (2004-).
071 Lessenserie over geheimen (2004-). Bron: Pesten en kindermishandeling, p 18. 
072 Hoefnagels, C. & B. van der Meer (2005). Mens sana in schola sana (2005).
073 Inhoud inleiding persconferentie SIRE-campagne tegen elektronisch pesten (2006-1).
074 Brochure Normen en waarden, een concrete aanpak (2006-2)).
075 Lezing voor de onderwijswoordvoerders van het Vlaamse Parlement in Brussel, getiteld De gevolgen van pesten (2006-3).
076 Analyse pestsituatie Ange M. (2008-1).

000-4 Aanpak van pesten, oorzaken van mislukking (2007).
000-5 De zaak Floris ().
000-6 Geweld als onderwijsprobleem ().
000-7 Kanttekeningen bij het NIGZ-PRIMA-onderzoek (2009).
000-8 Beantwoording van vragen van Tweede Kamerleden over (een aanpak van) pesten (2008).
000-9 Lezing op het congres op 30 november 2010 in De Reehorst in Ede over de drie voorwaarden van een goede aanpak van pesten (2010).
000-10 Vijfsporenaanpak van pesten, vindplaatsen (2009 ).
000-11 Pesten en kindermishandeling (). PJG 4, V2.21/V2.219.
000-12 Pesten op school. Docentengids voortgezet onderwijs, september 1994, pp 1-12.

001
Het zondebokfenomeen in de les Lichamelijke Opvoeding (1978).
Thomas 19, 4, pp. 109-118; 5, pp. 167-172; 6, pp. 181-188.

002
Problemen en probleemoplossingsmethode in verband met de doelstelling van het vak Lichamelijke Opvoeding: bevordering van de zin tot samenwerking (1979).
Thomas 20, 4, pp. 107112 en 129.

003
Antischool cultuur van lhnoleerlingen: voorbeelden, mogelijke oorzaken en oplossingen (1982).
Thomas 23, 1, pp. 1320 en 3334; 2, pp. 4350.

In het artikel worden oorzaken gegeven van het verzet van leerlingen tegen de school. Tevens wordt verduidelijkt wat de gevolgen kunnen zijn als een school geen aandacht besteedt aan de mogelijke oorzaken van motivatiemoeilijkheden van leerlingen. Schoolverzuim, spijbelen en voortijdig
scho¬olverlaten zijn enkele gevolgen.
 
004
Gesprekken met gepeste kinderen van een school voor lhno in AmsterdamWest (1982). Banden 1, 2 en 3.
Rosmalen: Stichting E2V2.

005
Het 3Aproject: De invloed van aandacht op de prestatiemotivatie van lhnoleerlingen. Een begeleidingsproject met 18 leerlingen van een school voor lhno in AmsterdamWest (1983¬).
Tijd¬schrift voor Pedagogiek Forum voor Opvoedkunde, 8, pp. 375384.

Het artikel is een samenvatting van 'Een signalerings en be¬geleidingssysteem van probleemleerlingen en leerlingen met motivatiemoeilijkheden, ter voorkoming van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten', doctoraalscriptie en werkstuk voor de Inter¬subfaculteit Onderwijskunde van de RULeiden.
Het is onderverdeeld in vier paragrafen. Paragraaf 1 geeft informatie over en de resultaten van een begeleidingspro¬ject met 18 zittenblijvers op een school voor lhno: het 3Aproject. Paragraaf 2 gaat in op het uit de resul¬ta¬ten van het 3Aproject ontdekte verband tussen 'relaties tussen leerlingen' en motivatie. Paragraaf 3 behandelt het ontstaan van een uit dit begeleidingsproject gedestilleerde motivatietheorie met betrekking tot lhnoleerlingen. En in paragraaf 4 worden enige aanbevelingen gedaan.

006
Algemene Technieken voor Marokkaanse leerlingen, suggesties en hulpmid¬delen (1983).
Den Bosch: Katholiek Pedagogisch Centrum.

De reden voor het maken van deze publicatie was dat lbo
lee¬rlingen werden opgeleid voor beroepen waarin gereedschap een belangrijke plaats innam, maar dat hen niet de mogelijkheid werd geboden de namen van deze gereedschappen te leren. Een tweede reden voor het maken van de publicatie was dat, door middel van de producten, de ouders van de Marokkaanse leer¬lingen bij het onderwijs én de Nederlandse taal konden worden be¬trekken. Als volgt.
Voor ATgereedschappen drukten we het Nederlandse woord, de af¬bee¬lding en het Marokkaanse woord af en gaven daar¬voor een aantal gebruiksmogelijkheden, zoals:
 Het maken van werkboeken.
 Het inoefen van de Marokkaanse woorden.
 Het inoefenen van de Nederlandse woorden.
 Het maken van toetsen.
 Het opplakken van de woorden bij de in het AT (Algemene Tech¬nieken)lokaal aanwezi¬ge gereedschappen en instrumenten.
 De aanleg van een cartotheek.
 Het aanvullen van bestaande lessen met tweetalige woordenlijsten.
 De language master en de synchrofax.

De laatste gebruikmogelijkheid verdient enige toelichting. De language master was een audiovisueel leersysteem dat zijn kracht ontleende aan vier verschillende manieren die tot één methode verenigd was, namelijk kijken, luisteren, spreken en doen. Het instrument bestond uit kaarten, waarop eerst de namen van gereedschappen in het Nederlands en daarna in het
¬Marokkaans werden ingesproken. Wanneer dit was ge¬beurd, werden de afbeeldingen van de gereedschappen op de kaart geplakt. De leerling die moeite had met de Nederland¬se of de Ma¬rokkaanse woorden, kreeg de kaarten, een koptelefoon en de opdracht te gaan oefenen. Hij/zij haalde daarop de kaart door het apparaat, zag de afbeelding, hoorde het Nederlandse en het Marokkaanse woord en kon dat in het oneindige oefenen.
De synchrofax bood nog meer mogelijkheden dan de language master in die zin dat de 'inspreektijd' plus minus vier minuten was. Op de te maken sheet konden afbeeldingen, activiteiten en woorden geplakt worden die een geheel vormden. Voorbeelden ervan waren: elektriciteit, een band plakken, een maaltijd bereiden. Dit werd niet al¬leen voor ATgereedschappen, maar ook voor communicatiesym¬bolen, agrarisch practicum, practicumvakken en voor de keu¬ken gedaan.

007
Algemene Technieken voor Turkse leerlingen, suggesties en hulpmiddelen (1983).
Den Bosch: Katholiek Pedagogisch Cen¬trum.

De reden voor het maken van deze publicatie was dezelfde als voor nummer 006, maar dan voor Turkse leerlingen.

008
Vergroting van de probleemoplossende en zelfvernieuwende capaciteit van de school via de planmatige aanpak van het zondebokfenomeen (1984).
Thomas 24, 11/12, pp. 411419.

009
Buitenlandse en Nederlandse jongeren aan het woord (1985).
Utrecht: Algemeen Pedagogisch Studiecentrum. Project Interculturele Educatie, deel 5.

Buitenlandse en Nederlandse jongeren geven in dit klankbeeld hun visie op hun ouderlijk huis, de school, de omgang met leeftijdsgenoten, discriminatie, wonen, werken, werkloosheid, winkelen, vriendschap, huwelijk, godsdienst, politiek, cultuur, sport en de positie van meisjes.

Inhoud
1 Gesprek van José da Silva met Kaapverdische jongen, die in een tehuis in Rotterdam woont; hij heeft het ouderlijk huis verlaten, omdat hij niet met zijn vader kon opschieten.
Gesprek met zijn moeder over waarom haar zoon van huis wegliep (in het Portugees, tegelijkertijd vertaald in het Nederlands).
Vervolggesprek met de jongen over hoe het in het tehuis toegaat, zijn dagindeling.
Gesprek met de Nederlandse vriendin van de jongen hoe ze elkaar hebben leren kennen en wat voor haar de omgang met een buitenlandse jongen betekent.

2 Marokkaanse jongeman, die in een kippenbatterij werkt, ver¬telt over zijn gevoelens als hij door een Nederlandse win¬kelstraat loopt; het kopen van iets in een winkel als enige vorm van contact met Nederlanders.

3 Discussiefragment van les maatschappijleer in mavo4 in Rotterdam: een Turks meisje vertelt aan Deger Hammudoglu hoe zij het verschil in contact ervaart, dat zij met een Nederlandse en met een Marokkaanse vriendin heeft.

4 Aansluitend spreekt Ahmed Aboutaleb met een Marokkaanse jon¬gen van het Komité Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) in Rotterdam. Hij zit op de voetbalclub van het KMAN en ver¬telt ook over zijn situatie: na een bedrijfsongeval is hij werkloos geworden, hij heeft twee jaar mavo gehad en is nog minderjarig. Na ruzie met zijn vader is hij zes maanden van huis weggeweest.
Gesprek met buitenlandse jongens die op karateles zitten.

5 Gesprek van Deger Hammudoglu met Gülnaz Aslan, een Turks meisje in Utrecht, over de positie van buitenlandse meisjes in Nederland.

6 Deger Hammudoglu leest een brief voor van een katholiek Neder¬lands meisje uit Den Bosch, die zeer kort wordt gehouden door haar ouders en sinds kort een Turkse vriend heeft. Te¬vens vraagt hij een reactie op deze brief aan Turkse Gülnaz en Marokkaanse Hakima, waarbij overeenkomsten met de situa¬tie van buitenlandse meisjes ter sprake komen.

7 Brief wordt voorgelezen van Nederlands meisje uit Breda, die een Marokkaanse vriend heeft, over de discriminatie van buitenlanders.

8 Gesprek van Ahmed Aboutaleb met twee jongeren van de Marokkanen Vereniging in Den Haag over de activiteiten van deze vereniging. Hoofdthema van gesprek is: moet je je alleen met recreatieve activiteiten bezig houden of moet je ook politiek geïnteresseerd zijn?

9 Gesprek met Moluks, Joegoslavisch, Marokkaans en (zwijgend) Turks meisje over geloof, huwelijk, samenwonen en verkering hebben met een Nederlandse jongen.

10 Gesprek van Bob van der Meer met een Nederlands meisje en haar Nederlandse vriend. Zij vertelt over een ruzie die ze met enkele van haar klas¬genoten op het lhno had. Verder praat ze over haar vrie¬nd, haar werk in een groentewinkel en buitenlanders, "waar ze heel slecht over denkt".
Ook haar vriend moet niet veel van buitenlanders hebben. Hij is van mening dat niet de buitenlanders, maar de Nederlanders gediscrimineerd worden en vindt het bespottelijk dat "de Nederlanders zich aan de buitenlanders moeten aanpassen". Dat Nederlanders geen vuil werk willen doen, is volgens hem een mythe die 'hogere kringen' in stand willen houden".

010
Schoolwerkplanontwikkeling en anderstalige leerlingen (1986).
Den Bosch: Katholiek Pedagogisch Centrum.

De brochure is rond een checklist opgebouwd. De checklist heeft betrekking op het uitzetten van beleid ten behoeve van anderstalige leerlingen. Ze wordt voorafgegaan door een opsomming van aspecten van het schoolwerkplan, die om een beleidsmatig antwoord vragen, en gevolgd door de behandeling van een aantal essentiële onderdelen uit de checklist. Daarna worden twee gevalsbeschrijvingen gegeven van scholen die hun beleid ten aanzien van anderstalige leerlingen toetsten aan de checklist, gevolgd door een opsomming van relevante informatie en lesmateriaal per aspect of vak.
In de brochure wordt voor achtergrondinformatie naar de bijlage verwezen. 

011
Emancipatie, overzicht lesmateriaal lbo (1987).
Den Bosch: Katholiek Pedagogisch Centrum.
ISBN     : 90 6755 021 3.
Pagina's : 140.

Emancipatie, overzicht lesmateriaal lbo, is deel 4 uit de reeks 'Roldoorbreking'. Dit deel is een product uit het
ema¬ncipatieproject lbo. Het be¬staat uit een overzicht van con¬creet lesmateriaal dat door de dertien aan het Emancipatie¬project lbo deelnemende scho¬len is gemaakt. Het materiaal heeft betrekking op: keuzebege¬leiding, leerlingbegeleiding, vakken en vakgebie¬den, opvat¬tingen en documentatie.

012
Emancipatie, aanpak voor lboscholen (1987). Deel 5 uit de se¬rie 'Roldoor¬bre¬king'.
Den Bosch: Ka¬tholiek Pedagogisch Centrum.

013
Audiovisueel materiaal op het gebied van emancipatie en roldoorbreking (1987).
Amsterdam: Algemeen Pedagogisch Studie¬centrum, Mate¬rialenbank Emancipa¬tie.
ISBN     : 90 6607 082 X.
Pagina's : 108.

De brochure werd gemaakt, waarna het ter publicatie werd
ove¬rgedragen aan de MateM, de materialenbank emancipatie van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS).
Het bevat een overzicht van alle audiovisuele materialen van dat moment op de gebieden:
 Arbeid, opleiding en onderwijs (subcategorieën: beroepenoriëntatie en keuzebegeleiding, meisjes en techniek, schoolorganisatie).
 Derde wereld.
 Feministische beweging.
 Geweld.
 Kijk haar (tvprogramma's).
 Lijf, psyche, gezondheid, seksualiteit.
 Opvoeding en rolpatronen.
 Relaties en samenlevingsvormen.
 Vrouwenlevens en vrouwencultuur.

014
De zondebok in de klas (1988).
Nijmegen: Berkhout, 4e druk.
ISBN    : 90 6310 009 4.
Pagina  : 181.

Dit boek is uitverkocht, maar nog wel te leen bij de Openbare Bibliotheek en in de toekomst downloadbaar van www.pesten.net.

De zondebok in de klas bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk behandelt het verschijnsel en geeft antwoorden op vragen als: wat is pesten; wie worden gepest; wat doen gepeste kinderen; wat doen pesters; wat zijn de reacties van de omgeving en is het een taak van de school? Nadat de laatste vraag bevestigend is beantwoord, worden de achtergronden van pesten behandeld. Aan de orde komen drie onderwerpen: een globale verklaring van het verschijnsel; invloeden vanuit de klas als groep en invloeden van buitenaf. Het laatste hoofdstuk, de helft van het boek, schetst aanpakken van het probleem. Hierbij worden de curatieve en de preventieve aanpak onderscheiden, waarna per aanpak een groot aantal mogelijkheden worden gegeven.

Doelgroep: Leerkrachten basis en voortgezet onderwijs; studenten en docenten Lerarenopleidingen.

015
De zondebok in de klas (1988).
De Lichamelijke Opvoeding, pp. 675679.

Het artikel behandelt de volgende onderwerpen: vernederingen; gevolgen voor het slachtoffer; vooroordelen; wie worden zon¬debok; oorzaak; geheim, waarna aanpakken voor de docent Li¬chamelijke Opvoeding worden geschetst. Deze bestaan uit: adviezen ten aanzien van kiezen; individuele, groeps of teamrecords; leerlingen hun (on)mogelijkheden op sportief gebied laten onderzoeken en het geven van opdrachten.
In het nawoord worden de volgende vragen beantwoord: zijn er ook normale kinderen; is het de taak van de school om iets aan deze problemen te doen; wat kan de school doen; wat kan de leerkracht Lichamelijke Opvoeding doen? Een noten en literatuuroverzicht sluiten het artikel af.

016
De zondebok in de klas (1989).
Handboek Leerlingbegeleiding, 2330, pp. 114.
Alphen aan den Rijn: Samsom Uitgeverij.

De inhoud van deze bijdrage lijkt veel op dat van het artikel 015, verschenen in De Lichamelijke Opvoeding. De paragraaf¬indeling is als volgt: achtergrondinformatie; oorzaak; ge¬heim; aanpak.
De aanpak volgt de indeling van De zondebok in de klas, namelijk: de confronterende methode, de nietconfronterende methode en de preventieve methode.
Als men deze indeling in historisch perspectief ziet, is zij logisch. Op het moment van verschijnen van De zondebok in de klas waren scholen zich vaak nog niet bewust van het bestaan van het probleem. Als het dan zijn kop opstak of er brak een calamiteit uit, dan moest de school iets doen: de confronterende methode. Als men echter vermoedde dat er sprake was van pesten, maar het nog niet zeker wist(er waren nog geen signalerings¬instrumenten, zoals de Sociogrammethode, de relatie tussen de resultaten op de Sociogrammethode en de Schoolvragenlijst of De Pesttest), dan kon men weinig anders doen dan de nietconfronterende methode toepassen. De preventieve methode tot slot was een ideaalsituatie die in de toekomst zou kunnen worden toegepast.
Nu is de situatie andersom. Scholen die op effectieve wijze aan het pestprobleem op school een einde weten te maken of een halt kunnen toeroepen, gaan vaak daarna over tot de preventieve aanpak, zoals de Cornelis Musiusschool in Delft. Deze school pakte het probleem door middel van de toepas¬sing van de vijfsporenaanpak aan, kwam tot de ontdekking dat de leerlingen sociale vaardigheden misten en ging over op de PADcursus voor alle leerlingen, een preventieve aanpak van onder andere pesten op school. Deze cursus is geschikt voor leerlingen van groep 1 t/m 8 en poogt op systematische wijze aandacht te besteden aan het (verwerven van) sociale vaardigheden door en van leerlingen. Ondanks dit soort cursussen blijft het echter wel zaak te beschikken over stappen, handelings of calamiteitenplannen op dit en andere onderwerpen en dient men toch ook nog te beschikken over een concrete uitwerking van hulp aan de pester, zoals opgenomen in het beleidsplan basisonderwijs (nummer 036 van www.pesten.net) of in het beleidsplan voortgezet onderwijs/bve (nummer 037 van ww.pesten.net).
Meer informatie over de hierboven genoemde PADcursus is te vinden in: A. Collot d'EscuryKoenigs e.a. (1995), Sociale vaardig¬hedentrainingen voor kinderen, indicaties, effecten en knel¬punten. Lisse: Swets en Zeitlinger. In het artikel Nederlandstalige pestinterventieprogramma's, van de hand van Adema en Kalverboer, in 1997 gepubliceerd in Tijdschrift voor Or¬thopedagogiek en nummer 150 van www.pesten.net, treft men informatie aan over het ef¬fect van sociale vaardighedentrainingen in verband met pes¬ten.

017
Een goed bewaard groepsgeheim: de zondebok (1990).
School en Godsdienst, 7, pp. 121125.

In Een goed bewaard groepsgeheim: de zondebok, wordt ingegaan op het psychologisch mechanisme 'de samenzwering om te zwij¬gen'. Deze term, afkomstig uit de literatuur over kindermis¬handeling, is ook van toepassing bij pesten. Sommige pesters zetten het slachtoffer onder druk er met niemand over te praten. Er wordt ook melding gemaakt van de, in 1987 ontwikkelde en door G. Timmermans in zijn onderzoek naar de relatie tussen de resultaten op de Sociogrammethode en de Schoolvragenlijst (SVL), waarbij aan de leerlingen twee vra¬gen worden voorgelegd, namelijk 'met wie ga je om?' (drie antwoordmogelijkheden) en 'met wie ga je niet om?' (eveneens drie antwoordmogelijkheden). Vroeger werd deze methode ge¬bruikt om een sociogram samen te stellen van de onderlinge relaties tussen leerlingen, nu om de mate van geliefdheid te berekenen en in staafdiagrammen weer te geven. Voor het eerst werden in een artikel de drie partijen en twee psy¬cho¬logi¬sche mechanismen, die bij pesten spelen, visueel weergegeven.

018
Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik (1990), eindredactie.
Schiedam   : Segers, 2e druk.
ISBN       : 90 70188 597.
Pagina's   : 82.
Bestelwijze: Telefonisch of schriftelijk aan te vragen bij de uitgever: Nieuwe Haven 71 C, 3116 AA Schiedam, 0104260900.

De samenvatting van dit boek op de achterflap luidde als volgt: ‘Mishandeling en seksueel misbruik van kinderen zijn ver¬schijnselen die nog steeds op een goede aanpak wachten. De media berichten steeds meer over de uitzichtloze situaties waarin deze kinderen zich bevinden. Maar ook geven
lee¬rlingen steeds meer dan voorheen aan dat er met hen iets aan de hand is. Mishandelde of misbruikte kinderen hebben het recht om in ieder geval op school met hun problemen terecht te kunnen. Aan iedere school het verzoek om hen goed op te vangen en  om die reden  een vertrouwensgroep in te stellen. De handleiding biedt de mogelijkheid daartoe.
Hierin wordt namelijk antwoord gegeven op de volgende vragen. Wat kan een school doen? Het profiel van een vertrouwenspersoon, wat is daarover te zeggen? Over welke vaardigheden en capaciteiten moet een vertrouwenspersoon beschikken en waar zijn deze te verwerven? Hoe maak je een sociale kaart van de externe hulpverlening? Hoe zet je een hulpverleningsnetwerk op? Is er een model voorhanden van een functiebeschrijving van een vertrouwensgroep? Op welke wijze worden kindermishandeling en seksueel misbruik in de school zichtbaar? Welke ethische vragen komen op de school af en hoe hiermee om te gaan? En hoe zet je een vertrouwensgroep binnen de eigen school op?’

Doelgroep: Vertrouwenspersonen alle schoolsoorten; medewerk(st)ers van Riaggs, Onderwijsbegeleidingsdiensten, GGDen en Schoolartsendiensten.

019
Het zondebokfenomeen op school (1991).
In: A. Collot d'Es¬curyKoenigs e.a., Gelukkig op school? Emotionele stoornis¬sen en het functioneren op school.
Am¬sterdam: Swets en Zeit¬lin¬ger, 2e druk.
ISBN     : 978 90 265 1218 X.
Pagina's : 107122.

In deze bijdrage komen aan de orde: het zondebokfenomeen; de vijf partijen en drie mechanismen; kenmerken pester en zondebok; algemene aanpak van het probleem; een zondeboktheorie, onderverdeeld in: de voornaamste frustratieagressietheorieën, de gereviseerde frustratieagressietheorie, het zondebokmechanisme, verstoord evenwicht in de klas, andere manieren om met agressie om te gaan en concrete aanpakken voor de leerkracht.

Doelgroep: Psychologen, (ortho)pedagogen; medewerk(st)ers Riaggs, Onderwijsbegeleidingsdiensten, GGDen en Schoolartsendiensten.

020
Pesten op school (1991).
Tijdschrift voor Orthopedagogiek, pp. 337347.
Houten: Bohn, Stafleu & Van Loghum.

Het artikel bevat de volgende onderdelen: achtergrondinformatie; is het zondebokfenomeen een typisch onderwijsverschijnsel; definitie; oorzaken; welke leerlingen lopen kans zondebok te worden; geheim; leerkrachten zien het niet; oorzaken; gevolgen; aanpak voor de leerkracht; veiligheid op school; een praktische uitwerking; rol jeugdgezondheidszorg; literatuur.
Interessant is dat in dit artikel voor het eerst een link wordt gelegd tussen de aanpak van pesten en veiligheid op school; en dat er een concrete uitwerking wordt gegeven van hulp aan de pester. Ook wordt nu voor het eerst de term vertrouwens¬persoon, in verband met pesten, gebezigd.
Men zou kunnen stellen dat in dit artikel de inhoud van de landelijke actie tegen pesten, in 1994 gestart door de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs, in een notendop aanwezig is.

021
Pesten op school, wat ouders kunnen doen (1991).
Nijmegen: Ber¬khout, 2e druk.
ISBN    : 978 90 6310 202X

Het boekje bevatte de volgende onderwerpen:
 Een brief van een moeder.
 Wat halen pesters met hun slachtoffers uit?
 Hoe word je pester?
 Het gepeste kind zegt vaak niets.
 De rest van de klas.
 Welke kinderen lopen kans slachtoffer te worden?
 De gevolgen voor het gepeste kind.
 Waarom actie ondernemen?
 Adviezen aan ouders van pesters.
 Adviezen aan ouders van gepeste kinderen.
 Adviezen aan alle andere ouders.
 Nawoord.
 Geraadpleegde literatuur.

022
School en peers; pesten op school (1992).
Handboek Jeugdge¬zondheidszorg, G 16, pp. 17.
Maarssen: Uit¬geverij Bunge.

School en peers; pesten op school, bevat de onderwerpen kenmerken zondebok; kenmerken pester; definitie; oorzaken van pesten; welke leerlingen lopen kans zondebok te worden; het zwijgen; gevolgen van het pesten; benadering door de leerkracht; veiligheid op school; de rol van de jeugdgezondheidszorg.
Omdat elke doelgroep zijn eigen artikel en accenten wenste, werden in dit artikel de kenmerken van de pester en het
sla¬chtoffer besproken. Daartoe werd nader ingegaan op het onderscheid van Olweus in soorten zondebokken: de passieve en provocerende zondebok, naar mijn opvatting aangeleerd gedrag, in de zin van reacties op voortdurend gepest worden en derhalve ook weer 'af te leren', door middel van sociale vaardighedentrainingen; en op de kenmerken van pesters. Alhoewel ieder kind kans loopt pester te worden, is mijn stelling, lopen sommige kinderen echter een grotere kans. Drie oorzaken hebben te maken met de opvoeding van de ouders, zes zijn afkomstig uit brieven van en gesprekken met exslachtoffers en een uit gevalsbeschrijvingen. Dit houdt in dat, wanneer kinderen (blijven) pesten, men hen de tien mogelijke oorzaken van pesten moet voorleggen, gevolgd door de vraag welke oorzaak of oorzaken voor hem/haar van toepassing zijn. Deze analyse is belang¬rijk omdat de leerkracht de leerling, die andere leerlingen onheus of onveilig behandelt, ook (alternatief) moet straf¬fen. Met andere woorden, de straf moet afhankelijk worden gesteld van de mogelijke oorzaak. De implicatie hiervan is weer dat teams ten aanzien van pesten, niet alleen regels dienen vast te stellen, maar ook (alternatieve) straffen. In 030 van www.pesten.net een overzicht van door leerkrachten basis en voortgezet onderwijs op mijn verzoek bedachte straffen.

023
De zondebok op school (1992).
Handboek Kinderen en Adoles¬centie, 17, pp. 114.

In elke klas is er wel een zondebok, de laagste in de
groep¬shiërarchie. Het leven op school kan voor deze leerling een 'hel' zijn. Een paar klasgenoten reageren hun agressie op hem af. De rest van de klas vindt het wel zielig, maar onderneemt niets, uit angst zelf slachtoffer te worden. Vaak wordt het door leerkrachten niet opgemerkt. Zien zij het wel, dan zijn de oplossingen beperkt in verhouding tot de grootte van het probleem.
Wat is bekend over het zondebokfenomeen op school? Is het verschijnsel beperkt tot het onderwijs of komt het ook elders voor? De oorzaken van het verschijnsel, wat is daar over te zeggen? Wie lopen een grote kans zondebok te worden? Waarom vertellen leerlingen het niet en zien leerkrachten het vaak niet? Wat zijn de gevolgen voor het slachtoffer? Wat kan de leerkracht aan de aanpak van het probleem doen en  specifieker  hoe biedt hij optimale veiligheid? En welke mogelijkheden hebben de Jeugdgezondheidszorg en de PMScentra om het probleem  mede  te helpen aanpakken?
Na deze inleiding wordt, onder de volgende kopjes, informatie over het verschijnsel gegeven:
 De zondebok: definitie, aantallen en is het zondebokfenomeen een typisch onderwijs¬verschijnsel.
 Kenmerken van de zonde¬bok, kenmerken van de pes¬ter.
 Theoretisch per¬spectief.
 Ach¬tergronden: welke leer¬lin¬gen lopen kans zonde¬bok te wor¬den; geheimhouding; leer¬krach¬ten zien het niet: oorzaken; oplei¬ding; leerkrachten hebben een andere taakop¬vatting; leer¬krachten willen het niet zien; psychologische mechanismen; gevolgen; aanpak door de leer¬kracht (curatieve aanpak, on¬derverdeeld in: de confronteren¬de en de nietcon¬fronterende methode, en de pre¬ventieve aan¬pak).
 Veiligheid op school, een praktische uit¬werking.
 De rol van de Jeugdge¬zondheids¬zorg en PMScentra.

024
Pesten op school aangepakt, overzicht van lesmate¬riaal en achtergrondinformatie, door het Landelijk Centrum GVO in Utrecht uitgegeven (1992).
Utrecht : Landelijk Centrum GVO.
ISBN    : 978 90 6928 14 X.
Pagina's: 116.

De inhoud van dit overzicht werd gemaakt waarna het aan het Landelijk Centrum GVO werd gegeven om het te publiceren. De reden hiervoor was dat mijn leidinggevende op het KPC, waar ik toen werkte, Piet van de Ven, niet wilde dat alle boeken over pesten in Nederland op mijn naam zouden komen. Aldus kwam het op naam te staan van H.N. Smit & Y.L.M van Terheijden. Het overzicht heeft de volgende indeling:
 Onderwijsleermateriaal.
 Jeugdboeken.
 Audiovisueel materiaal en toneelproducties.
 Materiaal voor ouders.
 Achtergrondinformatie.
 Contactadressen.

025
De Zwaan, het wonderlijk verhaal van Hendrik Meijer (1992).
Hilversum: NOT/Teleac.

NOT/Teleac ontwierp voor docenten Nederlands een project waarin vier jeugdboeken centraal staan en gaf aan het project de titel 'Geef mij maar een boek'. De boeken zijn zodanig uitgekozen dat ze ondersteuning geven en aansluiten bij de manier waarop teksten, ontleend aan de jeugdliteratuur, in de methodes van het voortgezet onderwijs aan de orde komen. Gekozen werd voor populaire, veelal bekroonde, jeugdromans van min of meer bekende schrijvers.
Als begeleidend materiaal is een uitgave in de Brugreeks van Bulkboek verschenen. In deze uitgave zijn afgeronde fragmenten uit de behandelde boeken opgenomen, een interview met de schrijver en ondersteunende teksten bij de thema's van de boeken in de vorm van kranten en tijdschriftartikelen, beschouwingen, documenten, interviews, gedichten en songteksten.
De titels van de vier programma's zijn:
1 Vluchten kan niet meer.
2 Desnoods met geweld.
3 De zwaan.
4 Het onzichtbare licht.
Nu volgt informatie over het derde project De zwaan.

Inhoud boek

'De zwaan' is een van de zeven verhalen uit de verhalenbundel 'Het wonderlijk verhaal van Hendrik Meijer'. Naast het ti¬telverhaal zijn in deze bundel opgenomen: 'De jongen die met dieren praatte', 'De lifter', 'De schat van Mildenhall', 'De zwaan', 'Een buitenkansje' en 'Een zacht eitje'. Het zijn zeven verhalen waarin een mens of dier in de meest wonder¬lijke, maar ook wrede situaties verzeild raakt, doch zich met behulp van vernuft of bovenmenselijke krachten weet te redden.
'De zwaan': Twee jongens gaan met een pas gekregen geweer op konijnen en vogels schieten. Buiten in het veld ont¬moeten ze Peter, een jongen van school aan wie ze allebei een grote hekel hebben. Hij kan uitstekend leren, heeft spr¬oeten en draagt een bril met dikke glazen. Nadat de beide jongens hem eerst met een geweer hebben bedreigd, binden ze hem vast op een rails. Zo moet hij blijven liggen totdat een trein gepasseerd is. De jongens kunnen maar geen genoeg kri¬jgen van hun sadistisch spel. Als ze een zwaan doodge¬schoten hebben, moet Peter deze uit het water halen. Ze sni¬jden de vleugels eraf en binden deze om de armen van Pe¬ter. Hij moet de boom inklimmen en gaan vliegen. Als hij dat niet doet, zullen ze hem neerknallen. Als ze echt gaan schi¬eten, vliegt Peter naar huis en landt gewond bij zijn moeder in de tuin.

Thematiek

Treiteren (de zondebok in de klas).

Inhoud tvprogramma

De uitzending begint met een gedramatiseerd fragment uit het verhaal. Aan Roald Dahl wordt gevraagd of hij zich bewust was van de problematiek of slechts een verhaal schreef met absurditeiten. Enkele lezers vertellen over hun leeservaringen.
Bob van der Meer, auteur van De zondebok in de klas, ver¬telt over de achtergronden van het treiteren: 'pikorde' bij dieren, ervaringen op school, statistische gegevens en trei¬teren in ruimer verband in de samenleving. Zijn relaas wordt onderbroken door het verhaal van enkele slachtoffers. Ook treiteraars zelf komen aan het woord. Weer terug naar Roald Dahl, er wordt getoond hoe en waar hij zijn boeken schrijft. Kort wordt op zijn andere boeken ingegaan en wordt er aandacht besteed aan de Kindertelefoon.
    
026
Pabomodule Pesten, een vorm van machtsmisbruik (1993).
Ros¬malen: E2V2.

De opbouw van de module is als volgt. Na een inleidend college worden vragen geïnventariseerd die pas in een later stadium worden beantwoord. Om te weten waar het om gaat dienen studenten eerst aan den lijve te ervaren wat het is buitengesloten te worden. Dit gebeurt om het empathisch vermogen voor het slachtoffer te vergroten. Omdat er nogal wat mythen leven omtrent het verschijnsel die verhinderen dat het probleem serieus wordt genomen, worden deze daarna aan de orde gesteld en ontzenuwd. Nadat de zondeboktheorie en het zondebokmechanisme ter sprake zijn gebracht, volgen concrete aanpakmogelijkheden. Tot slot worden randvoorwaarden geschetst en wordt de module afgesloten met een check van de eigen vragen.
De module, met een werklast van 40 uur, is bestemd voor studenten uit het derde studiejaar.

Doelgroep: Docenten en studenten Lerarenopleidingen.

027
Aanpak van het pestprobleem op school (1993).
Rekenschap, pp. 3134.

In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een pestprobleem in 1991 op de Cornelis Musiusschool in Delft. Op deze
sch¬ool waren twee leerlingen uit groep 8, met toestemming van de inspectie, van school gestuurd. Deze twee jongens hadden klasgenoten gepest, geterroriseerd en geld afgeperst. Omdat de school dit in een te laat stadium had ontdekt en in een nog later stadium daar iets aan had gedaan, dreigden nu
mee¬rdere ouders hun kind van school te nemen en op een andere school in de buurt te plaatsen, als er niet snel wat zou gebeuren aan de onveiligheid op en buiten school.
Ik werd door het bestuur binnengehaald en ging volgens de vijfsporenaanpak aan het werk. Eerst werd het team geprofessionaliseerd op signalen en aanpak van pesten. Daarna werd een lezing gehouden voor alle ouders van de school. Omdat slechts één derde van hen aanwezig was, volgens het team een goede opkomst, viel het besluit om regelmatig in het blad voor de ouders informatie over pesten te geven. Dit werd uitgevoerd. Vervolgens vond een gesprek over pesten plaats met de leerlingen van groepen 5, 6, 7 en 8 en werd aan iedere groep de opdracht gegeven regels ten aanzien van pesten te maken. De regels van al deze groepen, was de vooraf gemaakte afspraak, zouden de regels voor de vier groepen zijn, waarna ze per groep zouden worden ondertekend en worden opgehangen in de eigen klas. Ook stelde het team straffen voor overtredingen van deze regels vast die ook aan de leerlingen werden meegedeeld. Er werd een vertrouwenspersoon aangesteld. Dit werd een leerkracht die met de VUT zou gaan, maar nog graag voor twintig uur deze taak op zich wilde nemen. De laatste activiteit: een voorloper van de brochure waarmee de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs op 2 november 1994 mee naar buiten traden, een concrete uitwerking van de vijfsporenaanpak, werd ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan alle schoolgeledingen: oudervereniging, team, directie, bestuur, medezeggenschapsraad. Na een maand was dit stuk door iedere geleding goedgekeurd en was het beleid.
De vertrouwenspersoon kreeg aanvankelijk een hausse aan telefoontjes over pesten, maar had daarna op het onderwerp niets meer te doen. Dick van der Helm, directeur van de
scho¬ol, twee jaar nadien gevraagd naar de effecten, verklaarde dat de school het pesten niet had uitgebannen, maar het probleem nu wel onder controle had: de school wist waarop te letten en wat te doen. Wel verklaarde hij dat door de aandacht van de leerkrachten voor pesten op school, het team erachter was gekomen dat veel leerlingen over zo weinig sociale vaardigheden beschikten, reden waarom de leerkrachten hadden ingetekend op een cursus om zich te professionaliseren in het geven van sociale vaardigheidstrainingen aan alle leerlingen.

028 
Een vijfsporenaanpak van het zondebokfenomeen op school (1993).
Nederlandse Vereniging voor Adolescentenzorg, pp. 2029.

De inhoud van dit artikel bestaat uit de volgende onderwerpen: is pesten een probleem; verschillen tussen plagen en pesten; resultaten van onderzoek; aanpak van pesten in het verleden; een vijfsporenaanpak van het probleem, bestaande uit: hulp aan de pester, hulp aan de zondebok, mobiliseren van de zwijgende middengroep (de rest van de klas), adviezen aan en aanpakken voor leerkrachten en adviezen aan ouders.
Aan het eind van het artikel wordt een aantal voorwaarden geschetst om het pestprobleem op school effectief aan te pakken. In de eerste plaats moet het als probleem worden gezien door de betrokken partijen: leerkrachten, ouders en leerlingen (potentiële zondebokken, pesters en de zwijgende middengroep). In de tweede plaats dient de school te beschikken over een preventieve aanpak. Deze bestaat onder andere uit de behandeling van het onderwerp met leerlingen, waarna met hen afspraken worden gemaakt, bestaande uit regels en straffen. Hiervan moeten tevens de ouders op de
hoo¬gte worden gesteld. Als pesten desondanks toch optreedt, zullen leerkrachten in de derde plaats moeten kunnen signaleren en in de vierde plaats duidelijk stelling nemen. In de vijfde plaats zal de school moeten beschikken over een aantal curatieve aanpakken, neergelegd in een gedragswijze hoe om te gaan met de pestproblematiek op school. Weigert de school het probleem aan te pakken, doet ze dit op inadequate wijze of leidt de aanpak niet tot het gewenste resultaat, dan kan de ouder van een gepest kind bij het bestuur een beroep doen op artikel 3 van de Arbeidsomstandigheden (ARBO)wet. Daarin is opgenomen dat iedere werkgever, dus ook een schoolbestuur, maatregelen heeft te treffen inzake alle mogelijke ongewenste omgangsvormen, waaronder nu ook pesten. Tevens geldt hierbij een omgekeerde bewijslast: moesten vroeger ouders ‘bewijzen’ dat hun kind werd gepest, wat op eenvoudige wijze door de school kon worden ontkend, de nieuwe versie van de wet eist dat de school aantoont dat er niet wordt gepest. Als derhalve een door de ouders ingeschakelde deskundige heeft aangetoond dat er sprake is (geweest) van pesten, heeft de school een probleem.

029
De Probleemaanpak (1993).
Nijmegen: Berkhout.
ISBN    : 978 90 6310 018 3.
Pagina's: 117.

Scholen worden dagelijks geconfronteerd met allerlei soorten problemen die in veel gevallen op een uiterst menselijke manier worden aangepakt. Ze worden ontkend. Als dit niet of niet mee¬r mogelijk is, pakt men ze ad hoc aan. Als ook dit niet de oplossing blijkt te zijn, wordt een noodverband aange¬bracht. En als ook dit niet meer blijkt te werken, wordt een onvol¬ledige analyse uitgevoerd. Hierdoor worden de problemen niet opgelost en ontstaat het gevaar dat men gedemotiveerd raakt en de problemen laat voor wat ze zijn.
In dit boek wordt een structurele aanpak beschreven van problemen op het gebied van de leerlingbegeleiding. De aanpak wordt toege¬licht aan de hand van drie onderwijsproblemen, te weten: motivatieproblemen van leerlingen, de begeleiding van een probleemklas en de opvang van instroomleerlingen.

Doelgroep: Directie, intern begeleider, coördinator, leerkracht basis en voortgezet onderwijs; docenten en studenten Lerarenopleidingen.

030
Machtsmisbruik op school (1993).
Schiedam   : Segers.
ISBN       : 978 90 70188 651.
Pagina's   : 50.
Bestelwijze: Telefonisch of schriftelijk aan te vragen bij de uitgever: Nieuwe Haven 71 C, 3116 AA Schiedam, 0104260900

De tekst op de achterflap van dit boek luidt: ‘Psychische en fysieke mishandeling, treiterijen, seksuele intimidatie en uitstoting zijn vormen van machtsmisbruik. Dit komt niet alleen in gezinnen, bedrijven of het leger voor, maar ook in het onderwijs: tussen leerlingen onder¬ling, leerlingen en leerkrachten, leerkrachten en leerlin¬gen, teamleden onderling, tussen school en ouders en tussen ouders en school.
Machtsmisbruik op school is niet bedoeld om een hetze te ontketenen tegen leerlingen, leerkrachten, ouders, directies of schoolbesturen. Het vraa¬gt aandacht voor diverse mogelijke ontsporingen van macht op school en het reikt een weg aan om er daadwerkelijk iets aan te doen. Hoe? Door een vertrouwensgroep aan te stellen en zich aan te sluiten bij een absoluut onafhankelijke klach¬tencommissie. Het behoort tot hun taak van de school een plaats te maken waar leerlingen,
lee¬rkrachten en ouders veilig kunnen zijn.

Doelgroep: Vertrouwenspersonen en docenten alle onderwijssoorten; medewerk(st)ers van Riaggs, Onderwijsbegeleidingsdiensten, GGDen en Schoolartsendiensten.

031
Kinderen en pesten, wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen (1993).
Utrecht: Kosmos, 3e druk.
ISBN   : 978 90 215 2048 6.
Pagina : 111.
Dit boek is uitverkocht, maar nog wel te leen bij de Openbare Bibliotheek.

Tijdens lezingen voor ouders bleek een grote behoefte te bestaan aan achtergrondinformatie over het verschijnsel. Omdat vaak dezelfde vragen werden gesteld, werden de door ouders meest gestelde vragen in dit boek beantwoord. Het zijn: de verschillen tussen plagen en pesten; de gevolgen voor het slachtoffer; de rol van de leerkracht; de gevoelens van ouders van gepeste kinderen; wat ouders kunnen doen en de noodzakelijke samenwerking tussen ouders en school om het probleem op te lossen. Na elke vraag en antwoord zijn citaten uit een scriptie en van brieven van exslachtoffers van pesten opgenomen.

Doelgroep: Ouders van leerlingen basis en voortgezet onderwijs.

032
Preventie seksuele intimidatie, draaiboek workshop (1993). Den Bos¬ch: Katholiek Pedagogisch Centrum.
Pagina's : 35 plus 22 sheets.

Het draaiboek bestaat uit een inleiding, het eigenlijke
dra¬aiboek workshop en een paragraaf over een vertrouwensgroep en klachtencommissie. Als volgt.
De inleiding betreft de onderwerpen: aandacht voor seksuele intimidatie, waarom aandacht voor seksuele intimidatie, doel van het draaiboek, tien stappen, opbouw workshop en deelname workshop.
Het eigenlijke draaiboek workshop betreft: kennis¬making, inleiding, vragen inventariseren, vragen beantwoor¬den, beschikbare literatuur en lesmateriaal, opdracht in tweetallen en aanpak voor de eigen school.
De paragraaf ver¬trouwens¬groep en klachtencommissie schetst mogelijke onder¬werpen voor een inleiding, zoals: wat is seksuele intimida¬tie, een vorm van machtsmisbruik, vormen van machtsmisbruik binnen school, partijen en psychologische mechanismen, reac¬ties van de omgeving, het woord emancipatie verklaard, vijf¬sporenaan¬pak van seksuele intimidatie, noodzaak van een ver¬trouwens¬groep, maatschappelijke ontwikkelingen vertrouwens¬groep, emancipatiebeleid ministerie van OCW, ontwikkelin¬gen in beleid ministerie van OCW, hoe te komen tot een vertrouwensgroep, vertrouwenspersoon en klachtencommissie, vaardigheden vertrouwenspersonen, plaats van de vertrouwens¬persoon in de schoolorganisatie, klachtencommissie en cura¬tie en preventie van machtsmisbruik en seksuele intimidatie binnen school.
Een noten en literatuurover¬zicht, drie bij¬lagen (overzicht veelgestelde vragen, be¬schikbare literatuur en lesmateriaal, adressen van instan¬ties) en de afdrukken van de sheets sluiten de brochure af.

033
Brochure, behorend bij de landelijke actie tegen pesten, uitgebracht door de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs (1994).

Op 2 november 1994 brachten de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs (LOBO, NKO, Ouders en Coo, VOO), middels een persconferentie, een pakket tegen pesten naar buiten. Het pakket bestond uit: een Nationaal Onderwijsprotocol tegen Pesten. Één pagina met daarop een aantal voornemens om pesten aan te pakken; een poster met de slogan Pesten, over en uit; een aantal adviezen aan ouderverenigingen om pesten binnen de school op de agenda te krijgen en een brochure, met daarin ene concrete uitwerking van mijn zogeheten vijfsporenaanpak van pesten. In 1997 werd deze brochure voor de eerste keer herzien. In dat jaar gaven de ouderverenigingen echter aan dat ze, na een groot aantal jaren gratis gebruik te hebben gemaakt van mijn diensten, daar bij hun vervolgactiviteiten op de aanpak van pesten geen gebruik meer van wensten te maken. Hun argument: ik zou voor hen te ‘duur’ zijn geworden. Daarop vroegen ze voor de aanpak van pesten bij het ministerie van OCW subsidie aan, welke subsidie werd verleend.
In 2002 kreeg ik echter, middels een subsidie van de Rabobank Foundation, de mogelijkheid om een groot aantal producten samen te stellen die in 2010 op de inmiddels verbeterde versie van www.pesten.net werden geplaatst. Hierop is, onder de kopjes Algemene info en Beleidsplan, informatie opgenomen over (de hulp bij) het maken van een beleidsplan psychosociale veiligheid.
 
034
Attitudeverandering door middel van pestprojecten op school (1995). In: A. Collot d'EscuryKoenigs e.a., Sociale vaardigheids¬trainingen voor kinderen: indicaties, effecten,
kn¬el¬punten.
Lisse   : Swets en Zeitlinger.
ISBN    : 978 90 265 1445 X.
Pagina's: 263274.

In deze bijdrage wordt eerst beschreven wat onder pesten wordt verstaan, hoe pesten ontstaat en in stand wordt gehouden. Bij de analyse van pestproblemen wordt gekeken naar groepen c.q. partijen, die veelal bij pesten betrokken zijn en mechanismen die bij pesten op school een rol spelen. Deze analyse kan worden doorgetrokken naar vormen van machtsmisbruik en geweld binnen het gezin, het bedrijf en de maatschappij. Vervolgens wordt een verklaringsmodel van pesten gegeven. Factoren die pestgedrag veroorzaken worden toegelicht. Bij pestproblemen spelen attituden een belangrijke rol; niet alleen attituden van leerlingen, maar ook van
lee¬rkrachten en ouders. Attitudeverandering wordt in veel pestprojecten beoogd. De componenten waaruit een attitude bestaat en de strategieën om attituden te veranderen komen in dit artikel vervolgens aan de orde. Tenslotte wordt een aantal criteria gegeven om pestprogramma's te beoordelen.

Doelgroep: Psychologen, (ortho)pedagogen; medewerk(st)ers Riaggs, Onderwijsbegeleidingsdiensten, GGDen en Schoolartsendiensten.

035
Een vertrouwenspersoon op iedere school (1995).
Docentengids voortgezet onderwijs, 3, pp. 111.

000
Pesten moet verboden worden (1995).
Inleiding op het VOOsymposium Geweld op school, wat te doen (1995). Symposiumverslag.
ISBN 978 90 72272 32 3.

De namen van de inleiders en de titelsvan hun inleidingen waren als volgt:
1 Geweld op school, normen en waarden zijn in het onderwijs in het geding, J. de Ruiter.
2 Pesten moet worden verboden, Bob van der Meer.
3 Seksuele intimidatie als uiting van geweld, G. van der Hoven.
4 Geweld en preventie op school, T. Mooij.

000
Pesten bij kinderen, adviezen aan volwassenen (1996).
Driebergen: Oudes en Coo.
ISBN 978 90 75760 019.

036
Nationale ouderavond tvgeweld (1996).
Hilversum: Tele¬ac/Not.

Teleac/NOT maakte, op verzoek en met subsidie van de ministeries van OCW, Justitie en VWS, een pakket over het onderwerp 'Geweld op tv' en de invloed daarvan op kinderen. Een onderdeel van dit pakket bestaat uit een mogelijke opzet van een ouderavond hierover.

Doelgroep  : Ouders van basis en voortgezet onderwijs.
Bestelwijze: Informatie over het pakket is te krijgen via de Klantenservice van Teleac/NOT, 09001344.

037
Cursuswijzer, een overzicht van cursussen ter aanpak en preventie van geweld op scholen (1996).
Utrecht: Algemeen Pedagogisch Studiecentrum.

In het kader van de landelijke actie tegen geweld op school, getiteld De Veilige School, werd het overzicht, in opdracht van het ministerie van OC¬W, gemaakt en onder de titel Wegwijzer De veilige school uitgebracht. De diskette bevat een overzicht van alle cur¬sussen, tezamen met de adressen, telefoonnummers, prijzen en contactpersonen, die op alle aspecten van geweld en veilig¬heid in Nederland waren ontwikkeld en werden gegeven.

Doelgroep  : Directie, leerlingbegeleider, counselor, vertrouwenspersoon, coördinator, intern begeleider basis en voortgezet onderwijs, bve.
Bestelwijze: De diskette is te bestellen bij APS, Postbus 85475, 3508 AL Utrecht.

038
Pesten op school, lessuggesties voor leerkrachten (1997). Assen   : Van Gorcum, 2e druk.
ISBN    : 90 232 3239 9.
Pagina's: 119.

In dit boek worden, na een korte theoretische verantwoording, lessuggesties gegeven voor leerkrachten van groep 1 t/m 8 en van klas 1 t/m 6 om pesten op school structureel aan te pakken. Lessuggesties voor leerkrachten bleek noodzakelijk omdat allerlei organisaties lesmaterialen en pest¬koffers maakten en niet benadrukten dat pesten niet via een¬malige projecten op te lossen is. Er zijn voornamelijk les¬suggesties opgenomen die een beroep doen op het vergroten van het empathisch (invoe¬lend) vermogen van de leerlingen.

Doelgroep: Leerkrachten basis en voortgezet onderwijs; docenten en studenten Lerarenopleidingen.

039
Pesten op het werk (1997).
Assen   : Van Gorcum, 2e druk.
ISBN    : 90 232 3294 1.
Pagina's: 86.

Onderzoek in Zweden leverde op dat binnen bedrijven 3.5% van de medewerk(st)ers wordt gepest door collega's of leidinggevenden. Voor Nederland betekent dit dat plus minus 250 000 medewerk(st)ers binnen bedrijven en organisaties het overkomt. In het boek worden de volgende onderwerpen behandeld: pesten; partijen en mechanismen; strategieën van het management en van collega's; gevolgen voor alle partijen en oplossingen. In ieder hoofdstuk is een aantal gevalsbeschrijvingen opgenomen.

Doelgroep: Afdeling P&O, directie, Ondernemings of Medezeggenschapsraad, ver¬trouwenspersoon, maatschappelijk werkende van bedrijven, scholen en organisaties.

040
Businessplan Stichting Europees Expertisecentrum voor Veiligheid (1997).
Rosmalen: E2V2/E24S.

041
Pilotonderzoek naar de effectiviteit van een structurele aanpak van pesten tussen leerlingen op school (1997).
Rosmalen: E2V2.

Dit project, gedurende het schooljaar 2002001 uitgevoerd op twee scholen voor basisonderwijs in RotterdamNoord, werd mogelijk gemaakt door een subsidie van de Stichting Achmea Slach¬toffer en Samen¬le¬ving (SASS) en leverde, naast een aantal concrete produc¬ten, een waarde¬ringssubsidie van de gemeente Rotterdam op voor het maken van een brochure over de aanpak van pesten. De brochure werd in 2006, met als titel Normen en waarden, een concrete aanpak, uitgebracht.
 
042
Opleiden van therapeuten in de hulp aan (ex)slachtoffers van pesten en in de hulp aan notoire pesters (1997).
Rosmalen: E2V2.

043
Professionele ondersteuning en advisering bij de toenemende vraag via internet over pesten en gepest worden (1997).
Rosmalen: E2V2.

Deze activiteit werd gesubsidieerd door de Rabobank Foundation. Het leverde de volgende producten op: een trefwoordenlijst; inhoudsbeschrijvingen van de publicatie Pesten op schoo¬l, overzicht van artikelen; overzicht van de vindplaatsen in de artikelen per trefwoord; door ouders, tijdens een lezing voor ouders over pesten, gestelde vra¬gen en de beantwoording ervan; uitgebreide beantwoording van vijftig onderwer¬pen; korte beant¬woording van door bezoekers van de website www.p¬es¬ten.net gestelde vragen en vijf brieven van (ex)s¬lac¬htof¬fers van pesten.

044
Budo voor pesters, gepesten en de zwijgende middengroep
(19¬97).
Rosmalen: E2V2.

045
Aanpak van pesten (1998). In: J.D. van der Ploeg & T. Mooij (red.), Geweld op school, achtergronden, omvang, oorzaak, preventie en aanpak, pp. 183194.
Rotterdam: Lemniscaat.

046
Communicatie over vertrouwenspersonen (1999).
Alphen aan den Rijn: Samsom Uitgaven. Handboek Communicatie in het onderwijs, 2221, pp 131.

047
Pesten tussen onderwijspersoneel. Hoe communiceer je? (1999)
Hand¬boek Personeelsbeleid in de autonome school, B342, pp. 115.

048
Videoband Pesten op het werk, gesprek met Martin en zijn vrouw (1999).
Rosmalen: Stichting E2V2, 3e oplage.
Heerlen : Jan Kloekke Communicatie.

Vóór 1999 was het niet gelukt om op het werk gepeste vol¬wassenen zover te krijgen dat zij voor de kamera hun verhaal over pesten vertelden. Mogelijke oorzaken waren: zij sch¬aamden zich ervoor dat hen dit was overkomen; hadden hun exwerkgever bij het ontbinden van de arbeidsovereenkomst beloofd dat ze geen mededeling over hun 'behandeling' door collega's of directie zouden doen; hadden een nieuwe werkkring gevonden en wilden niet dat hun nieuwe collega's of directie hun 'geheim' kenden, zodat het weer opnieuw zou beginnen; of waren met sollicitaties bezig.
Martin en zijn vrouw durfden het wel aan en vertellen hún verhaal integraal. De exwerkgever heeft  om voor hem moverende redenen  besloten te volstaan met een uitvoerig schrifte¬lijk commentaar, dat bij de videoband wordt geleverd.
De videoband van het gesprek met de exwerknemer en zijn vrouw én het schriftelijk commentaar van de exwerkgever is uiterst interessant materiaal om binnen een bedrijf 'pesten op het werk' aan de orde te stellen.
Hierover wordt binnen bedrijven en organisaties nog weinig gesproken. Het is nog een groot taboe. En dit terwijl onderzoek heeft aangetoond dat één op de vier werknemers in een werkzame periode van 30 jaar de kans loopt gedurende zes maanden te worden gepest, met alle negatieve gevolgen voor degene die wordt gepest, maar ook voor het bedrijf of organisatie. Hetzelfde onderzoek toonde namelijk aan dat elk pestgeval binnen bedrijven of organisaties het bedrijf of organisatie tussen de 15 000, en 45 000, euro kost.

049 
Pesten op het werk, reactie exwerkgever en adviezen voor het gebruik van de band (1999).
Rosmalen: E2V2.
In deze brochure wordt de reactie van de exwerkgever van Martin gegeven, waarna een aantal adviezen volgt om het onderwerp binnen bedrijven en organisaties uit de taboesfeer te halen.

050
Pesten op school, overzicht van artikelen over pesten in de periode 19871997 (1999).
Rosmalen: E2V2

Onder nummers 128 tot en met 150 zijn op www.pesten.net
23  gedurende een tijdsbestek van 11 jaar (19871997)  gepubliceerde artikelen over pesten opgenomen. Niet alle in deze periode verschenen artikelen werden echter opgenomen. Het selectiecriterium voor opname was: het artikel moest iets nieuws toevoegen aan (de) reeds bekende informatie.
Elk artikel wordt voorafge¬gaan door een inleiding waarin enerzijds wordt aangegeven welke nieuwe ontwikkeling plaatsvond, anderzijds kritiek wordt gepareerd of gegeven en in weer andere gevallen ach¬tergrondinformatie wordt verschaft. De artikelen zijn afkom¬stig uit diverse tijdschriften, van Margriet tot Tijdschrift voor Orthopedagogiek.

Doelgroep   : Leerkrachten van alle onderwijssoorten; psychologen, (ortho)pedagogen; medewerk(st)ers van Riaggs, Onderwijsbegeleidingsdiensten, GGDen, Schoolartsendiensten; docenten en studenten Lerarenopleidingen.

051
Lees en voorleesboeken over pesten (1999).
Rosmalen: E2V2.

Een goede manier om leerlingen te attenderen op het verschijnsel pesten is: zelf voorlezen uit boeken over anderszijn, rood haar hebben, verhuizen, bedplassen, vriendjes of vriendinnetjes maken, pesten of hen hierover laten lezen en er een spreekbeurt over te laten houden, een samenvatting te maken of een scriptie te schrijven. Om deze reden werd een overzicht gemaakt van (bijna) alle lees en voorleesboeken over deze onderwerpen. Omdat niet alle boeken meer leverbaar zijn, wordt een vermelding hierover opgenomen en wordt aangegeven of ze via de Openbare Bibliotheek (nog wel) verkrijgbaar zijn. Het overzicht is, onder nummer 029, opvraagbaar bij www.pesten.net.

Doelgroep   : Leerkrachten, leerlingen en ouders basis en
voo¬rtgezet onderwijs; Docenten en studenten Lerarenopleidingen.

052
Ballet Pijn die pesten heet (1999).
Utrecht : Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, afdeling VODA.
Auteur  : Joke de Bakker.
Techniek: Jan Kloekke Communicatie.
Duur    : 24 minuten.

Deze videoband bevat een integrale opname van een ballet over pesten, uitgevoerd door amateur danseressen tussen de twaalf en negentien jaar. Het ballet werd bedacht en met haar leerlingen ingestudeerd door Joke de Bakker, balletpedagoge. Het nut van het kijken naar de videoopname van het ballet is uiterst zinvol, wanneer daarvóór aan de leerlingen een aantal voorbereidende opdrachten zijn gegeven. Deze zijn in Ballet Pijn die pesten heet, begeleidend materiaal, opgenomen.

Doegroep    : Docenten en leerlingen bovenbouw voortgezet onder¬wijs, bve en Lerarenopleidingen.
Bestelnummer: 601.002.
Bestelwijze : Schriftelijk, onder vermelding van titel en bestelnummer, aan te vragen bij APS, afdeling VODA, Postbus 85475, 3508 AL Utrecht of via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .

053
Ballet Pijn die pesten heet, begeleidend materiaal (1999). Utrecht : APS, afdeling VODA.
ISBN    : 978 90 6607 323 3.
Pagina's: 25.

Voor een optimaal gebruik van het Ballet Pijn die pesten heet is begeleidend materiaal voorhanden, bestaande uit een aantal gebruiksmogelijkheden van het ballet. De laatste en waarschijnlijk meest effectieve gebruiksmogelijkheid is: de leerlingen in groepen indelen en hen verschillende opdrachten geven. Hierbij worden twee andere publicaties ingeschakeld: Documentaire Pijn die pesten heet, Lees en voorleesboeken over pesten.

Doelgroep   : Docenten en leerlingen van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs; docenten en studenten Lera¬renopleidingen.
Bestelnummer: 601.006.
Bestelwijze : Schriftelijk, onder vermelding van de titel en het bestelnummer, aan te vragen bij APS, afdeling VODA,
Pos¬tbus 85475, 3508 AL Utrecht of via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .

054
Documentaire Pijn die pesten heet (1999).
Utrecht: Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, af¬deling VODA.
Techniek: Jan Kloek¬ke Communicatie
Duur    : 43 minuten

Deze documentaire geeft achtergrondinformatie over het verschijnsel en oplossingen. Aan het woord komen leerkrachten basis en voortgezet onderwijs, een deskundige op het onderwerp en een aantal slachtoffers van pesten. De band is geschikt om leerkrachten en ouders uit alle soorten onderwijs kennis te laten nemen van (de ernst van) het probleem en hen daarna te laten discussiëren over de aanpak ervan. De band is tevens geschikt voor leerlingen uit de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en kan het beste worden ingepast in het Begeleidend materiaal bij het Ballet Pijn die pesten heet.

Doelgroep   : Leerkrachten en ouders basisonderwijs, voortgezet onderwijs; leerlingen bovenbouw voortgezet onderwijs, bve; docenten en studenten Lerarenopleidingen.
Bestelnummer: 601.001.
Bestelwijze : Schriftelijk, onder vermelding van titel en bestelnummer, aan te vragen bij APS, afdeling VODA, Postbus 85475, 3508 AL Utrecht of via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .

055
Brochure Een veilige school, overzicht van activiteiten en publicaties (2000).
Rosmalen: E2V2.

Een veilige school, overzicht van activiteiten en publicaties bevat een overzicht van workshops en ondersteu¬ningsactiviteiten; een publicatieoverzicht op de gebie¬den probleemoplossen, pesten op school, vertrouwens¬perso¬nen, geweld op school en pesten op het werk; en van twee cdroms.

056
Brochure Een veilig bedrijf, overzicht van activiteiten en publica¬ties (2000).
Rosmalen: E2V2.

Na een voorwoord en een verantwoording worden mogelijke activiteiten beschreven die kunnen worden toegepast binnen bedrijven en organisaties om pesten op het werk bespreekbaar te maken en ook daadwerkelijk aan te pakken, waarna een
ove¬rzicht wordt gegeven van publicaties. Ze bestaan uit het boekje Pesten op het werk; de videoband Pesten op het werk, gesprek met Martin en zijn vrouw; de brochure met als titel Reactie exwerkgever Martin en adviezen voor het ge¬bruik van de band en een overzicht van interviews over pes¬ten op het werk.
 
057
School en geweld, oorzaken en aanpak (2000).
Assen   : Van Gor¬cum, 2e druk.
ISBN    : 978 90 232 3503 3.
Pagina's: 100.

Geweld is een groeps en een maatschappelijk gegeven. Het is ook een probleem van alle tijden. De stellingen die in deze publicatie worden geponeerd zijn: wil men geweld op school adequaat aanpakken, dan dient aan drie voorwaarden te worden voldaan. In de eerste plaats moet geweld structureel en niet via eenmalige, kortstondige projecten worden aangepakt. In de tweede plaats is het raadzaam te beschikken over een verklaringsmodel van geweld. En tot slot moet men weet hebben van de psychologische mechanismen of wetmatigheden die bij geweld optreden. Deze voorwaarden worden uitgewerkt, waarna oplossingen worden geschetst: curatief en preventief. Eén van de bijlagen is een checklist die het mogelijk maakt na te gaan wat er allemaal zou moeten gebeuren om een school veilig of nog veiliger te maken.

Doelgroep: Leerkrachten basis en voortgezet onderwijs; beleidsmedewerk(st)er ministerie OCW, VWS, Justitie, Binnenlandse Zaken en Afdeling Onderwijs Gemeenten; docenten en studenten Lerarenopleidingen.

058
CDRom Sociogrammethode (2000).
Rosmalen: E2V2.

De methode en het instrument
De oorspronkelijke benaming van de cdrom was CDRom Sociogramstaafdiagrammethode, een samenvoeging van de woorden sociogrammethode en staafdiagram.

Sociogrammethode
De sociogrammethode is een betrouwbare en valide methode, een van de weinige methoden in Nederland die aan beide voorwaarden voldoet. Zij meet derhalve telkens wat ze bedoelt te meten.
De twee vragen die aan leerlingen van de laatste drie groepen van het basisonderwijs en van de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs worden gesteld zijn: met wie ga je om (drie antwoordmogelijkheden) en met wie ga je niet om
(e¬veneens drie antwoordmogelijkheden).
Vroeger werden de antwoorden op deze twee vragen gebruikt voor het maken van een sociogram en werden ze 'vertaald' naar een visuele weergave van de mate van geliefdheid van leerlingen in een klas of groep. Deze gegevens leverden veel informatie op, maar de werkwijze was arbeidsintensief.

Staafdiagram
Omdat tijd kostbaar is en we de beschikking hebben over de computer, is het volgende bedacht. Aan de na¬men van de leerlingen die genoemd worden op de vraag 'met wie ga je om?' werden positieve (+3, +2 en +1) en aan de namen van de leerlingen die genoemd werden op de vraag 'met wie ga je niet om?' werden negatieve (3, 2 en 1) cijfers toegekend, zowel positief als negatief opgeteld en van el¬kaar afgetrokken. Daaruit ontstonden positieve, nul of ne¬gatieve scores, die middels staafdiagrammen (een blokje van het totaalaantal van de positieve cijfers en een blokje van het totaalaantal van de negatieve cijfers) per leerling, visueel worden weergegeven.
Voordat men de leerlingen echter vraagt de namen van hun klasgenoten te noemen, wordt hen informatie verstrekt over het gebruik van deze gegevens door de leerkracht.
Wanneer alle leerlingen van de klas of groep individueel de opdracht vanachter de computer hebben uitgevoerd, beschikt de leerkracht over een uitdraai van de mate van geliefdheid van iedere leerling.
Op grond hiervan krijgt men zicht op leerlingen die niet of weinig geliefd zijn bij hun klasgenoten; is het mogelijk de nietgeliefde leerlingen in hun omgang met hun klasgenoten nauwkeuriger te observeren en na te gaan of ze worden buitengesloten of gepest en door wie; kan men de gegevens gebruiken om groepen samen te stellen; is men beter dan voorheen in staat nietgeliefde leerlingen aan (zeer) geliefde leerlingen te koppelen en deze laatsten verantwoordelijk te maken voor de veiligheid van de eersten; is het mogelijk deze gegevens bij de (nieuwe) indeling van klassen of groepen te gebruiken, op structurele wijze aandacht te besteden aan pesten, geweld of buitensluiten en/of sociale vaardigheidstrainingen te gaan verzorgen voor alle leerlingen.
Een uitwerking van deze mogelijkheden treft men aan in de Brochure sociogrammethode, adviezen voor afname en begeleiding.

Naam        : CDRom Sociogrammethode
Auteur      : Bob van der Meer
Doelgroep   : Leerkrachten en leerlingen groepen 6, 7 en 8 basisonderwijs en klassen 1, 2 en 3 voortgezet onderwijs

Voorwaarden : De klant tekent een contract waarin een aantal voorwaarden wordt gegeven voor de afname van de test, de interpretatie van en de omgang met de gegevens. Ook verklaart men geen kopieën te maken van de cdrom, ook niet voor nevenvestigingen of dépendances. De eerste soort voorwaarden worden gesteld in verband met de 'gevoeligheid' van de informatie. En de tweede voorwaarde in verband met het feit dat in het maken van de cdrom en de brochure veel tijd is geïnvesteerd, tijd die via de verkoop van de cdrom en de brochure moet worden 'terugverdiend'.

059
¬Brochure Soci¬ogrammethode, adviezen voor afname en bege¬leiding (2000).

Auteur      : Bob van der Meer
Doelgroep   : Leerkrachten groepen 6, 7 en 8 basisonderwijs               en klassen 1, 2 en 3 voortgezet onderwijs

060
CDRom Signaleringsinstrument risicoleerlingen (2000).
Ros¬malen: E2V2.

Sommige leerlingen kunnen als risicoleerling worden aangemerkt. Ze vormen een gevaar voor zichzelf, voor andere
lee¬rlingen of leeftijdgenoten, voor docenten en  uiteindelijk  voor de maatschappij. Ze hebben bijvoorbeeld weinig empathisch (invoelend) vermogen, zijn impulsief, agressief of pesten. Of ze worden buitengesloten, mishandeld of seksueel misbruikt, ervaren eenzaamheid, hebben een laag zelfbeeld of psychische problemen.
Om deze leerlingen op efficiënte wijze te signaleren en hen en  eventueel  hun ouders op effectieve wijze hulp te bieden, is een instrument ontwikkeld, een signaleringsinstrument risicoleerlingen. Dit instrument bestaat uit drie soorten vragen en uit een opdracht. De eerste soort zijn vragen die leerlingen over elkaar beantwoorden. De tweede soort zijn vragen die leerlingen over zichzelf beantwoorden. En de derde soort is slechts één vraag die door de leerkracht(en) wordt/(worden) beantwoord. Tot slot de opdracht. Deze bestaat uit het maken van een tekening, een opstel of een verhaal over kindermishandeling. Deze opdracht was onderdeel van de voorbereiding van de landelijke actie tegen kindermishandeling, die in 19911992, met als slogan Over sommige geheimen moet je praten, werd uitgevoerd.
Wanneer de leerlingen de vragen over elkaar en zichzelf vanachter de computer hebben beantwoord, de leerkrachten hún vraag hebben beantwoord en de leerlingen de teken, opstel of verhaalopdracht in een tekenles, les Nederlands of begeleidingsles hebben uitgevoerd, worden de resultaten geïnterpreteerd, de risicoleerlingen geselecteerd, waarna adequate hulp wordt geboden.
De cdrom Signaleringsinstrument risicoleerlingen levert uiterst gevoelige informatie op. Om deze reden kan de cdrom niet worden aangeschaft, dan tenzij na het volgen van het Studiedagdeel signaleringsinstrument risicoleerlingen.

Studiedagdeel signaleringsinstrument risicoleerlingen

Sommige leerlingen kunnen als risicoleerling worden aangemerkt. Zij vormen een gevaar voor zichzelf, voor andere
lee¬rlingen of leeftijdgenoten, voor leerkrachten en  uitein¬delijk  voor de maatschappij. Ze hebben bijvoorbeeld weinig empathisch (invoelend) vermogen, zijn impulsief,
agr¬essief of pesten. Ze worden gepest, buitengesloten, in de thuissi¬tuatie mishandeld of seksueel misbruikt, ervaren eenzaam¬heid, zijn depressief, hebben een laag zelfbeeld of psychi¬sche problemen.
Om deze leerlingen op efficiënte wijze te signaleren en hen, hun ouders en hun klasgenoten daarna op effectieve wijze hulp te bieden, is een instrument ontwikkeld, een signaleringsinstrument risicoleerlingen.
Uitgangspunten voor dit instrument vormen de in de literatuur gevonden relaties tussen een groot aantal factoren. Het sta¬rtpunt van het instrument is de sociometrie als methode om relaties tussen leeftijdgenoten vast te stellen.
De workshop begint met een opsomming van wat in groepen en met individuen op sociaalemotioneel gebied kan gebeuren en eindigt met het signaleringsinstrument risicoleerlingen.
Na afloop van de workshop wordt, onder strikte voorwaarden, de cdrom signaleringsinstrument risicoleerlingen overhandigd aan de school.  

Doelgroep                : Leerkrachten groepen 6, 7 en 8, intern begelei¬der, directie basisonderwijs; mentoren klassen 1, 2 en 3, leer¬lingbegeleider, counselor, coördinator, directie voort¬gezet onderwijs.
Investering school       : Een dagdeel.
Investering ondersteuning: Anderhalf dagdeel.

Drie soorten oordelen en een opdracht

Het signaleringsinstrument risicoleerlingen bestaat, zoals gezegd, uit drie soorten oordelen en een opdracht.

Oordelen van leerlingen over elkaar
De vragen over maximaal drie klasgenoten  in volgorde van belangrijkheid  zijn:
 Met wie ga je om en met wie ga je niet om?
 Welke leerlingen worden gepest?
 Welke leerlingen pesten, gebruiken geweld, maken ruzie, verstoren de orde?
In tegenstelling tot de sociogrammethode, waarbij de ruwe scores worden gebruikt om de mate van geliefdheid in staafdiagrammen weer te geven, worden nu de resultaten op deze vragen in standaardscores uitgedrukt, zodat met behulp van de antwoorden op de vragen 'met wie ga je om?' en 'met wie ga je niet om?' nu ook de sociometrische statustype per
lee¬rling kan worden berekend.

Oordelen van leerlingen over zichzelf
De vragen hebben betrekking op: leertaakgerichtheid, zich sociaal aanvaard voelen, sociale wenselijkheid, eenzaam¬heid, zelfbeeld, impulsiviteit en empathisch vermogen.
De eerste drie factoren zijn afkomstig uit de schoolvragenlijst (SVL), nu QALI geheten. De resultaten hierop worden overgenomen en ge¬plaatst binnen het signaleringsinstrument risicoleerlingen. De vragen over eenzaamheid, zelfbeeld en impulsiviteit zijn afkomstig uit het Scholierenonderzoek 1994. De vraag om het empathisch vermogen van leerlingen te meten is nog niet in¬gevuld.

Oordeel van de leerkracht(en) over  de prestatiemotivatie van de leerlingen
De vraag is: Kan leerling meer presteren? De antwoordmogelijkheden: ja/nee. De leerkracht/en beantwoordt/beantwoorden deze vraag over alle leerlingen.

Opdracht
De opdracht tot slot bestaat uit het maken van een tekening, een verhaal of opstel over kindermishandeling, seksueel misbruik of over een geheim.

CDRom signaleringinstrument risicoleerlingen

Auteur     : Bob van der Meer
Doelgroep  : Leerkrachten en leerlingen groepen 6,7 en 8 basisonderwijs en klassen 1, 2 en 3 voortgezet onderwijs
Bestelwijze: De cdrom kan niet worden aangeschaft dan tenzij na het volgen van het studiedagdeel Signaleringsinstrument risicoleerlingen.
Voorwaarden: De school tekent een contract waarin een aantal voorwaarden wordt aangegeven voor de afname van de test, de interpratetie van en de omgang met de gegevens. Ook verklaart de school geen copieën te maken van de cdrom, ook niet voor nevenvestigingen of dépendances. De eerste soort voorwaarden worden gesteld in verband met de 'gevoeligheid' van de informatie. En de tweede voorwaarde in verband met het feit dat in de vervaardiging van de cdrom en de brochure veel tijd is geïnvesteerd, tijd die via de verkoop van de cdrom en de brochure moet worden 'terugverdiend'.

061
Brochure Signaleringsinstrument risicoleerlingen, achtergronden en verantwoording (2000).
Rosmalen: E2V2/E24S.
Auteur      : Bob van der Meer
Doelgroep   : Leerkrachten groepen 6,7 en 8 basisonderwijs en klassen 1,2 en 3 voortgezet onderwijs.

062
Interviews over pesten op het werk (2000).
Rosmalen: E2V2.

Vanaf het verschijnen van het boek Pesten op het werk werden interviews gegeven aan dag en weekbladen, personeelsbladen van ministeries en provinciehuizen en vaktijdschriften van P&O en Ondernemingsraden. In elk interview wordt een verschillende kant van het probleem geschetst en oplossingen geboden. De interviews kunnen worden gebruikt om snel van de materie op de hoogte te raken, maar ook om (gedeelten ervan) te publiceren in eigen perso¬neelsbladen.

063
Pesten op school, een goed bewaard groepsgeheim (2002).
Pe¬dagogiek in Praktijk, 8, pp. 1014.

Kinderen trekken op het schoolplein onzichtbare lijnen. Dit noemen zij 'de beukbak'. Wanneer andere kinderen in de buurt van de beukbak komen, worden zij weggebeukt. Kinderen worden vast¬gepakt, waarna andere leerlingen met een aanloop de
sch¬ouder van de vastgehouden leerling rammen. Pesten op
sch¬ool is een bijna niet meer weg te denken fenomeen. Het lijkt bij het opgroeien te horen. De effecten van pesten kunnen kinderen echter de rest van hun leven blijven achtervolgen. Desondanks is er op veel scholen geen structureel beleid op dit gebied.
Aan de orde komen: de verschillen tussen pesten en plagen; effecten van pesten; een concrete aanpak; signalen en de onwil of onmachtkwestie.
 
064
Kinderen en pesten, wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen (2003).
Utrecht/Antwerpen: KosmosZ&KUit¬gevers, 3e volledig herziene druk.
ISBN    : 978 90 215 3625 0 of 36255.
Pagina's: 128

In deze volledig herziene uitgave worden de volgende onderwerpen aan de orde gesteld: pesten en de verschillen tussen pesten en plagen; minder dramatische voorbeelden; het pestprobleem in Japan en Nederland; kinderen die een grote kans lopen gepest te worden; oorzaken van pestgedrag; signalen van pesten; gevolgen van pesten; de schuldvraag; verband tussen pesten en zelfdoding; oplossingen voor het probleem; een straffenoverzicht; in en om de school; de ouders; kinderen wapenen tegen pesten; vragen van ouders; informatie.
In Kinderen en pesten is veel praktische informatie opgenomen die ouders en leerkrachten kunnen gebruiken om andere ouders en collega's te informeren over de aanpak van pesten. Dit boekje geldt dan ook als alternatief voor de inhoud die op de website www.pesten.net is geplaatst. Deze inhoud is in veel gevallen niet te downloaden. De reden hiervoor is dat alle mogelijke, soms zwaar gesubsidieerde, organisaties, mijn in de vrije tijd en met eigen middelen ge¬maakte content, vaak ook nog zonder bronvermelding, overna¬men.
Deze uitgave werd mogelijk gemaakt door een subsidie van de Stichting Kinderpostzegels Nederland (SKN).

000
Lessenserie over geheimen (2004).
Pesten en kindermishandeling, pagina 18.

065
066 Brochure normen en waarden, een concrete aanpak basisonderwijs (2004).
Rosmalen: E2V2, nummer 100 www.pesten.net.

067
Instructiedvd over de aanpak van pesten op het werk (2004). Rosmalen: E2V2.

De dvd is tot stand gekomen middels een opdracht van de Nederlandse Stichting voor Psychotechniek (NSvP) aan Jac¬co Groen, cineast. Dis¬tri¬butie: E2V2, Rosma¬len.

068
Brochure, behorend bij de instructiedvd over de aanpak van pesten op het werk (2004).
Rosmalen: E2V2.

De brochure is tot stand geko¬men mid¬dels een opdracht van de Nederlandse Stichting voor Psycho¬techniek (NSvP) aan Jac¬co Groen, televisiemaker. Dis¬tribu¬tie: E2V2/E24S, Rosmalen.

ISBN 978 90 809190 1 2

000
Cursus sociaalemotionele problemen van leerlingen (2004).
Rosmalen: E2V2.

000
Aanpak van pesten, oorzaken van mislukking (2007).
Rosmalen: E2V2.

Dit artikel werd geschreven naar aanleiding van een groot aantal signalen, afkomstig van ouders die meldden dat de aanpak van pestsituaties door scholen niet altijd even succesvol waren en onderzoeksvragen van studenten. De onderwerpen zijn:
 Antipestprojecten.
 Het klakkeloos overnemen van delen van een aanpak.
 Geen gebruik maken van reeds aanwezige kennis 1, onder verdeeld naar: het zondebokfenomeen; Allport;s theorie van omgang van mensen met elkaar; homofobie, twee scenario’s, scenario 1; scenario 2.
 Geen gebruik maken van reeds aanwezige kennis 2, onderverdeeld naar: componenten van een attitude; strategieën om attituden te veranderen; criteria om projecten en beleid te beoordelen.
 Geen gebruik maken van reeds aanwezige kennis 3, onderverdeeld naar: de no blame aanpak; de wraakvraag; de schuldvraag.
 Geen idee hebben over wat zich tussen leerlingen afspeelt: een roze bril.
 Slecht voorbeeldgedrag van volwassenen.
 Gebrek aan OCWbeleid, slechte producten, afwezigheid van een theoretisch kader en corruptie.

Het artikel is als nummer 062 op www.pesten.net geplaatst.

000
Hoefnagels, C. & B. van der Meer (2005). Mens sana in schola sana, pp. 301316. In: H. Baartman, R. Bullens & J. Willems (red.). Kindermishandeling: de politiek een zorg.
ISBN 978 90 6655 553 4.

In 2005 nam Herman Baartman als hoogleraar inzake kindermishandeling aan de VU afscheid, bij welk afscheid dit boek werd uitgebracht. De bijdrage van Cees Hoefnagels en mij is door Cees geschreven. Wel heb ik twee drafts gemaakt met als ingang de overeenkomsten tussen pesten en kindermishandeling, welke relatie ik in 1990 al in noot 13 van mijn publicatie Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik had neergelegd en later in een artikel heb uitgewerkt.

000
Inhoud van de inleiding uitgesproken op de persconferentie van SIRE over internetpesten op 16 maart (2006).

Op 16 maart 2006 startte SIRE haar campagne tegen internetpesten. De start vond, door middel van een persconferentie, plaats op een school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam. De slogan van deze actie luidde ‘Stop digitaal pesten’.
De inhoud is, onder nummer , op www.pesten.net geplaatst.

000
Toespraak voor de onderwijswoordvoerders van het Vlaamse Parlement in Brussel, getiteld ‘De gevolgen van pesten’ (2006).

Op 25 april 2006 werd een toespraak gehouden over de gevolgen van pesten voor de onderwijsspecialisten van het Vlaamse Parlement in Brussel. De mogelijkheid daartoe werd geboden door het feit dat, wanneer 25 000 Belgische burgers hun handtekening hebben gezet onder een petitie om een onderwerp onder de aandacht van het parlement te brengen waarvoor in het Parlement geen aandacht was, het onderwerp mag worden behandeld. Aldus geschiedde.
De inhoud van deze toespraak is onder nummer  opgenomen op www.pesten.net.

000
Beantwoording van vragen van Tweede Kamerleden over (een aanpak van) pesten (2).

000
Kanttekeningen bij het PRIMAonderzoek van het NIGZ: de kleren van de keizer en een ethisch vraagstuk (2009).
Rosmalen: E2V2.

In februari 2006 organiseerde het NIGZ een persconferentie over het door het NIGZ uitgevoerde en door TNO onderzochte PRIMAonderzoek naar een aanpak van pesten. Alhoewel er ronkend werd gedaan over de mooie onderzoeksresultaten, was het complete onderzoeksverslag zowel bij TNO, dat het onderzoek had uitgevoerd, als bij het NIGZ niet verkrijgbaar.
De summiere informatie uit het persbericht gaf een totaal ander beeld van de resultaten: geen enkel onderzochte factor was significant.
Omdat het onderzoeksvoorstel een aantal jaren eerder op veel punten was bekritiseerd, werd het toch uitgevoerd, met deze teleurstellende resultaten, om welke reden dit stuk werd geschreven. Het is onder nummer  op www.pesten.net geplaatst.
De kopjes zijn:
 Het onderzoeksvoorstel NIGZ.
 De PRIMAonderzoeksresultaten.
 Welzijn van leerlingen.
 Commentaar.
 De controlescholen hebben niet stilgezeten.
 Commentaar.
 Aanvullende informatie.
 De kleren van de keizer, waarna de ethiek.


000
Lezing op het congres op 30 november 2010 in De Reehorst in Ede over de drie voorwaarden voor een goede aanpak van pesten (2010).
Rosmalen: E2V2.

De inhoud van deze lezing is, onder het kopje Toespraak 1 en onder nummer  , op www.pesten.net geplaatst.

000
Normen en waarden, een concrete aanpak voor het voortgezet onderwijs (2010).
Rosmalen: E2V2.

Deze brochure is een verkorte versie van de brochure Normen en waarden, een concrete aanpak, welke brochure bestemd was voor leerkrachten uit het basisonderwijs. De (verkorte) versie voor het voortgezet onderwijs werd gemaakt op verzoek van Neeltje Feenstra van de cluster4 school De Wegwijzer in Schiedam. Deze school is een van de scholen met wie ik aan de school aangepaste beleidsplannen psychosociale veiligheid maak. Onder het kopje Beleidsplan op www.pesten.net wordt de school genoemd. Het product staat, onder nummer 200, op dezelfde site.

000
Pesten en kindermishandeling ().
PJG 4, V2.21/V2.219.

Per jaar uitgebrachte publicaties

Jaar: 1978 (1)
001
Het zondebokfenomeen in de lichamelijke opvoeding (1978). Thomas 19, 4, pp. 109118.

Jaar: 1979 (1)
002
Problemen en probleemoplossingsmethode in verband met de doelstelling van het vak Lichamelijke Opvoeding: bevordering van de zin tot samenwerking. Thomas 20 (1979), 4, pp. 107112 en 129.

Jaar: 1982 (1)
003
Antischool cultuur van lhnoleerlingen: voorbeelden, mogelijke oorzaken en oplossingen (1982). Thomas 23, 1, pp. 1320 en 3334; 2, pp. 4350.

Jaar: 1983 (3)
004
Gesprekken met
005
Het 3Aproject: De invloed van aandacht op de prestatiemotivatie van lhnoleerlingen; een begeleidingsproject met 18 leerlingen van een school voor lhno in amsterdamWest (1983¬). Tijdschrift voor Pedagogiek Forum voor Opvoedkunde, 8, pp. 375384.
006
Algemene Technieken voor Marokkaanse leerlingen, suggesties en hulpmiddelen (1983). Den Bosch: KPC.
007
Algemene Technieken voor Turkse leerlingen, suggesties en hulpmiddelen (1983). Den Bosch: KPC.

Jaar: 1984 (1)
008
Vergroting van de probleemoplossende en zelfvernieuwende capaciteit van de school via de planmatige aanpak van het zondebokfenomeen (1984). Thomas 24, 11/12, pp. 411419.

Jaar: 1985 (1)
009
Buitenlandse en Nederlandse jongeren aan het woord.

Jaar: 1986 (1)
010
Schoolwerkplanontwikkeling en anderstalige leerlingen, met bijlage (1986). Den Bosch: KPC.

Jaar: 1987 (4)
011
Emancipatie, overzicht lesmateriaal lbo (1987). Den Bosch: KPC.
012
Emancipatie, aanpak voor lboscholen (1987). Den Bosch: KPC. Deel 5 uit de serie 'Roldoorbreking'.
013
Audiovisueel materiaal op het gebied van emancipatie en roldoorbreking (1987). Amsterdam: APS, Materialenbank Emancipatie.
014
Het zondebokfenomeen in de les Lichamelijke Opvoeding (1987¬). Thomas 19, 4, pp. 109118; 5, pp. 167172; 6, pp. 181188.

Jaar: 1988 (2)
015
De zondebok in de klas (1988). Nijmegen: Berkhout, 4e druk.
016
De zondebok in de klas (1988). De Lichamelijke Opvoeding, pp. 675679.

Jaar: 1989 (1)
017
De zondebok in de klas (1989). Handboek Leerlingbegeleiding, 2330, pp. 114. Alphen aan den Rijn: Samsom Uitgeverij.

Jaar: 1990 (2)
018
Een goed bewaard groepsgeheim: de zondebok (1990). School en godsdienst, 7, pp. 121125.
019
Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik (1990). Schiedam: Segers, 2e druk.

Jaar: 1991 (3)
020
Het zondebokfenomeen op school (1991). In: A. Collot d'EscuryKoenigs e.a., Gelukkig op school? Emotionele stoornissen en het functioneren op school. Amsterdam: Swets en Zeitlinger, 2e druk.
021
Pesten op school (1991). Tijdschrift voor Orthopedagogiek, pp. 337347. Houten: Bohn, Stafleu & Van Loghum.
022
Pesten op school, adviezen aan ouders (1991). Nijmegen:
Ber¬khout, 2e druk.

Jaar: 1992 (4)
023
School en peers; pesten op school (1992). Handboek Jeugdgezondheidszorg, G 16, pp. 17. Maarssen: Uitgeverij Bunge.
024
De zondebok op school (1992). Handboek Kinderen en Adolescentie, 17, pp. 114.
025
Pesten op school aangepakt, overzicht van lesmateriaal en achtergrondinformatie, door het Landelijk Centrum GVO in Utrecht uitgegeven (1992). Utrecht: Landelijk Centrum GVO.
026
De Zwaan, het wonderlijk verhaal van Hendrik Meijer (1992). Hilversum: NOT/Teleac.

Jaar: 1993 (6)
027
Pabomodule Pesten, een vorm van machtsmisbruik (1993). Rosmalen: E2V2/E24S.
028
Aanpak van het pestprobleem op school (1993). Rekenschap, pp. 3134.
029
Een vijfsporenaanpak van het zondebokfenomeen op school (1993). Nederlandse Vereniging voor Adolescentenzorg, pp. 2029.
030
De Probleemaanpak (1993). Nijmegen: Berkhout.
031
Machtsmisbruik op school (1993). Schiedam: Segers.
032
Kinderen en pesten, wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen (1993). Utrecht/Antwerpen: Kosmos, 2e druk. ISBN 90 215 2048 6.

Jaar: 1994 (2)
033
Brochure, behorend bij de landelijke actie tegen pesten, uitgebracht door de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs (1994), 2e herziene druk.
034
Preventie seksuele intimidatie, draaiboek workshop (1994).
Den Bosch: KPC.

Jaar: 1995 (2)
035
Attitudenverandering door middel van pestprojecten op school (1995). In: A. Collot d'EscuryKoenigs e.a., Sociale vaardigheidstrainingen voor kinderen: indicaties, effecten,
kne¬lpunten. Lisse: Swets en Zeitlinger.
036
Een vertrouwenspersoon op iedere school (1995). Docentengids voortgezet onderwijs, 3, pp. 111.

Jaar: 1996 (2)
037
Nationale ouderavond tvgeweld (1996). Hilversum: Teleac/Not.
038
Cursuswijzer, een overzicht van cursussen ter aanpak en preventie van geweld op scholen (1996). Utrecht: APS.
039

Jaar: 1997 (7)
Pesten op school: lessuggesties voor leerkrachten (1997). Assen: Van Gorcum, 2e druk.
040
Pesten op het werk (1997). Assen: Van Gorcum, 2e druk.
041
Businessplan Stichting europees Expertisecentrum voor Veiligheid (1997).
042
Pilotonderzoek naar de effectiviteit van een structurele aanpak van poesten tussen leerlingen op school (1997).
043 (1997)
044 (1997).
045 (1997)

Jaar: 1998 (1)
046
Aanpak van pesten (1998). In: J.D. van der Ploeg & T. Mooij (red.), Geweld op school, achtergronden, omvang, oorzaak, preventie en aanpak, pp. 183194. Rotterdam: Lemniscaat.

Jaar: 1999 (9)
047
Communicatie over vertrouwenspersonen (1999). Communicatie in het onderwijs, 2221, 2e druk.
048
Pesten tussen onderwijspersoneel. Hoe communiceer je (1999)? Hand¬boek Personeelsbeleid in de autonome school, B342,, pp. 115.
049
Videoband Pesten op het werk, gesprek met Martin en zijn vrouw (1999). Rosmalen: E2V2/E24S.
050
Pesten op het werk, reactie exwerkgever en adviezen voor het gebruik van de band (1999). Rosmalen: E2V2/E24S.
051
Pesten op school, overzicht van artikelen over pesten in de periode 19871997 (1999). Utrecht: APS, afdeling VODA.
052
Lees en voorleesboeken over pesten (1999). Utrecht: APS, afdeling VODA.
053
Ballet Pijn die pesten heet (1999). Utrecht: APS afdeling VODA.
054
Ballet Pijn die pesten heet, begeleidend materiaal (1999). Utrecht: APS, afdeling VODA.
055
Documentaire Pijn die pesten heet (1999). Utrecht: APS, afdeling VODA.

Jaar 2000 (8)
056
Brochure Een veilige school, overzicht van activiteiten en publicaties (2000). Rosmalen: E2V2/E24S.
057
Brochure Een veilig bedrijf, overzicht van activiteiten en publicaties (2000). Rosmalen: E2V2/E24S.
058
School en geweld, oorzaken en aanpak (2000). Assen: Van Gorcum, 2e druk.
059
CDRom Sociogrammethode (2000). Rosmalen: E2V2/E24S.
060
Brochure Sociogrammethode, adviezen voor afname en begeleiding (2000).
061
CDRom Signaleringsinstrument risicoleerlingen (2000). Rosmalen: E2V2/E24S.
062
Brochure Signaleringsinstrument risicoleerlingen, achtergronden en verantwoording (2000). Rosmalen: E2V2/E24S.
063
Interviews over pesten op het werk (2000). Utrecht: Deukern, afdeling VODA.

Jaar 2002 (1)
064
Pesten op school, een goed bewaard groepsgeheim (2002). Pedagogiek in Praktijk, 8, pp. 1014.

Jaar 2003 (1)
065
Kinderen en pesten, wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen (2003). Utrecht/Antwerpen: KosmosZ&KUitgevers, 3e volledig herziene druk.

Jaar 2004 (5)
066
Pesten tussen onderwijspersoneel. Hoe communiceer je? (20
0¬4). Handboek Personeelsbeleid in de autonome school, B342, pp. 115.
067
Recensies en ander ongemak (2004). Rosmalen: E2V2/E24S.
068
Instructiedvd over de aanpak van pesten op het werk (2004). Rosmalen: E2V2/E24S.
069
Brochure, behorend bij de instructiedvd over de aanpak van pesten op het werk (2004).
070
Cursus Sociaalemotionele problemen van leerlingen en bijbehorende handouts (2004). Rosmalen: E2V2/E24S.

Overzicht publicaties per jaar
 1978:  1
 1979:  1
 1982:  2
 1983:  3
 1984:  1
 1986:  1
 1987:  4
 1988:  2
 1990:  2
 1991:  3
 1992:  4
 1993:  6
 1994:  2
 1995:  2
 1996:  2
 1997:  7
 1998:  1
 1999:  9
 2000:  8
 2002:  1
 2003:  1
 2004:  5
Totaal: 68

E2V2 staat voor: Europees Expertisecentrum voor Veiligheid.
E24S staat voor: European Expertisecentre for Safety.

 
© 2017 Bob van der Meer