Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Pesten op het werk | Afdrukken |  E-mail

Pesten op het werk

Bij gebruik van onderstaande teksten wordt de volgende notatie gebruikt:
Meer, B, van der (2012). Titel x, nummer y. Rosmalen: E2V2, www.pesten.net

Op deze teksten en ideeën rust copyright. Ze kunnen slechts worden gebruikt voor eigen professionalisering. Elk ander gebruik is/wordt daarmee uitgesloten.

EEN OP DE DRIE LERAREN DOELWIT PESTERIJEN 

Dit is de kop van een artikel in Trouw op 21-11-2014.

In 1993 kwam het boek Machtsmisbruik op school uit. Het was geschreven in opdracht van het ministerie van OCW. De in 1990 door het ministerie aan mij gegeven opdracht was om, in navolging van mijn publicatie Handleiding vertrouwensgroep kindermishandeling en seksueel misbruik, een tweede handleiding te maken, nu een over seksuele intimidatie binnen het onderwijs.

Omdat een boek over seksuele intimidatie binnen het onderwijs door geen enkele school of organisatie zou worden aangevraagd en er, naast seksuele intimidatie, sprake was van alle mogelijke ongewenste omgangsvormen tussen alle geledingen, vroeg ik aan de opdrachtgever, het ministerie van OCW, om de opdracht te verruimen naar machtsmisbruik op school. De toestemming werd verleend, waarop ik in 1993 het boek Machtsmisbruik op school uitbracht (Schiedam: Segers).
In dit boek maakte ik een onderscheid in pesten, geweld, ongewenste omgangsvormen, machtsmisbruik tussen de volgende geledingen: leerlingen onderling, leerlingen-docenten, docenten-leerlingen, personeel onderling en tussen school en ouders. Omdat op dat moment geen gevalsbeschrijvingen bekend waren van ongewenste omgangsvormen tussen ouders en school, werd deze categorie niet in het boek opgenomen.

Moraal van dit verhaal.
Dat docenten door hun leidinggevenden, door ouders, collega's en leerlingen worden gepest is geen nieuws. Het is namelijk al jaren bekend en beschreven in een in 1993, in opdracht van het ministerie van OCW, gemaakt boek. Het blootleggen van de redenen waarom met de informatie uit dit boek niets is gedaan, dat zou pas nieuws zijn.

 

In deze rubriek zal - kort - informatie worden gegeven over ontwikkelingen.
Hieronder eerst de inhoudsgegevens, daarna de daarbij behorende teksten.

001 Inleiding
002 Aanpak van het probleem
003 Boek Pesten op het werk
004 Uitgevoerde activiteiten
005 Drie eisen voor een goede aanpak van pesten op het werk


001 Inleiding

In 1988 bracht ik mijn eerste boek over pesten tussen leerlingen uit. De titel was 'De zondebok in de klas'. Tijdens lezingen en workshops voor leerkrachten en ouders deelde men mij af en toe in vertrouwen mee dat het ook op school tussen de leerkrachten of op het werk speelde.
In 1996 vertelde een tennisvriend dat hij werd gepest. Hij was directeur van een basisschool in Noord-Brabant, die, ondanks een 'moeilijke' leerlingenpopulatie, zeer hoge CITO-scores behaalde. Omdat hij alle aandacht besteedde aan zijn leerlingen en ouders, had hij niet door gehad dat een collega hem het werk onmogelijk had gemaakt. De klap kwam voor hem toen deze leerkracht hem zei dat ze zijn zoon niet in groep 7, aan welke groep zij les gaf, wilde hebben. De reden: ze mocht hem niet. De directeur werd ziek, kwam eerst in de ziektewet en daarna in de WAO terecht. Zij bereikte haar doel en werd directeur.
Op het moment dat ik dit hoorde verzorgde ik een maandelijkse column in een onderwijsblad en wijdde er een column aan. Er kwamen veel reacties op. Drie voorbeelden. Een lezeres vertelde dat ze het blad uit de brievenbus had gehaald, het had opengemaakt, de column gelezen, naar haar man, ex-directeur van een basisschool, was toegelopen en hem gevraagd had of hij het was die zijn verhaal aan mij had verteld. Een tweede lezer had aan de redactie een brief geschreven met de opmerking dat hij blij was dat hij eindelijk door had wat er al die tijd op school had gespeeld: hij had het nooit als pesten opgevat. En tot slot had de moeder van een leerkracht van 45 jaar met de redactie contact opgenomen met het verzoek haar dochter bij te staan in de strijd van de collega's tegen haar dochter.
Omdat ik door mijn werk op pesten tussen leerlingen al beschikte over een theorie en oplossingen, maar slechts over weinig gevalsbeschrijvingen, plaatste ik een advertentie in drie kranten: NRC/Handelsblad, De Telegraaf en De Volkskrant (drie in één). Ze luidde als volgt:

Gepest op het werk?
Zoek gevalsbeschrijvingen
voor een boek
Discretie verzekerd
Drs. B. van der Meer
073-5217753

De advertentie werd twee maal in de zaterdag-editie geplaatst. Hierop reageerden iets meer dan 30 mensen. Nadat zij eerst hadden verkend of ik te vertrouwen was, braken daarna de dijken. Het ene verhaal was nog aangrijpender of vreemder dan het andere. Na schriftelijke toestemming tot publicatie te hebben verkregen, plaatste ik er een aantal in mijn boek Pesten op het werk dat in 1997 door Van Gorcum in Assen werd uitgebracht. Toen niet lang daarna het eerste slachtoffer van pesten op het werk zich meldde met het aanbod zijn verhaal, het eerste verhaal in Nederland op tv, te vertellen, fourneerde ik de hiervoor benodigde fl. 15 000,-- uit eigen middelen en maakte later met mijn toenmalige werkgever, het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) in Utrecht, de afspraak dat, wanneer de dvd, die door het APS werd verkocht voor fl. 125,-- per stuk, twee maal het bedrag van fl. 15 000,-- zou hebben opgebracht, ik mijn voorinvestering terug zou krijgen en het APS het geld voor de dvd's die daarna zouden worden verkocht zou krijgen. Of het APS zich aan deze afspraak heeft gehouden zal duidelijk worden wanneer de rubriek Pestenleaks op de homepage van mijn site www.pesten.net wordt geraadpleegd, met name het tweede gedeelte, 1995-2003. Niet dus.
Om het verhaal af te maken: op 15 juni 2001 ontving ik voor het multimediale pakket Pesten op het werk, bestaande uit het boek Pesten op het werk, de bovengenoemde dvd en brochure Gesprek met Martin en zijn vrouw, in Berlijn de prestigieuze Comenius Förderpreis.

002 Aanpak van het probleem
In de rubriek CV en Bedrijfsleven op de homepage van deze site. eerste kolom verticaal, geef ik informatie over mijn aanpak van pesten binnen bedrijven en organisaties. Mijn aanpak bestaat uit de volgende activiteiten:

- Adviesgesprek 1.
In dit gesprek wordt het probleem besproken en wordt, op grond van deze feiten, de inhoud van een aan het personeel te geven workshop samengesteld.
- Workshop 1.
De eerste workshop bestaat merendeels uit: een definitie van pesten; de verschillen tussen pesten en plagen; onderzoeksresultaten; de vijf partijen en drie mechanismen bij pesten; de gevolgen voor het slachtoffer, de productiviteit, het ziekteverzuim en de gevolgen voor het bedrijf of organisatie; oplossingen; aanpak en tot slot de afname van een enquête.  
- De afname van de door mij ontwikkelde enquête.
Deze door mij ontwikkelde enquête die geen vragen stelt over pesten, maar - nu breder gesteld - ongewenste omgangsvormen op de werkvloer, wordt individueel ingevuld. Voordat de werknemers/sters dit uitvoeren, wordt duidelijk gemaakt dat ik de gegevens zodanig uit elkaar haal, dat niemand er achter kan komen wie wat heeft opgeschreven, zodat de werknemers er elkaar niet van kunnen beschuldigen dat ze groepsproblemen of -geheimen openbaar hebben gemaakt en dus gezondigd hebben tegen de groepsnorm dat buitenstaanders, en dus ook leidinggevenden, niet op de hoogte mogen worden gesteld van wat in de groep gebeurt.
- Verwerking van de enquêtegegevens.
- Adviesgesprek 2, e-mail- of telefonisch contact.
De doelen van het tweede adviesgesprek, e-mail- of telefonisch contact zijn: de resultaten bespreken; oplossingen bedenken voor een aantal direct aan te pakken problemen; uit de door het team voorgestelde oplossingen een top 3 aanbrengen en uit de door het team genoemde problemen een top 3 van aan te pakken problemen samenstellen. 
Workshop 2.
In de tweede workshop wordt het team geïnformeerd over de enquêteresultaten; wordt een top 3 van aan te pakken problemen en een top 3 van (professionaliserings)activiteiten samengesteld.
- Het beantwoorden van informatieve vragen via het beveilgd intranet van het bedrijf of organisatie.
Afhankelijk van de grootte van het bedrijf of de organisatie bestaat de mogelijkheid voor diverse belanghebbenden (bedrijfsmaatschappelijk werkenden, personeelsleden P&O, medewerkers, leidinggevenden, vertrouwenspersonen), via aparte en beveiligde intranetten, vragen te stellen die per doelgroep worden beantwoord. Om dit mogelijk te maken is de website www.expertisecentrumgeweld.nl gemaakt. Daarna neemt het bedrijf of organisatie het over en/of schakelt andere deskundigen in o de gesignaleerde problemen op te lossen.
De hierboven beschreven werkwijze is succesvol. Zie hiervoor eveneens CV, eerste kolom verticaal www.pesten.net, Bedrijfsleven, Overige informatie en de rubriek Evaluatie, SBI Training en Advies, Suzanne van der Eynden en Symposium Werken aan stress.

003 Boek Pesten op het werk
Omdat het boek uitverkocht was en niet meer werd uitgegeven, komt er binnenkort een e-book van uit.

004 Uitgevoerde activiteiten
De activiteiten die ik op het gebied van pesten op het werk, na het verschijnen van mijn boek Pesten op het werk, heb uitgevoerd betreffen vier onderwerpen: interviews geven aan dag-, week-, onderwijs- en vakbladen; inleidingen verzorgen voor diverse doelgroepen; slachtoffers van mobbing en hun advocaten adviseren en, samen met bedrijven en organisaties, het probleem aanpakken. Als volgt.

1 Interviews
Onder de rubriek Nieuws en nummers 031, 034 en 035 treft men de laatste drie interviews over dit onderwerp aan. Het betreft artikelen in de bladen MijnRendement, Onderwijsblad en Intermediair.

2 Inleidingen
Er zijn in het verleden inleidingen verzorgd voor de afdelingshoofden van het AMC in Amsterdam; vertrouwenspersonen in Arnhem, Utrecht, Zwolle en Amsterdam; vertrouwenspersonen van het ROC Rotterdam; leden van ondernemingsraden van Abva/Kabo in Barendrecht en Veldhoven; leden van de ondernemingsraad van AldiPress in de Meern; de leiding van Tetterode in Amsterdam; Arboartsen, ondernemings- en medezeggenschapsraden, Arbo-commissies en bedrijfsartsen, op de landelijke VGWM-dag in de Jaarbeurs in Utrecht. Daarnaast zijn workshops gehouden voor de volgende bedrijven en organisaties: afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Groningen; Dienst Waterbeheer en Riolering en later Waternet, Amsterdam; medewerkers van het verzorgingstehuis Naarderheem in Naarden, NS-Zwolle, Belastingdienst Amsterdam en Belastingdienst Noord-Holland; Caterpillar, Den Bosch; alle vertrouwenspersonen, medewerkers van P&O en van Bedrijfsmaatschappelijk Werk van de gemeente Den Haag.  

3 Hulp aan op het werk gepeste mensen
De hulp aan de op het werk gepeste mensen bestaat uit tien dagdelen: vier dagdelen voor het lezen van gemailde of toegestuurde stukken en het voeren van een gesprek naar aanleiding van de tot dan toe verschafte informatie; drie dagdelen voor het maken van een overzicht van alle activiteiten van zowel werkgever als werknemer en drie dagdelen voor de beantwoording van de vraag of en in hoeverre de werknemer slachtoffer is geweest van pesten, welke vraag met behulp van vijf objectieve instrumenten kan worden vastgesteld.
Procedure 
- Wanneer ik, na mijn investering van vier dagdelen, van oordeel ben dat er geen sprake is van pesten, wordt niets in rekening gebracht. Deze maatregel wordt getroffen om te voorkomen dat mij verweten zou kunnen worden van ieders arbeidsconflict een pestsituatie te maken en op die manier makkelijk mijn geld te verdienen.
- Wanneer ik van oordeel ben dat er sprake is van pesten, worden vier dagdelen ex btw in rekening gebracht.
- Wanneer de rechter de analyse niet accepteert, worden de zes andere dagdelen niet in rekening gebracht: no cure no pay.
- Accepteert de rechter de analyse en wordt de werkgever in het ongelijk gesteld, kan de klant de factuur voor tien dagdelen van de tegenpartij terugvorderen en mij hieruit het restbedrag van zes dagdelen, ex btw, betalen.
- Als mijn klant wint, er met succes wordt geschikt of de mediation lukt, dan wordt het bedrag door de werkgever betaald.
Tot nu toe zijn twee processen gewonnen, twee met succes geschikt, hebben twee rechters de analyse geaccepteerd en lopen inmiddels zes zaken.
Eén van deze lopende zaken is de analyse die ik op verzoek van Caroline Dijkman, docente biologie/verzorging aan het Sint Maartenscollege in Maastricht, heb uitgevoerd en in april 2014 - wederom op haar verzoek - het resultaat aan haar man heb gemaild. Zij maakte vanwege de pestsituatie een einde aan haar leven. Voordat zij dit deed stuurde zij een brief aan zowel De Limburger als aan De Volkskrant, op het einde waarvan zij mij als eerste noemde om eventueel contact op te nemen.
In de rubrieken Nieuws en Jurisprudentie en via mijn Facebook-site Europees Expertisecentrum voor Veiligheid (E2V2) is/wordt de bezoeker over de in 3 genoemde activiteiten geïnformeerd. Zie hiervoor ook de rubrieken analyse van pestsituaties Analyses van pestsituaties en Caroline Dijkman.
4 Succesvolle projecten
Het probleem is met succes aangepakt binnen de volgende bedrijven: Dienst Waterbeheer en Riolering(DWR), nu Waternet geheten; NS-Zwolle; verzorgingstehuis Naarderheem in Naarden; Belastingdienst in Amsterdam; Belastingdienst Noord-Holland; alle personeelsleden van de Afdeling van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Groningen; de afdeling Bedrijfsmaatschappelijk Werk, waarna een workshop werd gehouden voor alle BMW-ers, P&O-ers en vertrouwenspersonen van de gemeente Den Haag. Tot slot zijn ook onlangs workshops verzorgd voor de vertrouwenspersonen van het ROC Rotterdam en van het ROC Midden-Nederland in Utrecht.

005 Drie eisen voor een goede aanpak van pesten op het werk
Pesten op het werk is geweld. Aan de aanpak van elke vorm van geweld, zoals dus ook pesten op het werk, stel ik drie eisen.
De eerste eis: pesten op het werk dient in twee opzichten integraal te worden aangepakt. Enerzijds door pesten in te kaderen binnen een verklaringsmodel van geweld, zoals opgenomen in mijn boek Pesten op het werk, dat in 1997 door Van Gorcum in Assen werd uitgegeven. Anderzijds door alle bij het probleem betrokken partijen bij de aanpak ervan te betrekken: mijn vijf sporenaanpak van het probleem. De partijen zijn: de zwijgende middengroep, bestaande uit die medewerkers die mee doen uit angst, zij die mee doen uit berekening, zij die niet mee doen, maar ook geen duidelijk stelling nemen, de enkeling die niet ziet dat er binnen de groep of de afdeling wordt gepest en de enkeling met een hoge status binnen de groep of afdeling die het af en toe voor het slachtoffer opneemt; de pester; de leidinggevende; de medewerkers van andere afdelingen; en de gepeste medewerker. Dit onderscheid is eveneens afkomstig uit de hierboven genoemde bijdrage.
De tweede eis: het probleem wordt structureel aangepakt. Een structurele aanpak houdt in: signaleren, analyseren plan opzetten en uitvoeren, evalueren. Deze werkwijze is opgenomen in mijn boek De Probleemaanpak.
De derde en laatste eis is: de aanpak leidt tot attitudeverandering. Aangezien een attitude bestaat uit drie componenten: de cognitieve component, de emotioneel-affectieve component en de conatieve (wils- of streef)component en voor een blijvende attitudeverandering drie strategieën noodzakelijk zijn: de machts- of dwangstrategie, de heropvoedende strategie en de psychologische mechanismen strategie, impliceert deze indeling dat voor een blijvende attitudeverandering, naast kennis van de drie componenten, de toepassing van de drie strategieën noodzakelijk is.

 
© 2017 Bob van der Meer