Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Calamiteiten | Afdrukken |  E-mail

Bij gebruik van de inhoud wordt de volgende notatie gebruikt:
Meer, B. van der (2011). Calamiteiten, nummer x. Rosmalen: www.pesten.net.
Deze tekst kan slechts worden gebruikt voor eigen professionalisering. Elk ander gebruik is/wordt daarmee uitgesloten.
De in onderstaande gevalsbeschrijvingen toegepaste methode is bij de afdeling Registratie van de Belastingdienst in Den Bosch als mijn onvervreembaar eigendom vastgelegd en kan/mag derhalve niet door anderen dan mijzelf worden toegepast.

Inleiding
In deze rubriek was ik van plan een overzicht te geven van alle calamiteiten die op pestgebied op scholen plaatsvonden. Dit idee heb ik laten varen. Ik volsta met mijn verontrusting uit te spreken over de - naar mijn oordeel - significante toename van conflicten tussen ouders en school vanwege pesten. Op dit moment ben ik betrokken bij vier zaken waarbij de ouders een advocaat hebben ingeschakeld en bij zo'n tien gevallen van pestsituaties die - door allerlei oorzaken - zijn geëscaleerd. Nu is het mogelijk allerlei oplossingen te bedenken, zoals de invoering van herstelrecht tussen pester en slachtoffer en daar veel tijd en energie aan besteden of geld beschikbaar stellen voor een experimenteel onderzoek naar een goede aanpak van pesten. Eenvoudiger lijkt het mij echter om scholen te verplichten goed beleid te maken, dit ter goedkeuring voor te leggen aan alle schoolgeledingen en, eenmaal aanvaard, uit te voeren en eens per jaar te evalueren. Als er desondanks sprake is van een incident, dan weet de school wát te doen; kunnen ouders, wanneer de school het beleid weigert uit te voeren, zich wenden tot het bestuur; wordt de hulp aan de pester ingezet, waardoor geen gebruik hoeft te worden gemaakt van herstelrecht; voeren scholen zelf onderzoek uit naar de effectiviteit van hun beleid en zeggen scholen, wanneer ouders zich weigeren te houden aan het met elkaar afgesproken beleid, deze ouder(s) de wacht aan en maken ze, bij voordurende overtreding van de afspraken, een einde aan de relatie met de ouders. Zo moeilijk is het allemaal niet.
Als men echter ziet op welke wijze scholen beleid hebben gemaakt, is het logisch dat er conflicten ontstaan. Zie hiervoor het kopje Antipestbeleid op de homepage van de site. Over niet al te lange tijd hoop ik de analyse van een tweede beleidsplan van een school voor basisonderwijs op de site te plaatsen. Ze is gereed, maar omdat plaatsing ervan mij geld kost, moet ik nog even wachten, tenzij een gulle subsidiegever zich meldt en het mij mogelijk maakt in zeer korte tijd nog veel meer producten op de site te plaatsen. Maar dit terzijde.
Zoals gezegd ben ik op dit moment bij vier zaken betrokken waarin de ouders een advocaat hebben ingeschakeld. Omdat ze alle vier nog onder de rechter zijn, kan en mag ik over deze zaken (nog) geen mededelingen doen. Zodra er recht is gesproken meld ik de uitspraken. Omdat ik ook niets kan zeggen over de tien gevallen van escalatie, volsta ik met de beschrijvingen van calamiteiten op scholen voor basiisonderwijs en een school voor voortgezet onderwijs waarbij mijn hulp werd geroepen en met de resultaten van de interventies.
De beschrijvingen tonen aan dat pest- en geweldproblemen goed kunnen worden opgelost en niet hoeven te escaleren. 

Inhoudsopgave

001 Cornelis Musiuschool in Delft
002 De zaak Floris
003 Onveiligheid op vier scholen in de wijk Kanaleneiland in Utrecht
004 Ongewenste omgangsvormen tussen personeelsleden
005 Ongewenste omgangsvormen tussen ouders en school
006 Pesten tussen leerlingen voortgezet onderwijs
007 "We hopen dat je Kerst niet haalt"
008 Ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen onderling op een school in Rotterdam-Noord
009 Openbare basisschool De Bakelgeert in Boxmeer
010 Een autistisch meisje van een school in Asten/Someren
011 Problemen met vreemdelingen
012 Een groep bezorgde ouders van een school in Hoensbroek
013 Een joods meisje
Moraal van de gevalsbeschrijvingen

001 Cornelis Musiusschool in Delft 
In 1991 werd ik gebeld door een bestuurslid van de Cornelis Musiusschool in Delft. Op deze school waren twee leerlingen uit groep 8 van school gestuurd. Deze twee jongens hadden klasgenoten gepest, geterroriseerd en geld afgeperst. Omdat de school dit in een te laat stadium had ontdekt en in een nog later stadium daar iets aan had gedaan, dreigden nu meerdere ouders hun kind van school te nemen en op een andere school in de buurt te plaatsen, als er niet snel wat zou gebeuren aan de onveiligheid op en buiten school.
Ik ging te werk volgens mijn toen al ontwikkelde vijfsporenaanpak van pesten. Eerst werd het team geprofessionaliseerd op signalen en aanpak van pesten. Daarna werd een lezing gehouden voor alle ouders van de school. Omdat slechts eenderde van hen aanwezig was, volgens het team een goede opkomst, viel het besluit om regelmatig in het blad voor de ouders informatie over pesten te geven. De leerkrachten van groepen 1-4 bedachten regels voor hun leerlingen en hingen ze in lijsten in het lokaal op. Vervolgens gaf ik een les over pesten aan de leerlingen van groepen 5 tot en met 8, waarin aan iedere groep de opdracht werd gegeven regels ten aanzien van pesten te maken. De regels van al deze groepen, was de vooraf gemaakte afspraak, zouden de regels voor de vier groepen zijn, waarna ze per groep werden ondertekend en in de eigen klas opgehangen. Ook stelde het team straffen voor overtredingen van deze regels vast die ook aan de leerlingen en de ouders werden meegedeeld. Het bestuur stelde een vertrouwenspersoon aan. Het werd een leerkracht die met vervroegd pensioen zou gaan, maar graag nog twintig uur deze taak op zich wilde nemen. De laatste activiteit: een concrete uitwerking van mijn vijfsporenaanpak van pesten werd ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan alle schoolgeledingen: oudervereniging, team, directie, bestuur en medezeggenschapsraad. Na een maand was dit stuk door iedere geleding goedgekeurd en was het beleid. Dit werd overigens de door mij samengestelde brochure waarmee de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs (LOBO, NKO, Ouders en Coo, VOO) een jaar later, op 2 november 1992, de door hen geïnitieerde landelijke actie tegen pesten, met als slogan 'Pesten, over en uit', startten.
Dick van der Helm, directeur van de school, twee jaar nadien door een tv-programma gevraagd naar de effecten van deze aanpak, verklaarde dat de school het pesten niet had uitgebannen, maar het probleem nu wel onder controle had: de school wist waarop te letten en wat te doen. Wel verklaarde hij dat het team, door de aandacht voor pesten, erachter was gekomen dat veel leerlingen over weinig sociale vaardigheden beschikten, reden waarom de leerkrachten hadden ingetekend op een wetenschappelijk onderzochte cursus, de PAD-cursus, om zich te professionaliseren in het geven van sociale vaardigheidstrainingen aan alle leerlingen.
Onder twee nummers zijn artikelen over dit project op mijn site opgenomen: Een vijfsporenaanpak van het pestprobleem op school (nummer 138) en Aanpak van het pestprobleem op school (nummer 140). Het eerste is afkomstig uit het blad Nederlandse Vereniging voor Adolescentenzorg en het tweede uit het blad Rekenschap en beiden in 1993 verschenen.

Commentaar
Onder de nummers 027 en 036 van de rubriek Nieuws op deze site ziet men op welke wijze dit soort problemen op dit moment worden aangepakt en verergerd. Het probleem hierbij is dat men niet op zoek is naar oplossingen, maar ook dit probleem als werkgelegenheid ziet. Iedereen bemoeit zich ermee en slechts weinigen hebben kennis. 

002 De zaak Floris
De moeder van Floris, een gefingeerde naam, merkte dat haar zoon stiller werd, buikpijn en nachtmerries kreeg en allerlei uitvluchten bedacht om niet naar school te hoeven. Ze ging met hem naar de huisarts die in zijn gesprek met de jongen ook de vraag stelde of hij misschien werd gepest, waarop hij het beaamde.
De moeder kaartte het bij school aan die het probleem niet alleen niet goed aanpakte, maar eigenlijk ook niet wist wat te doen. Omdat het probleem niet werd aangepakt en opgelost, haar zoon nog stiller werd en na enige tijd te kennen gaf ook niet meer naar school te willen, hield de moeder hem thuis.
Het antwoord van de school hierop was dat de psycholoog van de Onderwijsbegeleidingsdienst (OBD) werd ingeschakeld. Hij nam de jongen een aantal tests af, waaronder de Schoolvragenlijst, nu SAQI (School Attitude Questionnaire Internet) geheten.
Het probleem voor de psycholoog was dat in 1989, dit verhaal speelt in 1998, door Ger Timmermans, toen docent van een school voor voortgezet onderwijs, op mijn verzoek onderzoek had gedaan naar de relatie tussen de sociogrammethode en de SVL. Op pagina 57-59 van mijn boek School en geweld, oorzaken en aanpak geef ik de resultaten. Een aantal van deze resultaten was dat aktueel gepeste leerlingen een zeer lage SA-score (zich sociaal geaccepteerd voelen/weten) hadden behaald; zeer gemotiveerd voor het onderwijs waren; een goed contact met de leerkracht vertoonden en het plezierig op school hadden. In zijn rapport benadrukte de psycholoog van de OBD slechts de positieve resultaten, maar de lage SA-score niet.
Het advies van de psycholoog aan de school en de moeder was dat de jongen gemotiveerd was om te leren, een goed contact met de leerkracht had, het op school best naar zijn zin had, niet werd gepest en de moeder dus geen enkele reden had haar zoon thuis te houden. De lage SA-score vermeldde hij dus niet. Eén van de vragen die binnen deze categorie wordt gesteld is een expliciete vraag naar pesten. Zijn  lage score betekende dus dat de jongen had aangegeven gepest te worden. Toen de moeder weigerde haar zoon naar school te sturen en eerst veiligheid eiste, schakelde de school, op advies van de psycholoog van de OBD, de Raad voor de Kinderbescherming in. Alhoewel het mijn taak niet was, ging ik, in het kader van mijn professionalisering, met de moeder mee naar het gesprek. Je wil niet weten wat er daarna met ouders en kinderen gebeurt. De rechter sprak, op advies van de Raad voor de Kinderbescherming, een OTS (ondertoezichtstelling) uit, waartegen de moeder in beroep ging, ik voor de advocaat van het advocatenkantoor van Moszkowicz in Maastricht een rapport schreef en de OTS weer werd opgeheven. De uitspraak van de tweede rechter was dat een OTS een te zwaar middel was voor het feit dat een moeder die er achter komt dat haar zoon wordt gepest haar zoon om die reden thuishoudt. Waarvan akte.

003 Onveiligheid op vier scholen in de wijk Kanaleneiland in Utrecht
In 1997 startte de Afdeling Onderwijs van de gemeente Utrecht een pilotproject om de scholen veiliger te maken. De reden hiervoor was dat een onderzoek naar veiligheid in alle wijken van deze stad een beeld had opgeleverd van de grootste - waargenomen - onveiligheid bij de respondenten uit de wijk Kanaleneiland.
De voor het project verantwoordelijke ambtenaar vroeg daarop Stichting Oberon de coördinatie van het project op zich te nemen en een stedelijk overdraagbaar pakket samen te stellen voor de invoering van de binnen dit project opgedane ervaringen op andere scholen. Mij werd gevraagd de scholen te ondersteunen bij de aanpak van de schoolgebonden problemen. Hierbij werden - als leidraad - mijn verklaringsmodel van geweld (nummer 163 van www.pesten.net), zoals opgenomen in School en geweld, oorzaken en aanpak en mijn structurele aanpak van geweld gebruikt.
De eerste activiteit was een inventarisatie van alle problemen binnen de vier scholen die op het project intekenden. Uit de inventariatie kwamen, zoals verwacht, schooloverstijgende en schoolgebonden  problemen. Als schooloverstijgende problemen werden genoemd: samenwerking met de politie (aangiften, beveiligignsadviezen, surveillance, verkeersknelpunten en vandalisme);het ontbreken van schoolmaatschappelijk werk, terugkoppelen van informatie door de externe hulpverlening. De meest knellende schoolgebonden problemen konden als volgt in trefwoorden worden samengevat: ontbreken van een veiligheidsbeleid; gedragsproblemen van leerlingen; omgaan met pesten, agressie en onderlinge diefstal; draagvlak bij leerkrachten vergroten; regels handhaven; schoolbrede aanpak; pedagogisch klimaat binnen school;leerkrachten, leerlingen en ouders bij de problemen betrekken, allen uitgangspunten van mijn vijfsporenaanpak.
In paragraaf 3.1, Gevalsbeschrijving 1, van mijn boek School en geweld, oorzaken en aanpak, doe ik op pagina 64-74 verslag van mijn activiteiten op dit gebied. Het project heb ik echter niet kunnen afmaken. De reden hiervoor was dat, omdat de Onderwijsbegeleidingsdienst van de gemeente Utrecht, het SAC, in financiële problemen verkeerde, een herschikking van financiële middelen plaatsvond, waarop het SAC het daaropvolgende jaar werd ingeschakeld om het pilotproject op eigen wijze voort te zetten. Het werd het project De vreedzame school. Jammer dat ze mijn project hebben overgenomen. Voor een beoordeling door slechts één ouder van deze methode wil ik verwijzen naar de kopjes Ouders en mail 1, laatste pagina.

004 Ongewenste omgangsvormen tussen personeelsleden
In 1998 belde de directeur van een school in Ammerzoden op met de vraag of ik hem kon adviseren over de aanpak van aanwezige ongewenste omgangsvormen tussen zijn personeelsleden en stelde daarbij voor om een studiedag voor het team te organiseren over normen en waarden of over omgang met elkaar. Mijn antwoord hierop was dat, om een studiedag(deel) te laten mislukken, men onderwerpen als normen en waarden of omgang met elkaar moest kiezen. Ik stelde daarom het onderwerp 'pesten tussen leerlingen' centraal te stellen. Nadat de leerkrachten lange tijd met elkaar hadden gesproken over pesten tussen leerlingen en de aanpak ervan, vroeg ik hen de laatste drie kwartier mijn enquête in te vullen over (de) mogelijke ongewenste omgangsvormen tussen alle schoolgeledingen, waaronder die tussen het personeel. Hierbij maakte ik hen duidelijk dat zij alle ongewenste omgangsvormen mochten noemen en ik de gegevens zou anonimiseren, waardoor niemand erachter kon komen wie wat had gezegd. Nadat ik de gegevens had geanonimiseerd en mogelijke standaarduitdrukkingen van sommige teamleden had veranderd, kregen de leerkrachten een uitdraai van de enquêtegegevens, waaronder de ongewenste omgangsvormen tussen hen. Na afloop van de leespauze vroeg ik om hun reacties. Een vrouwelijke leerkracht, die pas in dienst was, begon te huilen en vertelde dat ze de sfeer binnen het team verschrikkelijk vond. Twee leerkrachten die net hun 25-jarig jubileum in het onderwijs hadden gevierd, zeiden niet te begrijpen waar het over ging. En zei een oudere leerkracht dat dit probleem al jaren binnen school speelde en dat ik niet moest denken dat ik het probleem kon oplossen.
Daarop stelde ik het team twee oplossingen voor. De eerste was omgangsregels met elkaar te maken, ze voorafgaand aan de maandelijkse vergadering kort aan de orde te stellen en te vragen of iedereen zich aan de met elkaar afgesproken regels hield en of iedereen zich veilig voelde. En de tweede was: op zoek gaan naar een cursus over professionele omgang met elkaar. Omdat de tweede oplossing vele malen duurder was dan de eerste koos het team voor de regels.
Twee jaar daarna kwam ik de directeur in het ziekenhuis tegen, onze ziektes hadden overigens niets te maken met mijn interventie. Toen ik hem vroeg wat de effecten waren geweest, vertelde hij dat het het eerste jaar best moeilijk was met elkaar te spreken over violatie van de regels, maar dat de leerkrachten nu een instrument hadden om met elkaar in ieder geval over de met elkaar afgesproken regels te kunnen spreken zonder daarvoor 'afgemaakt' te worden.
Deze methodiek paste ik later in het bedrijfsleven toe. Een voorbeeld ervan treft men, onder de kopjes cv, bedrijfsleven en Afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Groningen, aan. 
In paragraaf 3.2, Gevalsbeschrijving 2, van mijn boek School en geweld, oorzaken en aanpak, doe ik op pagina 75-81 verslag van deze activiteit.   

005 Ongewenste omgangsvormen tussen ouders en school
In hetzelfde jaar belde de voorzitter van het bestuur van een school in Hilversum op. Zijn probleem was dat in korte tijd twee goede leerkrachten van zijn school ontslag hadden genomen. Uit de exit-interviews was naar voren gekomen dat zij dit hadden gedaan vanwege ongewenste gedragingen van te veel ouders. Mijn adviezen waren de leerkrachten te vragen alle ongewenste omgangsvormen van de ouders naar de leerkrachten toe op te schrijven en ouders hiervan in kennis te stellen. Aan de teamleden werd daarna de vraag gesteld alle ongewenste omgangsvormen van de ouders naar de leerkrachten te noemen. Ook deze gegevens anonimiseerde ik, haalde ze uit elkaar en dikte ze in. En aan de directie vroeg ik een middag te organiseren waarop alle groepen een dansje, een versje, een toneelstuk of een lied over pesten ten gehore zouden brengen of ten uitvoer zouden brengen. Informatie bij het team had namelijk opgeleverd dat binnen deze school ouders nooit naar ouderavonden kwamen, maar dat, als hun kinderen iets uitvoerden, ze in groten getale, vergezeld van campcorders en fototoestellen, kwamen opdagen, in veel gevallen ook nog vergezeld van hún vaders en moeders. Op de middag was de gymzaal afgeladen met verwachtingsvolle ouders en grootouders; opende de directrice de bijeenkomst; maakte ze duidelijk dat veilgheid tussen leerlingen voor de school een groot goed was en gaf zij het startschot voor de verrichtingen van de leerlingen. Nadat alle groepen hun ingestudeerde act hadden uitgevoerd, gaf ze mij het woord. Omdat niet alleen leerlingen veilig wilden zijn, maar ook leerkrachten, meldde ik hen dat twee heel goede leerkrachten vanwege ongewenste omgangsvormen van de ouders naar het team toe ontslag hadden genomen. De reden: ongewenste omgangsvormen van een groot aantal ouders naar het team toe. Daarop las ik de enquêteresultaten op om af te ronden met het verzoek dit probleem schoolbreed op te lossen.
Tot slot nam de voorsitter vasn het bestuur het woord, deelde mee dat het bestuur binnen een week met oplossingen voor het probleem zou komen en erbij van uitging dat de ouders ook naar de leerkrachten toe veiligheid zouden bieden.
Wat voor maatregelen het bestuur trof en of de aanpak van het probleem effectief is geweest weet ik niet. Men heeft mij daarvan niet op de hoogte gesteld. Maar het lijkt mij sterk dat het niet tot goede resultaten heeft geleid. Enquêteresultaten kunnen niet (meer) worden ontkend. Er moet iets mee gebeuren.

006 Pesten tussen leerlingen in het voortgezet onderwijs
Op een school voor voortgezet onderwijs vertelde een brugklasleerling in de eerste mentorles dat hij seksueel misbruikt was. Vanaf dat moment was hij zijn leven niet veilig meer. Hij werd geschopt, geslagen, buitengesloten, achternagezeten. Op zijn locker werd het woord homo gekalkt. In de bus naar huis hielden klasgenoten hem vast, schopten hem de bus uit of joegen ze hem de snelweg op. Toen zijn ouders daar achter kwamen kaartten ze het bij de schoolleiding aan. Omdat dit weinig effect had, eisten ze dat een deskundige voor de aanpak van het probleem in de klas zou worden ingeschakeld.
De ouders adviseerde ik hun zoon op een vechtsport te plaatsen en aan de docent te vragen aan zijn lichaamstaal te werken. Met de klas voerde ik, in het bijzijn van de mentor, de les van het maken van regels uit; voegde de mentor aan de regels van de leerlingen een aantal regels eigen regels toe en werden de consequenties besproken als de leerlingen zich niet zouden houden aan de met elkaar en de mentor afgesproken regels. Ook werden de ouders van de klas op de hoogte gesteld van de pestsituatie, de regels en de consequenties.
Omdat de voornaamste pester weigerde zich te schikken aan de met elkaar afgesproken regels werd hij, volgens een vastgrestelde procedure, van school gestuurd. Voor de tweede pester bleek het niveau te hoog, om welke reden hij een ander onderwijsadvies kreeg en stond de derde pester, ook een jongen, daardoor alleen. Een aantal van zijn klasgenoten, een groep meisjes, had de boodschap begrepen dat ze zich sterk moesten maken voor het slachtoffer. Ze vormden als het ware een schild om de jongen heen. Ouders tevreden, gepeste jongen tevreden, klas tevreden, mentor tevreden. De schoolleiding echter niet. Op de een of andere manier werd ik als een vijand gezien. Dit zal ik nooit begrijpen, al rond ik nog drie andere studies af. Zelf ben ik zeer onhandig en ben ik blij dat er mensen zijn die gouden vingers hebben: schilderen, metselen, granollen, bouwen. Dit geldt in veel gevallen in het onderwijs ten aanzien van pesten niet. Het lijkt wel alsof men zich in het onderwijs schaamt het pestprobleem zelf niet te kunnen oplossen. Zoals onhandige mensen zich niet zouden moeten schamen voor hun onhandigheid, zouden scholen zich niet moeten schamen voldoende kennis in huis te hebben voor een goede aanpak van het pestprobleem.

007 "We hiopen dat je Kerst niet haalt"
Nadat ik een ineleiding over pesten voor ouders en docenten van een school voor voortgezet onderwijs in de Betuwe had gehouden en in de puuze de ouders en docenten schriftelijk vragen formuleerden die na de pauze door mij zouden worden beantwoord, kwam een ouderechtpaar op me af en vroeg advies. Hun zoon zat de laatste tijd niet goed in zijn vel, wilde niet vertellen wat er aan de hand was en pakte 's avonds zijn fiets en reed dan zonder licht weg. Mijn advies was de volgende ochtend recht op de man af te vragen of hij gepest werd.
Toen ze het de volgende dag zó vroegen gaf hij toe dat hij op school door twee klasgenoten zodanig werd gepest dat hij een einde aan zijn leven had willen maken door 's avonds/'s nachts de fiets te nemen, te hopen dat hij werd aangereden om op deze manier er van af te zijn. Direct heb ik de ouders beloofd op zoek te gaan naar een psycholoog gespecialiseerd in hulp aan kinderen met een doodswens, wat binnen twee uur lukte. Ook adviseerde ik hen de mentor van hun zoon op de hoogte te stellen van het feit en op zoek te gaan naar de namen van de pesters. Hun zoon had namelijk geweigerd hun namen te vertellen. Dit alles gebeurde vlak voor Kerst, om welke reden ouders en mentor het verstandig vonden dat hij de week voor Kerst niet meer naar school zou gaan.
Twee dagen na het incident kreeg de jongen echter een sms-je met de boodschap: "We hopen dat je Kerst niet haalt". Zijn pesters waren namelijk op de hoogte van zijn doodswens en spoorden hem op deze manier aan er een einde aan te maken.
Hierop schakelde de mentor de politie in die erin slaagde de naam van de verzender op te sporen.
Je vraagt je af wat voor kinderen het zijn die dit doen, maar je hebt gekken, niet in staat tot enig empathisch vermogen. In plaats van op zoek gaan naar pesters, doen we niets anders dan slachtoffers naar sociale vaardighedentrainingen te sturen en de pesters met rust te laten.

008 Ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen op een school in Rotterdam-Noord
In 2000 belde Margreet Friele, IB-er van de Prinses Julianaschool in Rotterdam-Noord, me op met de vraag om een adviesgesprek. Het pesten en het geweld tussen de leerlingen met 23 verschillende nationaliteiten had dusdanige vormen aangenomen dat het managementteam van de school de veiligheid van de leerlingen niet meer kon waarborgen. Omdat echter net daarvoor het bestuur van de Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving (SASS), mij, op initiatief van mevrouw Jannie van der Hul-Omta, toen onder andere bestuurslid van deze stichting, een subsidie had toegekend voor actie-onderzoek naar een goede aanpak van pesten, stelde ik de school voor deel te nemen aan dit pilotproject. De directie van de school stemde toe de activiteiten, zoals op de website, onder het kopje Aanbod, genoemd, uit te voeren, waarna het project startte. Eerst werd de enquête naar de mogelijke ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende groeperingen afgenomen. De resultaten hiervan maakten duidelijk dat er sprake was van veel onveiligheid. Het team werd ervan op de hoogte gesteld, waarna ik mijn aanpak van het maken van regels voorstelde: een door de leerkrachten van groepen 4-8 aan hun eigen leerlingen te geven les over regels. Margreet instrueerde de leerkrachten, maar belde mij daarna op met de mededeling dat ik dit advies waarschijnlijk al jaren gaf, maar dat haar leerkrachten het niet durfden. Ze waren namelijk bang voor de emotionele gevolgen van het aan de orde stellen van pesten. Toen ik daarop voorstelde zelf de les aan de leerlingen, in het bijzijn van de leerkracht, te geven, was dit probleem opgelost. De methodiek zal ik nu niet beschrijven. Hij staat onder nummer 100 op deze site. Nadat ook de leerkrachten van groepen 1-3 voor hun leerlingen zelf regels hadden gemaakt, werd een ouderavond over de regels en het waarom van de regels georganiseerd. De opkomst was overweldigend. Nadat Satcha van Ampt, adjunct-directrice van de school en groot pleitbezorger van een velige school voor alle geledingen, informatie had gegeven over (het waarom van) het project, hielden de leerkrachten één voor één de lijsten met de regels omhoog en lichtten zij de regels van/voor de eigen groep toe, waarop de ouders vragen konden stellen. Aan hen werd ook gevraagd om, wanneer zij van hun kinderen ook andere ongewenste omgangsvormen hoorden, de leerkracht hiervan op de hoogte te stellen. Niet alleen de avond, maar het hele project, werd een éclatant succes. De aanpak werd acht jaar lang toegepast en van een school met veel geweld tussen de leerlingen werd de school een modelschool, waar het veilig toeven is. Van de gemeente Rotterdam kreeg ik voor de beschrijving van mijn aanpak en de toepassing van de aanpak door de school een zogenaamde waarderingssubsidie die ik mocht besteden aan het uitbrengen van een brochure met daarin een beschrijving van de methodiek. Het werd de brochure Normen en waarden, een concrete aanpak, dat nu als nummer 100 op mijn website staat. In 2006 besteedde de Volkskrant aandacht aan de aanpak van de Prinses Julianaschool (nummer 081 op www.pesten.net) en werd de aanpak beschreven in een brochure over normen en waarden van de Hogeschool InHolland. Onder nummer 047 de resultaten van de lessen over regels van groepen 4-8  en onder nummer 048 de Oudervragenlijst van de school. Tot slot kreeg de Prinses Julianaschool in 2009 bezoek van de Inspectie. Onder de kopjes Evaluatie en Satcha van Ampt informatie hierover.
Toen ik onlangs voor ongeveer 20 beginnende leerkrachten een workshop verzorgde over pesten en de aanpak ervan, gaven ze mij hun mening over de relatie tussen leiderschapsstijl van leidingevenden en het voorkómen van pesten. De leiding maakt een school tot een veilige school, was hun oordeel. Satcha van Ampt is daarvan naar mijn mening het mooiste voorbeeld.

009 Openbare basisschool De Bakelgeert in Boxmeer
In 2006 gaf ik een lezing in de Bibliotheek in Boxmeer. Een leerkracht van de Openbare Basisschool De Bakelgeert uit deze plaats was hierbij aanwezig. De volgende dag belde de directeur van de school mij op met de vraag om een adviesgesprek. Hierin vertelde hij dat de school vijf jaar geleden te maken had gekregen met een aantal ingrijpende pestsituaties. Daarop haalde de school de Onderwijsbegeleidingsdienst binnen, deed zij daarna een beroep op de expertise van het APS, middels de sociale vaardigheidscursus C&SCO, en op andere deskundigen. Geen enkele activiteit had echter geleid tot ook maar een zweem van een oplossing, terwijl er inmiddels al een klein vermogen was uitgegeven aan bovengenoemde activiteiten. Erger nog, het team ervoer slechts machteloosheid en school en ouders stonden nu op vijandige voet met elkaar. Daarnaast had een van de leidinggevenden van deze school, in verband met een van de pestsituaties, een klacht aan zijn broek gekregen die door de klachtencommissie KOMM, ook nu weer, verkeerd was aangepakt.
Bij het team werd de enquête over ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende schoolgeledingen afgenomen, werden de resultaten verwerkt, en met het team, samen met de oplossingen, besproken en uitgevoerd. Daarna werd een tweede studiedagdeel besteed aan een structurele aanpak van pesten en werd tot slot voor de ouders van de school een slecht bezochte lezing georganiseerd. 
Het werkte en werkt nog steeds. Reden voor het succes: een leerkracht die, samen met een collega, het proces binnen school op dit onderwerp krachtig stuurt en inmiddels veel kennis heeft: Leny Kudiwa-Peeters. Onder de kopjes Evaluatie en Leny Kudiwa-Peeters is op www.pesten.net informatie over hun aanpak opgenomen.
Tot slot de volgende opmerking. Deze, de voorgaande en de volgende gevalsbeschrijvingen doen het voorkomen alsof pesten makkelijk aan te pakken en op te lossen zou zijn. Dat is ook mijn mening. Goed en consequent beleid zorgt daarvoor. Onder de kopjes 3eisenbo en 3eisenvo op de homepage van www.pesten.net een uitwerking van mijn eisen voor een goede aanpak.

010 Een autistisch meisje van een school in Asten/Someren
De directeur van een basisschool in Someren/Asten belde met het volgende probleem. In een van zijn groepen was een onhoudbare situatie ontstaan. In deze groep had hij een autistisch meisje opgenomen die op drie andere scholen vanwege pesten was verwijderd. Ook op zijn school werd het meisje gepest en was de situatie volkomen uit de hand gelopen. Iedereen bemoeide zich met iedereen en het was een onontwarbare kluwen van emoties geworden. Om de rust binnen de klas terug te krijgen en tv-ploegen op een afstand te houden, vroeg hij wat ik zou kunnen doen aan de oplossing ervan. Ik stelde voor met de klas te gaan praten en te proberen het probleem uit te tillen boven het klasgebeuren. De nu inmiddels hopelijk vertrouwde aanpak: leerlingen de opdracht geven ieder voor zich omgangsregels op te schrijven en hen daarna één voor één laten vertellen wat voor hem of haar de belangrijkste regel was, werd toegepast. De aanpak lukte echter niet. De klas was in een shock en wist niet meer wat te doen. In het belang van het gepeste meisje en van de andere leerlingen was maar één conclusie mogelijk. Voor het gepeste meisje een veilige plek op een andere school, in dit geval een school voor speciaal onderwijs, vinden.
Mijn - op argumenten gebaseerde - advies viel niet in goede aarde bij een aantal instanties. Hoe was het mogelijk dat ik had gekozen voor de macht van de groep en hun ouders en niet voor de gepeste leerling en haar ouders? Voor een ieder was echter dit de beste oplossing. Het meisje kon binnen niet al te lange tijd op een school voor speciaal onderwijs worden geplaatst. De rust binnen de school was teruggekeerd. De verantwoordelijke staatssecretaris voor Onderwijs was ook tevreden. Zij had verklaard dat deskundigen op dit onderwerp een goede oplossing hadden gevonden. Einde probleem.
Het enig jammere in dit soort situaties is dat directies, ook deze directeur, na afloop van calamiteiten niet meteen goed beleid op het onderwerp maken zodat pestsituaties niet uit de hand kunnen lopen en, wanneer het onverhoopt toch gebeurt, op eenvoudige wijze tot normale proporties kunnen worden teruggebracht. Van hetzelfde was sprake in een ander project. Aan de directeur van een van mijn pilotprojecten had ik een conceptbeleidsplan gemaild met de vraag om op de aanpak van pesten beleid te maken, het ter goedkeuring voor te leggen aan alle schoolgeledingen en, eenmaal aanvaard, uit te voeren en eens per jaar te evalueren. Ik dacht dat hij dat gedaan had. Vorig jaar belde hij mij echter op met de vraag hem mijn conceptbeleidsplan nog een keer te mailen. De school was namelijk weer met een aantal pestsituaties geconfronteerd, die volkomen uit de hand waren gelopen. Het Bestuur, de MR en de oudervereniging hadden nu geëist dat er beleid op pesten moest komen.

011 Problemen met vreemdelingen
Op een school was sprake van een uit de hand gelopen pestsituatie in groep 8. Omdat ik toch op school was vroegen de twee leerkrachten van groep 6 of ik daarna mijn les over regels aan hun groep zou willen geven. Er speelde iets in de groep en ze wisten niet wát. Ik startte met mijn uitleg over de vijf partijen bij pesten; vroeg hen daarna, na twee voorbeelden van mogelijke regels te hebben gegeven, ieder voor zich omgangsregels op te schrijven, waarna ze, na twintig minuten hiermee bezig te zijn geweest, één voor één mochten vertellen wat voor hem of haar de belangrijkste regel was. De derde leerling, een meisje, vertelde dat zij een Italiaanse moeder had, zij daarmee gepest werd en begon te huilen. De achtste leerling, ook een meisje, begon, toen ik haar het woord gaf, al te huilen. Zij vertelde dat haar vader een Duitser was en dat haar klasgenoten haar en haar vader de schuld gaven van de Jodenvervolging. Het laatste meisje, dat, nog voordat zij aan de beurt was, was gaan huilen, deelde mee dat een jongen uit de klas tegen haar had gezegd: "Rot op naar je eigen land". Haar opa was gedood door soldaten, het gezin was gevlucht naar Nederland, had status gekregen en voelde zich eindelijk veilig. Hierop meldde zich de laatste leerling van de groep, een jongen, die zich haastte zich te verontschuldigen naar het meisje toe, met als argument dat hij zich rottig voelde en in zijn kwaadheid deze opmerking had gemaakt.
Het probleem was duidelijk en ook de oplossing, waarbij ook de ouders werden betrokken.
Wat ik met de regels, de uitleg over het waarom van de regels en de inschakeling van ouders - heel in het kort - probeer te bereiken is dat leerlingen, met behulp van de door hen gemaakte regels, de mogelijkheid wordt geboden om, zonder voor 'verklikker' te worden uitgemaakt, aan elkaar mogen vertellen dat ze iets niet leuk vinden; hen wordt geleerd dat ze verantwoordelijk zijn voor elkaars psychosociale veiligheid; ze het voor elkaar mogen en moeten opnemen en ze elkaar mogen corrigeren.

012 Een groep bezorgde ouders in Hoensbroek
De moeder van een gepest meisje nam via e-mail contact met mij op. Ze wilde adviezen over een mogelijke aanpak van het pestprobleem in groep 7 van haar dochter. Ze vertelde dat de school weigerde haar klacht en die van een groep andere ouders, dat in de klas van haar dochter werd gepest, serieus te nemen. In deze situaties check ik altijd eerst of de school een klachtenprocedure heeft en of de ouder deze procedure heeft gevolgd. Om in de meeste gevallen te moeten concluderen dat er wellicht door scholen procedures worden gemaakt, maar nergens vastgelegd of misschien wel vastgelegd, maar in zeer veel gevallen niet door scholen en/of ouders worden gevolgd.
Bij afwezigheid ervan pas ik de volgende logische procedure toe. Bij 'normale' problemen is het eerste aanspreekpunt de leerkracht of de leerkrachten bij een duobaan. Als leerkracht en ouder(s) er onderling niet uitkomen, is de volgende stap: een gesprek met de directeur. De directeur hoort belde partijen apart en stelt hen in een gezamenlijk gesprek op de hoogte van de door hem/haar genomen beslissing. Als het probleem nog steeds niet voor de ouder is opgelost, is de derde stap: de inschakeling van het bestuur, Het Bestuur hoort beide partijen en doet een uitspraak. Als ouders met dit antwoord niet tevreden zijn, kunnen zij tegen de school een klacht indienen bij een klachtencommissie, kunnen ze daarna de hulp van een advocaat inroepen of hun kind van school halen en op een andere school plaatsen. Hierbij worden de Inspecteur/vertrouwensinspecteur en Leerplichtambtenaar, middels cc's op de hoogte gehouden.
Het probleem in Nederland is dat, wanneer je een klacht hebt, het voor niemand duidelijk is of aan niemand duidelijk is/wordt gemaakt wat ieders rechten en plichten zijn. Hierdoor shoppen ouders langs veel loketten om dan ook - in sommige gevallen - bij mij terecht te komen in de verwachting dat ik het pestprobleem van hun kind voor hen zal oplossen.
Ik weet niet hoe het groep verontruste ouders lukte om mij op school te krijgen, maar op een gegeven moment was er een doorbraak. Er vond een gesprek plaats met drie ouders van de groep verontruste ouders, de directrice, de IB-er en een aantal MR-leden. Aan mij werd gevraagd wat ik zou kunnen doen om uit de impasse te geraken. De ouders zeiden dat hun kinderen werden gepest en de school gaf aan dat ze het nodige deed om hieraan een einde te maken.
Mijn adviezen waren: een workshop van een uur voor het team met daarin een uitleg van mijn verklaringsmodel van geweld, gevolgd door de afname bij het team van een anoniem afgenomen enquête en tot slot 's avonds op dezelfde dag een lezing voor ouders. Na verwerking van de enquêteresultaten leverde ik ze - volgens afspraak - bij de directrice en de verantwoordelijke regio-directeur in zodat hij volledig op de hoogte was van wat binnen het team leefde en - eventueel - oplossingen kon bedenken. Tot slot werd een workshop voor het team over signalering en aanpak van pesten gehouden en zette de school zich aan het formuleren van een beleidsplan psychosociale veiligheid.
Ogenschijnlijk was het een succes en waren de verontruste ouders tevreden. Wel zou ik in dit soort situaties in de eerste plaats willen pleiten voor volledige openheid van zaken over de enquêteresultaten, in ieder geval naar de personeelsleden, die de enquête hebben ingevuld, toe. En in de tweede plaats voor een evaluatie van de interventie na een jaar bij zowel personeel als ouders. Dit naar aanleiding van de klacht van een van de verontruste ouders jaren later als zou ik niet goed zijn opgekomen voor de belangen van de ouders. Dit verwijt bleek echter onterecht. Na onderzoek werd duidelijk dat de directrice en de regio-directeur de enquêteresultaten voor zichzelf hadden gehouden en de leerkrachten en de ouders hierover niet hadden geïnformeerd. Wat dat wel gebeurd, dan had men zonder meer maatregelen moeten nemen: de enquêteresultaten waren duidelijk. 

013 Een joods meisje
In het katern deVerdieping van Trouw van woensdag 4 mei werd op pagina 8 aandacht besteed aan pesten. De kop van het aretikel luidde 'Pesten begint klein en zo moet je het houden'. Hieruit nu het volgende citaat:
"Het begint klein. Wanneer Elly in groep 6 zit, komt ze thuis met gaten in haar kleren. Kapotgeknipt, met een schaar, door jongens uit haar klas. Moeder Rachel stapt naar de school. Dat kan niet, daar is de leerkracht het met haar eens. De jongens worden erop aangesproken.
Ligt Elly eerst normaal in de klas, aan het eind van groep 6 verandert dat. Ze mag soms niet meespelen, wordt niet meer op feestjes uitgenodigd. Ze wordt uitgescholden, zou te dik zijn. Rachel: "Thuis was het vaak huilen, ze wilde niet meer naar school. Ze werd stelselmatig buitengesloten".
Diverse keren overlegt Rachel met de juf. Die zei: vervelend, het hoort niet. Ik zal het in de gaten houden. Daar merken moeder en dochter weinig van. Ook een voorstel om dan in ieder geval uitnodigingen voor feestjes niet meer in de klas te laten uitdelen, zodat Elly niet zo met haar neus op de feiten wordt gedrukt, valt niet in goede aarde.
Dan komt groep 7, en daarmee veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Vlakbij de school staat namelijk een monument. De school heeft het geadopteerd en de leerlingen van groep 7 staan er jaarlijks op 4 mei met de rest van Nederland stil bij de slachtoffers.
Dit is bijzonder voor Elly. Ze heeft de achternaam van haar moeder: Levi. Ze is joods en met die identiteit is ze veel bezig. Tijdens een bezoek aan het monument, ter voorbereiding op 4 mei, vertelt Elly dat ze familie had die tijdens de Tweede Wereldoorlog is weggevoerd en nooit meer teruggekomen. Dat kan niet, zeggen klasgenoten, ze liegt. Dus vraagt ze haar opa Hartog Levi een gastles te geven op haar school, om over zijn eigen oorlogservaringen te vertellen. Het wordt een les als alle andere. Daarmee is het pesten niet voorbij. Integendeel, het geeft de pesters extra munitie. Behalve voor 'hoer' en 'slet' wordt Elly nu ook uitgemaakt voor 'moffenmeid' en 'vuile jood".
Toen de moeder vier maanden daarvóór contact met mij opnam heb ik haar gevraagd de leerkracht of de directrice van de school te vragen contact met mij op te nemen zodat ik hen via e-mail of telefoon adviezen kon geven hoe ze dit aan konden pakken. Omdat geen van beiden op dit aanbod inging, ook het bestuur niet reageerde op verzoeken van de moeder om, op grond van artikel 3 van de ARBO-wet, maatregelen te treffen, haar dochter steeds meer werd gepest en de situatie voor haar kwalijke gevolgen aannam, gaf ik de moeder tenslotte het advies haar dochter zo snel mogelijk van school te halen en op een andere school te plaatsen.
De reden voor een dergelijke zware beslissing zijn de kwalijke gevolgen van pestsituaties voor de slachtoffers ervan. Men heeft namelijk nog steeds niet door wat de gevolgen van een lang durende pestsituatie kunnen zijn. Naar de gevolgen bij pesten tussen volwassenen in het bedrijfsleven is namelijk door Leymann, hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie in Duitsland, onderzoek gedaan. Hij ontdekte dat, wanneer medewerkers langer dan zes maanden zijn gepest, ze een grote kans op Post Traumatisch Stress Stoornis (PTSS) lopen. De gevolgen van pesten zijn dus dezelfde als die van gijzelnemingen, aanrandingen, verkrachtingen, overvallen en langdurig blootgesteld zijn aan huiselijk of oorlogsgeweld. Een man van 29 jaar, wiens verhaal ik, onder de kopjes Ouders en mail 4, op www.pesten.net heb geplaatst, heb ik, op grond van dit onderzoeksresultaat, het advies gegeven zich te laten testen op PTSS. Hij was namelijk in het voortgezet onderwijs een aantal jaren slachtoffer van pesten geweest, aan welk geweld door de school niets was gedaan. Het resultaat: vaststelling van een zware PTSS.
"Elly gaat naar de nieuwe, kleine school om het laatste half jaar van groep 8 af te maken. Daar gaat het prima. Ze heeft er vriendinnen. de CITO-toets is goed gemaakt. Ook met haar broertje die mee is verhuisd naar de nieuwe school, gaat het goed"".

Moraal van de gevalsbeschrijvingen
Onze dochter had op jonge leeftijd darmproblemen. In het streekziekenhuis waren de observaties van mijn vrouw door de behandelende specialist niet serieus genomen. Ze vroeg daarom een second opinion aan bij het AMC, waar ze Hugo Heymans als kinderarts kreeg toegewezen. In een van de gesprekken zei hij dat ouders in 90% van de gevallen een perfecte diagnose geven van de ziekten van hun kind. En dat hij de overgebleven 10% voor zijn rekening nam. Hij gaf hiermee aan dat je zelfs als hoogopgeleide specialist naar ouders moet luisteren en hen serieus moet nemen. De boodschap die ik van Hugo Heymans heb overgenomen en nu aan het onderwijs doorgeef is derhalve: neem ouders van gepeste kinderen serieus, neem gepeste kinderen serieus en neem pesters serieus. Zij maken meer kapot dan mij lief is.

Commentaar
Uit de gevalsbeschrijvingen kan worden geconcludeerd dat pestproblemen best eenvoudig op te lossen zijn. Wanneer ouders en school in conflict met elkaar raken, schakel je geen mediator, maar een deskundige, in. Hij of zij analyseert het antipestbeleid van de school, gaat na wat de leerling aan pestactiviteiten heeft ondervonden, wat de ouders aan school hebben gemeld en wat de school daadwerkelijk heeft gedaan en adviseert. Niet meer en niet minder.

c Bob van der Meer
E2V2, Rosmalen

 
© 2017 Bob van der Meer