Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Allports theorie | Afdrukken |  E-mail

In de uitzending van Knevel & van den Brink (KVDB) op 10-08-2011 bracht ik Allports theorie over omgang van leerlingen met elkaar ter sprake. Mijn voorwaarde namelijk voor deelname aan het programma was dat tijdens de te voeren discussie over het KRO-programma Challenge Day/Over de streep de visuele weergave van de theorie van Allport op de schermen in de studio te zien zou zijn. Met behulp hiervan zou ik in twee minuten duidelijk hebben kunnen maken dat de slogan van het programma Challenge Day/Over de streep 'Van onbekend naar respect in één dag', dat werd gebruikt om het programma aan te prijzen, onmogelijk was.
Hieronder Allports theorie en de consequenties ervan voor de aanpak van pesten en geweld op school.
Voor een snel antwoord is het voldoende Manieren van omgang met elkaar en toelichtingen 10 en 11 te lezen.
Omdat een onderwerp tijdens de uitzending uitliep, bleef voor de disdcussie bijna geen tijd meer over, om welke reden hieronder informatie volgt over Allports theorie.

Allports theorie

Bob van der Meer

Manieren van omgang van mensen met elkaar

Aan Allport, de ‘founding father’ van de Sociale Psychologie in de Verenigde Staten van Amerika, werd na de Tweede Wereldoorlog gevraagd de Jodenvervolging  te verklaren. Daartoe onderscheidde hij twee manieren van omgang van mensen met elkaar: op vriendschappelijke en vijandige manier (figuur 1). De ‘omslag’ van vriendschappelijk naar vijandig lag volgens hem bij sympathie/antipathie. Als niemand iets doet tegen antipathie, zo betoogde hij, leidt dat ‘vanzelf’ tot vooroordelen. Als niemand duidelijk stelling neemt tegen vooroordelen, is discriminatie het gevolg. En als niemand iets doet tegen discriminatie, is het zondebokfenomeen: het feit dat mensen en dieren slachtoffer (nodig) hebben, het resultaat.

Figuur 1: Manieren van omgang van mensen met elkaar, volgens Allport.

op vriendschappelijke manier samenwerking 
 respect 
 tolerantie 
 sympathie/antipathie 
 vooroordeel 
 discriminatie 
op vijandige manier  het zondebokfenomeen 

Het zondebokfenomeen: een groepsverschijnsel, een maatschappelijk verschijnsel en een verschijnsel van alle tijden

Het zondebokfenomeen nu is een groepsverschijnsel, dat is aangetoond bij dier en mens. Bij dieren: bij apen, ratten, kippen en katten. Bij mensen: in gezinnen, bedrijven, inrichtingen, het onderwijs, het leger en in tehuizen voor senioren. Het is in de tweede plaats een maatschappelijk verschijnsel. Voorbeelden hiervan zijn: vrouwenmishandeling, kindermishandeling, seksueel misbruik, huiselijk geweld en seksuele intimidatie. En tot slot is het een verschijnsel van alle tijden. Voorbeelden zijn: de heksen-, joden- en homovervolging.
Onder het zondebokfenomeen vallen dus alle denkbare en ondenkbare ongewenste omgangsvormen tussen mensen en kinderen, zoals pesten op school, pesten op het werk, kindermishandeling, seksueel misbruik, homofobie, vreemdelingenhaat, godsdienstoorlogen, progroms, de Shoah (1).

Toelichting 1
Bij alle vormen van geweld, of dit nu pesten op school, pesten op het werk, kindermishandeling, huiselijk geweld of de Shoah is, is in alle gevallen sprake van vijf partijen en drie psychologische mechanismen.
De vijf partijen bij pesten tussen leerlingen op school zijn: de zwijgende middengroep (de rest van de klas), bestaande uit vijf subgroepen; de pester; de leerkracht; de ouder; het slachtoffer.
De vijf partijen bij pesten op het werk zijn: de zwijgende middengroep (de rest van de afdeling waarin wordt gepest), bestaande uit vijf subgroepen; de pester; de leidinggevende die de signalen niet ziet of niet weet op welke manier het moet worden gestopt; de medewerkers van andere afdelingen; het slachtoffer.
De partijen bij kindermishandeling en seksueel misbruik zijn: de zwijgende middengroep (de rest van het gezin), bestaande uit vijf subgroepen; de dader/pleger; de leerkracht die signalen opvangt, maar ze niet in verband met kindermishandeling brengt; de buren, familieleden en vrienden die wel hun vermoedens hebben, maar ze niet ventileren; het slachtoffer.
De partijen bij huiselijk geweld zijn: de zwijgende middengroep (de rest van het gezin), bestaande uit vijf subgroepen; de dader/pleger; beleidsmakers, zoals politici, ministers en staatssecretarissen die eerst het probleem ontkennen, daarna ad hoc aanpakken, een noodverband leggen en tot slot het probleem onvolledig analyseren, daarmee het probleem in stand houdend; de leerkracht die signalen opvangt, maar ze niet in verband met huiselijk geweld brengt; familieleden en vrienden die wel hun vermoedens hebben, maar ze niet ventileren; het slachtoffer.
En de partijen bij de Shoah zijn: de zwijgende middengroep, bestaande uit vijf subgroepen; de daders: Hitler, SS; de officiële Katholieke Kerk en de officiële Protestant-Christelijke Kerk, die op de hoogte van de vernietiging van de Joden waren, maar daar geen duidelijk stelling tegen hebben genomen; de inwoners van andere landen die wel iets vermoedden, maar niets konden doen; de slachtoffers, in dit geval joodse mensen.
En de drie psychologische mechanismen zijn: de samenzwering om te zwijgen, het omstandersdilemma en de neiging van de omstanders om het slachtoffer van geweld (een gedeelte van) de schuld te geven, ook wel blaming the victim genoemd. Ook de drie psychologische mechanismen kunnen worden aangetoond bij elke vorm van geweld.
Derhalve, in plaats van alle mogelijke curatieve en preventieve projecten ten aanzien van alle mogelijke doelgroepen en soorten geweld op te starten en uit te voeren, lijkt het mij efficiënter uit te gaan van het zondebokfenomeen met zijn vijf partijen en drie psychologische mechanismen en ter oplossing van alle geweldproblemen een vijfsporenaanpak toe te passen en oplossingen te vinden en toe te passen voor de drie psychologische mechanismen.

Het zondebokfenomeen of –mechanisme werd door Girard als volgt verklaard. In tijden van crises, die economisch, cultureel of sociaal van aard kunnen zijn, gaat de massa niet op zoek naar de oorzaken van de crisis, maar naar een sterke leider. Omdat de leiders in de meeste gevallen weten dat de agressie in de maatschappij zich ook tegen hen kan keren, zorgen ze voor ‘bliksemafleiders’. In het geval van Nazi-Duitsland: de Joden, homoseksuelen, mentaal geretardeerden en zigeuners (2).

Toelichting 2
In mijn verklaringsmodel van geweld, zoals uiteengezet in School en geweld, oorzaken en aanpak en, in de rubriek Verklaringsmodel op www.pesten.net (derde vertical kolom trefwoorden op de homepage van deze site) geplaatst, heb ik Girards theorie opgenomen. Dit model onderscheidt drie algemene oorzaken. De eerste oorzaak van geweld op school is een crisis of verstoring van het evenwicht in een klas of groep, veroorzaakt door interne groepsfactoren (slechte relaties tussen de leerlingen) of externe groepsfactoren (leiderschapsstijl van de leerkracht). Deze evenwichtsverstoring kan leiden tot frustratie, frustratie tot agressie, waarna de agressie kan worden omgezet in verschillende vormen van geweld, waaronder het geweld tegen ‘de ander’ (het zondebokfenomeen).
Over de leiderschapsstijl van de leerkacht als mogelijke oorzaak van pesten tussen leerlingen op school het volgende. Lewin e.a. deden onderzoek naar de leiderschapsstijl van volwassenen op het psychosociaal functioneren van 10-jarige jongens. Daartoe trainde hij drie volwassenen in een van de drie leiderschapsstijlen: democratisch, laisser faire en autoritair, waarna hij de vier groepen jongens achtereenvolgens een maand onder de drie leiderschapsstijlen bracht. Eén van de resultaten was dat onder de autoritaire leiderschapsstijl significant meer sprake was van het zondebokfenomeen. In deze groepen werd meer gepest; verlieten de gepeste jongens de groep, voor wie er een nieuw slachtoffer in de plaats kwam, die op zijn beurt werd gepest en de groep verliet. Met andere woorden, de (leiderschapsstijl van de) leerkracht kan mede de oorzaak van pesten zijn.
Tot slot het gegeven dat leerkrachten soms leerlingen tot zondebok uitkiezen. In mijn boek Machtsmisbruik op school heb ik een aantal cases hiervan geplaatst. De oorzaken van dit gedrag zijn drieledig: een zieke geest, onvermogen orde te houden, onwetendheid.
Derhalve, bij de aanpak van pesten tussen leerlingen op school dient ook aan de leiderschapsstijl van de leerkracht aandacht te worden besteed.

Daarnaast is volgens Girard het zondemechanisme één van de centrale thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament (overigens voortreffelijk verwoord in Leviticus 16, 18-21), waarvan hij de volgende voorbeelden geeft: Abel, Job, Jonas, Johannes de Doper, Jezus Christus en Mozes. Hierbij is de boodschap van het Oude en Nieuwe Testament je sterk te maken voor de zwakken in de samenleving, een boodschap die al twee eeuwen door het christendom wordt gegeven en – zoveel als mogelijk - in praktijk wordt gebracht (3).

Toelichting 3
Als het waar is dat het zondebokfenomeen of –mechanisme één van de centrale thema’s uit het Oude en nieuwe Testament is, beschikken katholieke en protestant-christelijke scholen over een unieke mogelijkheid om, samen met leerlingen, leerkrachten en ouders, deze opdracht eigentijds en concreet te maken.

Definitie zondebokfenomeen

Bij de verklaring en aanpak van pesten ga ik uit van het zondebokfenomeen of -mechanisme. Alhoewel mijn definitie van het fenomeen profaan van aard is, is het effect hetzelfde. De definitie luidt als volgt: ‘Het zondebokfenomeen is de overdracht van vijandigheid op een onschuldig en hulpeloos slachtoffer, wanneer of omdat de eigenlijke bron van frustratie niet aanwezig is of om andere redenen niet aangevallen kan worden’.
Kort gezegd, er is sprake van een crisis, die frustratie veroorzaakt. De frustratie wordt omgezet in agressie en de agressie wordt onder andere afgereageerd in geweld tegen ‘de ander’, een persoon met minder macht of lagere - en in sommige gevallen zelfs - hogere status.

Oorzaken van gepest worden

Het antwoord op de vraag welke kinderen een grote(re) kans dan andere kinderen lopen om gepest te worden is: leerlingen die ‘anders’, in de buurt, gevoelig en in andere situaties zondebok (geweest) zijn. Omdat voor het betoog slechts de eerste oorzaak van belang is, het volgende. Alhoewel naar mijn opvatting elk kind een kans loopt buitengesloten en zondebok te worden te worden, lopen kinderen die ‘anders’ zijn een grotere kans. Het anders zijn heeft te maken met door de groep leerlingen impliciet of expliciet vastgestelde normen. Als gemiddelde intelligentie de norm is, dan lopen het hoogbegaafde en moeilijk lerende kind in de klas een grote kans buitengesloten en zondebok te worden. Is homoseksualiteit de norm, dan loopt de heteroseksuele leerling een kans het te worden. En is merkkleding de norm, dan is het kind waarvan de ouders geen geld hiervoor hebben, een makkelijk doelwit (4).

Toelichting 4
Dit gegeven impliceert in de eerste plaats dat de school zich moet inspannen om achter de impliciete en expliciete normen van leerlingen te komen. Niet alleen voortdurend in gesprek met leerlingen en ouders zijn is hier een middel voor, maar ook gedragingen en nieuwe omgangsvormen observeren en interpreteren en maatregelen treffen zodra de nieuwe omgangsvormen ongewenst blijken te zijn. In de tweede plaats is de normen- en waardenontwikkeling van leerlingen hierbij van belang. De waarde ten aanzien van pesten is veiligheid, volgens de behoeftetheorie van Maslov de tweede behoefte van iedere leerling en volwassene. En de norm is dan dat bepaald, met elkaar afgesproken, gedrag(ingen) niet meer kan (kúnnen), om welke reden het vaststellen van regels voor of door leerlingen en de hiervoor noodzakelijke vervolgactiviteiten van belang zijn. In de regels dienen dan ook ongewenste gedragingen van leerlingen opgenomen te worden, waaronder het buitensluiten, belachelijk maken, uitlachen en uitschelden van klasgenoten. Ten derde besteedt de school niet alleen concreet aandacht aan de fasen die iedere groep, die noodgedwongen bij elkaar zit, doormaakt (forming, storming, norming, performing en termination), maar zorgt zij er ook voor dat de norming fase vóór de storming fase wordt geplaatst, wat inhoudt dat de leerlingen op de eerste schooldag regels met elkaar maken en hierbij ook afspraken maken over hoe zij met ruzie om zullen gaan. En tot slot maakt de school aan leerkrachten, leerlingen en ouders duidelijk welke normen en waarden zij belangrijk vindt.

Anders zijn

Het anders zijn als een van de vier mogelijke oorzaken om zondebok te worden is een interessant gegeven, dat ook in de dierenwereld is aangetoond. Men ontdekte namelijk dat ratten die in het territorium van een andere kolonie terecht komen, op het moment dat ze zich dit realiseren, niets meer doen en in elkaar kruipen, waarna de groep zich op de indringer stort en hem doodt. Na een aantal experimenten te hebben uitgevoerd waarom dat zo is, ontdekte men dat iedere groep ratten een eigen geur heeft waaraan zij elkaar herkennen en voerde men het volgende experiment uit. Een rat werd uit de kolonie gehaald en kreeg de geur van een andere kolonie. Hij werd teruggezet waarna hij, toen hij erachter kwam dat hij ‘anders‘ was, verstijfde en de rest van de groep hem aanviel om hem te doden. Gelukkig voor hem had de experimentator een touwtje aan zijn staart gebonden en kon hij hem van een wisse dood redden.
Het ‘anders zijn’ als een van de mogelijke oorzaken om zondebok te worden houdt dan in dat, wanneer men in staat is het anders zijn te verklaren, de ‘andere’ leerling niet meer anders is, maar normaal, want verklaard, en zondebok af is.
Een anecdote van een leerkracht om dit duidelijk te maken. In haar klas, groep 7, bevond zich een meisje dat niet alleen door haar klasgenoten, maar nu ook door schoolgenoten op het schoolplein, werd gepest. Met hulp van haar ouders kwam ze erachter dat ze een lichte vorm van Gilles de la Tourette had. Toen de leerkracht hiervan op de hoogte was gesteld, vond ze de ‘perfecte ‘ oplossing. Ze vroeg haar leerling een spreekbeurt over haar aandoening te houden en beloofde dat ze ervoor zou zorgen dat ze door haar klasgenoten daarna niet ‘afgemaakt’ zou worden. Het meisje hield haar spreekbeurt waarna de leerkracht haar tot slot nog speciaal maakte. Ze vertelde namelijk aan de klas dat slechts één op de 30 000 leerlingen – het precieze getal ken ik niet – Gilles de la Tourette had en dat de klas maar bofte om zo een speciaal iemand in de klas te hebben. Alhoewel haar klasgenoten zich af en toe nog vergisten, maar daarop werden gecorrigeerd door andere leerlingen, namen zij het nu ook voor haar op het schoolplein op; vertelden ze de pesters op het schoolplein dat ze moesten ophouden met pesten en dat ze er ook niets aan kon doen, omdat ze Gilles de la Tourette had.
Met andere woorden, mijn aanpak richt zich - in plaats op zoek te gaan naar de overeenkomsten tussen leerlingen (de insteek van Challenge Day) om hen te laten ervaren dat zij niet de enigen zijn met een bepaald probleem of handicap - op het zoeken naar de oorzaken van de verschillen tussen de leerlingen en, als geen oorzaak kan worden gevonden, op het duidelijk maken dat iedere leerling anders is en om die reden alleen al gerespecteerd moet worden (5).

Toelichting 5
Het ‘anders zijn’ als mogelijke oorzaak van pesten impliceert een groot aantal activiteiten. Omdat de mate van buitensluiten niet in alle gevallen bekend is, is in de eerste plaats de afname van de sociogrammethode en met behulp hiervan, de berekening van de sociometrische statustype per leerling, noodzakelijk. Deze resultaten geven zicht op de mate van geliefdheid per leerling. Daarna kan worden nagegaan wat de mogelijke oorzaken zouden kunnen zijn voor het feit dat sommige leerlingen in hoge mate worden verworpen. Als deze oorzaak wordt gevonden, krijgen de leerlingen de opdracht een spreekbeurt over hun ‘anders zijn’ te houden of worden de kenmerken van sommige aandoeningen door de leerkracht besproken en – al  dan niet – middels kaarten geadstrueerd. Wordt geen oorzaak gevonden voor de – extreem - lage antipathiewaarde, dan worden de omgangsnormen in de klas of groep aan de orde gesteld of worden maatregelen getroffen om een einde te maken aan het buitensluiten van klasgenoten, gevolgd door lessen over mogelijke vooroordelen en discriminatie van klasgenoten. Tot slot worden ook de ouders betrokken bij de verbetering van het psychosociale klimaat in de klas, waarvoor ook zij, naast de leerlingen, verantwoordelijk worden gemaakt.  

Implicaties van Allports theorie voor de aanpak van pesten en geweld

Wat Allports theorie in ieder geval leert is dat mensen in staat zijn tot prachtige zaken als sympathie, tolerantie voor verschillen, respect en samenwerking, maar ook tot onbegrijpelijke zaken als buitensluiten van groepen ‘anderen’, pesten, vrouwenmishandeling en vreemdelingenhaat. Anders geformuleerd. De mens is in staat tot de meest prachtige dingen: kunst, cultuur, muziek, liefde, maar ook tot de meest krankzinnige zaken als systematische vernederingen, kindermishandeling, godsdienstoorlogen, vrouwenmishandeling en -verminking. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat volkomen normale mensen niet alleen in experimenten, maar ook in oorlogen, in opdracht van een experimentator of hoger geplaatste, anderen kunnen pesten, martelen, verwonden of doden (6).

Toelichting 6
Hierbij doel ik op drie experimenten en een historisch gegeven. De experimenten zijn: het Robbers’ Cave experiment, het gehoorzaamheidsexperiment van Milgram en het door Zimbardo uitgevoerde gevangenisexperiment. Het historisch gegeven zijn de gruwelijke moorden van Joden in de bossen rond Jozefow in Polen door gewone Duitse politiemensen, zoals beschreven in Ordinary Men, Reserve Police Battalion 101 and the Final Solution in Poland.

Van de andere kant, nu we weten dat we, afhankelijk van de situatie, elkaar de meest krankzinnige dingen aan kunnen doen, kunnen we er nu niet meer mee wegkomen met te zeggen dat we niet geweten hebben dat we daartoe in staat waren en hebben we met z’n allen het recht en de plicht elkaar te corrigeren wanneer de grenzen van de ander worden overschreden.
Omdat buitensluiten door leerlingen nog steeds wordt gezien als hun grootste probleem, adviseer ik om, ter aanpak van het zondebokfenomeen op school en in de maatschappij, buitensluiten op scholen voor basis- en voortgezet onderwijs structureel aan te pakken (7).

Toelichting 7
Aan een goede aanpak van pesten stel ik drie eisen. De eerste eis is dat de aanpak in twee opzichten integraal is. Enerzijds door het betrekken van alle partijen bij de aanpak, de reeds eerder genoemde vijfsporenaanpak van pesten. Anderzijds door pesten onder te brengen in het ook reeds eerder genoemde verklaringsmodel van geweld. De tweede eis: het probleem wordt structureel, volgens de trits signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren, aangepakt. En de derde eis is dat de aanpak leidt tot attitudeverandering. Met behulp van bovengenoemde drie eisen zijn naar mijn mening alle onderwijsproblemen aan te pakken en op te lossen, welke aanpak is beschreven in Geweld als onderwijsprobleem. Dit boek is in de rubriek Gratis op www.pesten.net geplaatst en kan worden gedwonload door op de titel te gaan staan, het aan te klikken en twee keer op Afdrukken (rechts boven) te klikken.
 
Op dit onderwerp is (bijna) alles voorhanden (8).

Toelichting 8
Alle beschikbare materialen op dit gebied zijn, onder de zes elementen voor attitudeverandering, onder zes knoppen, opgenomen op de homepage van de website www.pesten.net. De zes elementen betreffen de drie componenten van een attitude: de cognitieve component, de emotioneel-affectieve component en de conatieve (wils- of streef)component. En de drie strategieën om attituden te veranderen: de machts- of dwangstrategie, de normatief-heropvoedende strategie en de strategie van de toepassing van kennis over wetmatigheden.
Mij staat de volgende werkwijze voor ogen. Mijn kennis op deze zes onderwerpen wil ik eerst overdragen aan een kleine groep medewerkers/sters van een Onderwijsbegeleidingsdienst, waarna de site na een aantal jaren wordt opengesteld voor het hele onderwijsveld. Een tweede mogelijkheid is: mijn kennis overdragen aan een groep deskundigen van stichtingen van scholen of van ROC's.

Met behulp van dit onderwerp kunnen daarna, afhankelijk van het optreden van andere ongewenste omgangsvormen, ook alle mogelijke andere problemen aan de orde worden gesteld en aangepakt, zoals vreemdelingenhaat, homofobie, Islamafobie (9).

Toelichting 9
Zoals reeds eerder gezegd vallen onder het zondebokfenomeen of –mechanisme alle ongewenste omgangsvormen. Wanneer ze optreden maakt de school hierover een regel die in de regels van de leerlingen wordt opgenomen (conatieve component); geeft feitelijke informatie over het onderwerp (cognitieve component); doet een beroep op de empathie van de leerlingen (emotioneel-affectieve component); begeleidt leerlingen die hun houding of gedrag weigeren te veranderen (machts- of dwangstrategie); verplicht de diehards aan een sociale vaardighedentraining deel te nemen (normatief-heropvoedende strategie) en past bij dit alles kennis over groepsdynamische processen en psychologische mechanismen toe (strategie van de toepassing van wetmatigheden). Dit alles wordt in het beleidsplan psychosociale veiligheid van de school neergelegd (wederom conatieve component).

Omdat het centrale thema buitensluiten is, zijn er dus geen aparte projecten meer nodig ten behoeve van verschillende groepen (10).

Toelichting 10
Het probleem is dat door deze aanpak ondersteuningsinstellingen geen werk meer hebben omdat door deze zienswijze en aanpak veel cursussen overbodig zijn geworden en allerlei organisaties geen subsidies meer kunnen aanvragen voor het maken en distribueren van materialen. Het omslagpunt zal echter binnen niet al te lange tijd worden bereikt. Immers, scholen worden moedeloos van alle mogelijke projecten die er leuk uitzien, veel beloven, maar telkens weer geen structurele oplossingen blijken te bieden. Dit geldt niet alleen voor de sociale vaardigheidstrainingen, genoemd onder het kopje Sovatrainingen op de homepage van www.pesten.net, maar ook voor het programma Challenge Day/Over de streep. Dit programma had als slogan 'Van onbekend naar respect in één dag' en stelde dat deze methode een/dé oplossing zou zijn voor onder andere pesten. Als men uitgaat van Allports theorie en pesten ziet als een aspect van het zondebokfenomeen en het zondebokfenomeen als een van de centrale thema's van het Oude en nieuwe Testament, dan zou als conclusie moeten luiden dat dit programma in één dag een probleem heeft opgelost dat door het Christendom na twee eeuwen nog niet is gelukt.

En wanneer het buitensluiten structureel is aangepakt, gaat men over op de aanpak van discriminatie, vooroordelen en antipathie, waarna men leerlingen tolerantie voor verschillen en respect voor de ander probeert bij te brengen (11).

Toelichting 11 
Dit is een tweede argument tegen de slogan van Challenge Day 'Van onbekend naar respect in één dag'. Als men wederom uitgaat van Allports theorie en pesten ziet als een aspect van het zondebokfenomeen en het zondebokfenomeen als veroorzaakt door discriminatie, vooroordelen en antipathie, dan houdt dit in dat deze methode in één dag zowel de oplossing is voor discriminatie van, vooroordelen over en antipathie tegen de gepeste leerling en eveneens veroorzaakt dat binnen één dag tolerantie voor verschillen en respect voor het slachtoffer wordt bewerkstelligd.
Wie neemt wie nu in de maling?

Een methode om vooroordelen en discriminatie in zijn algemeenheid aan de orde te stellen is: A Classroom of Difference. Ze is onder andere toegepast in een drie jaar durend pilotproject, met als titel ‘Normen en waarden in intercultureel perspectief’, dat in de jaren 2005-2008 op drie scholen voor basisonderwijs in Amsterdam, met subsidie van de gemeente Amsterdam, met succes  is uitgevoerd. Zie hiervoor www.pesten.net, Pilotprojecten, nummer 5.

Een andere oplossing voor pesten en andere onbegrijpelijke maatschappelijke problemen zie ik niet en vraag hierbij ieder ander met een betere aanpak te komen. 

c Bob van der Meer 

 
© 2017 Bob van der Meer