Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Challenge Day/Over de streep | Afdrukken |  E-mail

Argumenten tegen Challenge Day/'Over de streep'
c Bob van der Meer
24-02-2012

Centraal in dit stuk staat de door Arie Boomsma gebruikte slogan ‘Van onbegrip naar respect in één dag’.

1 De Challenge Day-methode benadrukt  overeenkomsten in plaats van verschillen tussen leerlingen

In 2011 zond de KRO het programma ‘Over de streep’ uit. Het was gebaseerd op de ideeën van Challenge Day, een in Amerika ontwikkelde methode die erop gericht is om leerlingen voortgezet onderwijs/ROC in één dag respect voor elkaar bij te brengen.

De gedachtegang hierbij is als volgt.
Leerlingen kunnen met bepaalde problemen zitten waar ze niet makkelijk over spreken: armoede binnen het gezin, kindermishandeling, seksueel misbruik, de dood van een familielid, een psychotische moeder, een afwezige vader. Omdat zij hierdoor ‘anders’ zijn of zich ‘anders’ gedragen, kunnen andere leerlingen hen mijden of buitensluiten.
Als het mogelijk is om deze 'andere' leerlingen zover te brengen dat zij hun geheimen aan elkaar vertellen, zullen hun klasgenoten hen en hun houding begrijpen, waardoor ze respect voor ‘de ander’ gaan krijgen en hen daardoor niet meer zullen mijden, pesten of buitensluiten. Tot zover de theorie.
De vier leerlingen uit de eerste uitzending in 2011 van het KRO-programma ‘Over de streep’, welk programma door Arie Boomsma werd gepresenteerd, waren dan ook ‘anders’: jongen, opgevoed door moeder; Islamitisch meisje, als een van de weinigen op een pc-school, en zorgend voor haar zusjes; de netjes pratende, hockeyende en gepeste jongen en het aangenomen Chinese meisje. Zíj hadden het alle vier over vooroordelen, discriminatie, pesten en respect.

De Challenge Day-methode maakt naar mijn mening een denkfout. Ze luidt als volgt: Als je nu maar weet hebt van de geheimen van een klasgenoot (opgevoed door moeder; islamitisch; netjes pratend of geadopteerd), waardoor de ander 'anders' is, vindt je vanzelf wel overeenkomsten met hen. Door weet te hebben van hun problemen, krijg je vanzelf respect.

Tegenargument 1
Volgens Allports theorie (figuur 1) wordt respect echter niet op deze manier verkregen, maar is dat het resultaat van een langdurig proces en moet er, om respect te verkrijgen, eerst een aantal hindernissen worden genomen: aanpak van het zondebokfenomeen, het wegnemen van discriminatie, vooroordelen en antipathie en het bevorderen van tolerantie voor verschillen voor elkaar. Onder het kopje Allports theorie op de homepage van www.pesten.net meer informatie hierover.
Zijn theorie luidt als volgt. Mensen gaan op twee manieren met elkaar om: op vriendschappelijke (het bovenste gedeelte van figuur 1) en op vijandige manier (het ondrste gedeelte van figuur 1). De ‘omslag’ van vriendschappelijk naar vijandig ligt bij sympathie/antipathie. Als niemand iets doet tegen antipathie, is Allports stelling, leidt dat vanzelf tot vooroordelen. Als niemand duidelijk stelling neemt tegen vooroordelen, is discriminatie het gevolg. En als niemand discriminatie aanpakt, is het eindresultaat: het zondebokfenomeen of –mechanisme, het verschijnsel dat mens en dier slachtoffers (nodig) hebben. Dit wordt als volgt in figuur 1 weergegeven.

Figuur 1: Allports theorie over omgang van mensen/leerlingen met elkaar.

   

samenwerking    

respect

tolerantie 

sympathie/
antipathie

vooroordelen

discriminatie

het zondebokfenomeen 

Het zondebokfenomeen nu is in de eerste plaats een groepsprobleem, dat is aangetoond bij dier en mens. Bij dieren: bij apen, ratten, kippen en katten. Bij mensen: in het onderwijs, leger, bedrijven, inrichtingen en gezinnen. Het is in de tweede plaats een maatschappelijk verschijnsel. Voorbeelden hiervan zijn: vrouwenmishandeling, kindermishandeling, seksueel misbruik en seksuele intimidatie. En tot slot is het zondebokfenomeen een verschijnsel van alle tijden. Voorbeelden ervan zijn: de heksen-, de Joden- en de homovervolging, welke problemen overigens ook al niet in één dag kunnen worden aangepakt en opgelost. Met andere woorden, om respect voor elkaar te krijgen is, volgens Allport, in de eerste plaats aanpak van het zondebokfenomeen een noodzakelijke voorwaarde, daarna discriminatie, vooroordelen, antipathieën, moet er gewerkt worden aan sympathie, waarna tot slot tolerantie voor verschillen moet worden aangeleerd. Nogmaals, een onmogelijke opdracht in één dag.

Tegenargument 2
Naar mijn opvatting loopt iedere leerling een kans zondebok te worden. Sommige leerlingen lopen echter een grotere kans. Het zijn leerlingen die anders-, gevoelig-, in de buurt- en in andere situaties zondebok (geweest) zijn. 
Het 'anders' zijn van leerlingen heeft te maken met de impliciete of expliciete groepsnormen. Is de norm hoogbegaafdheid, dan loopt de leerling die niet aan deze norm voldoet een grote kans buitengesloten en zondebok te worden. Is de norm heteroseksualiteit, dan loopt de homoseksuele leerling of leerkracht een grote kans gepest te worden. 
Nu kan je vier kanten op. Je kunt het anders zijn (hoogbegaafdheid, autisme, (lichte vorm van) Gilles de la Tourette, adhd, godsdienst, proberen te verklaren; het mechanisme proberen te begrijpen dat achter het buitensluiten/vervolgen van 'de ander' zit; leerlingen duidelijk maken dat buitensluting op grond van welke reden dan ook binnen school niet wordt geaccepteerd en dat degene die dit desondanks wel doet, een probleem heeft of de ander, na zijn comfortzone afgebroken te hebben, te dwingen zijn geheim te vertellen of zijn 'anders zijn' te verklaren. Ik kies, om ethische redenen, voor alle opties, met uitsluiting van de laatste optie.

Tegenargument 3
Eén van de stellingen van René Girard in zijn boek De zondebok is dat in tijden van crisis, die economisch, cultureel of sociaal van aard kan zijn, de massa, wij dus, niet kijkt naar de mogelijke oorzaken van de crisis en deze probeert aan te pakken, maar op zoek gaat naar een slachtoffer, dat part noch deel heeft aan de oorzaken. Als voorbeeld noemt hij Hitler en Nazi-Duitsland. Hun slachtoffers waren de 'ander' met weinig macht: de Joden, homoseksuelen, mentaal-geretardeerden en zigeuners. Vertaald naar de schoolsituatie is dat de zwakke of zwak gemaakte 'ander'. Een tweede stelling van Girard is dat een van de centrale thema’s in zowel het Oude als het Nieuwe Testament het zondebokfenomeen of -mechanimse is. Voorbeelden hiervan zijn: Johannes de Doper, Mozes, Abel, Job, Jona en Christus. Deze boodschap verkondigen de officiële katholieke en protestant-christelijke kerk al twee eeuwen en zullen zij dat nog wel enkele eeuwen blijven doen. Met andere woorden: de slogan van Arie Boomsma 'Van onbegrip (over het 'anders' zijn en daardoor zondebok geworden zijn) naar respect in één dag', zou inhouden dat hij in een dag in staat is het probleem op te lossen, waar de officiële en protestant-christelijke kerk al twee eeuwen mee bezig zijn. Nu is Boomsma volgens sommigen een god, maar kan ook hij dit niet.

Conclusie 1
Met behulp van bovenstaand model  is in een oogopslag duidelijk dat de door Arie Boomsma gehanteerde slogan : ‘Van onbegrip naar respect in één dag’ een gotspe is.
Met andere woorden, om respect voor een ander te kunnen krijgen, moeten de verschillen tussen mensen worden verklaard, de mechanismen achter het vervolgen van 'de ander' worden blootgelegd of het buitensluiten van de ander worden verboden (mijn opvatting) en niet de overeenkomsten tussen leerlingen, namelijk lijdend aan hetzelfde probleem: afwezigheid vader, scheiding ouders, geen geld, gepest, mishandeld of misbruikt (opvatting van Challenge Day).
Daarna moet worden gewerkt aan bestrijding van discriminatie, vooroordelen en antipathie, waarvoor een zeer geschikte methode A Classroom of Difference voorhanden is.

2 Sensitivitytrainingen
Challenge Day doet mij denken aan de sensitivitytrainingen uit de 70-er en 80-er jaren vn de vorige eeuw die op scholen voor voortgezet onderwijs, bedrijfsleven en universiteiten werden uitgevoerd. Twee toepassingen: de eerste was dat je op elke vraag die je gesteld werd altijd eerlijk antwoord moest geven. En de tweede wss dat je een ander altijd de waarheid moest vertellen. Als je van oordeel was dat een ander een nitwit was, was je verplicht de ander dit ook te vertellen. Deze methode had in veel gevallen desastreuze gevolgen: zelfdodingen; psychische problemen; depressie; opnamen in psychiatrische ziekenhuizen.
Toen was er sprake van onbedaarlijk huilende leerlingen, studenten en volwassenen. Nu bij Challenge Day ook weer onbedaarlijk huilende leerlingen, zoals de leerling in de eerste uitzending die - volkomen van streek - vertelde over de dood van zijn oma.
Vragen in dit verband zijn:
- Worden er op de te verwachten psychische problemen van leerlingen deskundige psychologen ingeschakeld die de Challenge Dagen begeleiden?
- Zijn de scholen die zich inschrijven voor Challenge Day verzekerd of hebben ze zich verzekerd tegen bovengenoemde te verwachten desastreuze gevolgen?
- Wie kan aansprakelijk worden gesteld voor de verwachten psychische problemen nu en in de toekomst?
- Wie geeft formeel toestemming voor deelname aan Challenge Day?

3 Comfort zone
Een ander bezwaar tegen Challenge Day is het feit dat leerlingen uit hun comfort zone worden gehaald. Het doel hiervan is om de geheimen, die ze hebben en die hen dwarszitten, aan klasgenoten te vertellen, waardoor zij, door hiervan kennis te nemen, hun gedrag begrijpen en hen daardoor gaan respecteren.
De enigen echter die kinderen en volwassenen uit hun comfort zone mogen halen zijn psychologen en psychiaters in één op één relatie en niet door zogenaamde deskundigen in een situatie waarin leerlingen middels groepsdruk worden gedwongen hun geheim(en) te vertellen.  

4 Geheimen en verdedigingsmechanisme
Leerlingen hebben recht op hun geheimen en recht op hun verdedigingsmechanismen. Een van deze mechanismen is: “Als ik er niet over praat, is het waarschijnlijk ook niet gebeurd”. Overlevenden van de concentratiekampen en mishandelde of misbruikte kinderen maken gebruik van dit mechanisme. Leerlingen door middel van groepsdruk of dwang dwingen hun geheimen te vertellen, met gebruikmaking van het doorbreken van hun verdedigingsmechanisme, is van alle onethische activiteiten de meest onethische activiteit die ik mij kan voorstellen.

5 Slachtoffers en daders
Het format heeft slechts belangstelling voor slachtoffers en ‘dus’ zielige leerlingen. De vraag die nu kan worden gesteld is waarom de methode geen vragen stelt om achter (de) daders te komen. Goede vragen zouden zijn: “Wie is pester; wie gebruikt geweld; wie heeft anderen in het afgelopen jaar afgeperst; wie ziekt homoseksuele leerlingen en docenten; wie neemt een pistool mee naar school om zich veilig te weten; wie heeft wel eens een strafbaar feit gepleegd; wie stalkt anderen op internet; wie heeft wel eens wraak genomen en een gerucht verspreid; wie heeft wel eens een meisje verkracht, wie heeft wel eens een meisje tegen haar zin in betast, wie heeft omdat een meisje het uitmaakte, compromitterende foto’s van haar op internet geplaatst; wie heeft wel eens een sms-bom verstuurd; wie heeft voor de grap aan een ander een virus verstuurd? En dan de proef op de som nemen en kijken of zij, de daders, nu ook over de streep gaan en de achterblijvers dan ook nog de armen omhoog steken.
Als deze methode ook dit soort vragen zou hebben gesteld, zouden ouders klachten hebben ingediend tegen deze methode. De methode zou dan gebruikt (kunnen) worden om aan leerlingen strafbare feiten te ontlokken en derhalve strafbaar zijn. Immers, weet hebben van strafbare feiten en ze niet melden is volgens de wet een strafbaar feit.
Als dit waar is, waarom dienen ouders dan geen klachten in tegen het ontfutselen aan leerlingen van strafbare feiten die tegen de slachtoffers zijn gepleegd en die de slachtoffers niet hebben gemeld of niet gedurfd hebben te melden?

6 Het format verwart emotie met empathie
Ervaring leert dat leerlingen een of twee dagen emotioneel onder de indruk zijn van een project en daarna weer overgaan tot de orde van de dag. Dit heeft te maken met psychologische mechanismen of wetmatigheden. Met andere woorden, in plaats van op goedkope manier met de emoties van leerlingen om te gaan, zou gewerkt moeten worden aan empathie. Problemen in dit verband zijn dat notoire pesters weinig empathisch vermogen hebben; pesters ook bij deze methode weer buiten slot blijven en dat empathie een proces van lange adem is en niet door handopsteking kan worden bereikt.

7 Zorgen over het feit dat deze methode nu op alle scholen voor voortgezet onderwijs zal worden toegepast.  Docenten zijn geen therapeuten en de problemen van/voor de leerlingen worden niet opgelost
Alhoewel tijdens de uitzendingen van ‘Over de streep’ voortdurend werd verzekerd dat professionele hulp aanwezig was, vraag ik mij af welke bij het Nederlands Instituut voor  Psychologen (NIP) aangesloten psycholoog zich hiervoor leent of heeft geleend.

8 Veilige(r) methodieken
Er bestaan veilige(r)/meer humane manieren om achter geheimen van leerlingen te komen dan het paardenmiddel Challenge Day. Als volgt:
- Een veilige methodiek om achter kindermishandeling/seksueel misbruik bij kinderen basis- en voortgezet onderwijs te komen, is een tekenopdracht. Een dergelijke opdracht is, voorafgaand aan de landelijke actie tegen kindermishandeling ‘Over sommige geheimen moet je praten’, welke actie in 1990 startte, zowel bij leerlingen in het basis- als voortgezet onderwijs, toegepast. De resultaten waren schokkend te noemen, maar leidden in alle gevallen tot oplossingen.
Voor de theoretische achtergrond wordt verwezen naar: De psychologie van kindertekeningen, 1995). Een aantal van deze tekeningen is/wordt, onder het kopje Kindermishandeling, op de homepage van www.pesten.net, opgenomen.
- Lessenserie over geheimen, zoals opgenomen in: Meer, B. van der (2000-7). Brochure Signaleringsinstrument Risicoleerlingen: achtergronden en verantwoording. Rosmalen: E2V2.
- Opdracht tijdens lessen Nederlands om een gedicht of verhaal te schrijven over ongeacht welk onderwerp. Leerlingen die met een probleem zitten en daarover willen spreken, vertellen in dit soort opdrachten veelal hun geheimen.
- Lees- en voorleesboeken over diverse problemen.
- Aanstellen van vertrouwenspersonen met als taak een of meer lessen te verzorgen over kindermishandeling, in het kader van de op de school gehanteerde regel ‘Nergens mag je over klikken, maar als er in de klas wordt gepest, heb je het recht en de plicht dit aan elkaar, leerkracht en ouder te vertellen en dit noemen we geen klikken’.
- Afname van een anonieme enquête, zoals toegepast in het Scholierenonderzoek, waarna behandeling van een aantal van deze onderwerpen.
- De vraag heel direct stellen.
- Het onderwerp binnen begeleidingslessen van het voortgezet onderwijs en in groepen 7-8 van het basisonderwijs aan de orde stellen, binnen welke lessen veel verschillende geweldonderwerpen aan de orde worden gebracht, waaronder kindermishandeling en/of seksueel misbruik.
- Het afleggen van huisbezoek, waarna regelmatig telefonisch contact. Tijdens het bezoek en het daarna regelmatig uitgevoerde telefonische contacten kan een beeld worden verkregen van de omgang van de ouders met hun kind en die van het kind met de ouders.
- Het geven van aandacht (Hawthorne-effect).
- Een lijst van problemen of onderwerpen maken waarover leerlingen/studenten een begeleidingsles  kunnen aanvragen.
- Ervaringsdeskundigen uitnodigen om een les te geven.
- Inschakeling van lesmaterialen: dvd’s, films en/of theatergroepen.
- Toepassing van de 'matenbenadering'.

Conclusie 2
Op grond van bovenstaande argumenten is mijn conclusie dat Challenge Day/Over de streep (weer) een methode is die veel belooft, maar niet in staat kan/moet worden geacht om pesten te doen stoppen noch de slogan 'Van onbegrip naar respect in één dag' waar te maken, welke slogan derhalve een misleidende slogan is. Als voor omroepen en onderwijs dezelfde normen zouden opgaan als in het bedrijfsleven/reclamewezen zou de KRO aangeklaagd moeten/kunnen worden voor misleidende reclame.  

c Bob van der Meer
Psycholoog
E2V2
www.pesten.net  

 
© 2017 Bob van der Meer