Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Adviezen aan ouders van gepeste kinderen
2 Adviezen aan ouders van gepeste kinderen

In onderstaande tekst wordt soms tussen haakjes een nummer genoemd. Deze nummers verwijzen naar producten die onder de zes knoppen op de website www.pesten.net zijn geplaatst. Deze producten kunnen op dit moment (nog) niet worden geopend. Pas wanneer een grote organisatie, zaols bijvoorbeeld het ministerie van OCW of een conglomeraat van hogescholen, onderwijsbonden of belangenorganisaties mij in de gelegenheid stelt mijn eenmaal begonnen werk af te maken, kan iedereen beschikken over alle door mij gemaakte producten.
Na deze inleiding mijn adviezen aan ouders van gepeste knderen.

Vijf situaties

Wanneer je kind gepest wordt zijn er vijf situaties:
- Je kind vertelt uit eigen beweging dat het gepest is. Het is net gebeurd en geeft aan dat het moet stoppen.
- Je kind vertoont 'ander' gedrag. Het wordt stiller, trekt zich terug, gaat niet meer met klasgenoten om. Je vermoedt dat het al lange tijd wordt gepest.
- Het vertelt uit eigen beweging dat het wordt gepest, maar vraagt tegelijkertijd er met niemand over te praten.
- Je weet het al jaren. De leerkrachten doen wel iets, maar het stopt niet. De aanpak van de school is duidelijk ontoe¬reikend. Niets lijkt te helpen.
- De situatie is volkomen uit de hand gelopen

Sommige van de adviezen die nu volgen zijn gekoppeld aan een specifieke situatie, terwijl andere adviezen voor alle situaties nuttig zijn. Zo is het altijd noodzakelijk je kind te steunen. Ik heb dit geplaatst bij de situatie, waarin je kind niet wil dat je er met iemand over praat. Het bieden van steun is echter in alle situaties noodzakelijk. Wordt je kind op school gepest, lees dan alle adviezen en kies die adviezen er uit, die je voor de situatie van je kind het meest geschikt lijken.

2.1 Je kind vertelt uit eigen beweging dat het gepest is. Het is net gebeurd en geeft aan dat het moet stoppen.

Wat je als ouder precies gaat doen, hangt af van de situatie en vooral hoe lang je kind al last heeft van pesterijen. Wordt het voor het eerst of slechts sinds kort met pesterijen geconfronteerd, dan kun je er door meteen op te treden vaak een einde aan maken en daarmee erger voorkomen.
Hieronder een voorbeeld van pesten buiten en een van op school.

Pesten buiten school
We laten een vader aan het woord die het als volgt aanpakte:
“Zaterdagochtend. We zitten bij vrienden in de tuin. Onze dochter komt huilend aanlopen en vertelt dat zij met haar vriendinnetje aan het spelen was: ze sprongen over sloten, plukten bloemen en speelden met hun poppen. Twee klasgenoten waren aan komen rijden, scholden haar uit, maakten opmerkingen over het feit dat ze nog met poppen speelde, reden over haar op de grond liggende fiets en probeerden haar tot vechten uit te dagen door tegen haar aan te duwen.
Toen mijn dochter haar verhaal gedaan had, stapte ik op mijn fiets en ging op zoek naar de twee meisjes. Ik was woedend, maar heb me beheerst. De twee stonden op een hoek met elkaar te praten. Ik vertelde hen wat ik gehoord had en zei dat ik dit gedrag niet accepteerde; dat ik zelf niets kon doen, maar dat ik hun ouders zou opbellen om hen van het gebeurde op de hoogte te stellen.
Thuisgekomen belde ik naar een ouder op. Een broertje nam de telefoon aan, riep zijn vader, onder vermelding van mijn naam. Daarop hoorde ik dat iemand begon te huilen. De vader kwam aan de telefoon.
Ik legde het probleem zo rustig mogelijk uit; vertelde daarbij dat kinderen wel eens meer ruzie hebben, waar we ons niet altijd mee moeten bemoeien, maar dat mijn dochter wel erg overstuur thuisgekomen was. Mijn verzoek aan de vader was zijn eigen dochter te vragen wat er nu precies voorgevallen was en niet meteen kwaad op haar te worden. Misschien, vertelde ik hem, was het een storm in een glas water. Van de andere kant, stelde ik nadrukkelijk, moest mijn dochter wel veilig op straat kunnen spelen. De vader beaamde dat en beloofde er direct aandacht aan te besteden.
De andere ouder belde ik de volgende dag op. Ook daar kwam de vader aan de telefoon. Ook hij beloofde er met zijn dochter over te praten.
Beiden deelden overigens mee dat ze het op prijs stelden dat ik hen van het feit op de hoogte had gebracht”.

Deze aanpak heeft gewerkt. Het pesten hield op. Ik denk dat het 'anonieme' of het 'overvalachtige' karakter van opbellen in deze situatie daar debet aan was. Als je namelijk naar het huis van de pester gaat, bevindt je je in een afhankelijke positie. De deur wordt al dan niet opengedaan. Als je binnengelaten wordt, moet je misschien je verhaal doen waar alle huisgenoten bij zijn. De anderen zien je, je uiterlijk, je gevoelens van kwaadheid, angst of verslagenheid en kunnen je verhaal, op grond van deze informatie, afzwakken. Door op te bellen, leg je het probleem waar het thuishoort: bij de ouders van de pester. Zij zitten nu met een probleem opgescheept en zullen er, wanneer de telefoon is neergelegd, geen gras over laten groeien en de zaak met hun kind bespreken.

Pesten op school
Het advies is dan: geloof je kind, schets oplossingen en stel de leerkracht in kennis van het gebeurde.
Een voorbeeld. Je dochter gaat naar bed en komt - veel later - huilend naar beneden. Ze vertelt dan dat twee klasgenoten haar op school gepest hebben. Mogelijkheden zijn: tijdens het speelkwartier zijn twee klasgenoten op haar toegekomen en hebben voortdurend vernederende opmerkingen gemaakt, constant de weg versperd, tegen haar aangeduwd, haar spullen afgepakt en naar elkaar overgegooid en haar voortdurend geschopt en geslagen.
Als duidelijk is wat er plaatsgevonden heeft, is het raadzaam goede adviezen te geven. Als er geschopt en geslagen is en de school heeft geen regels voor de leerlingen van groepen 1-3 gemaakt (logo van de Fiep Westendorp Foundation), noch hebben de leerlingen van groepen 4-8 en klassen 1-3 regels met elkaar afgesproken (nummer 100 voor het basis- en nummer 200 voor het voortgezet onderwijs), is het advies dit niet te accepteren en terug te slaan. Je kan dan meteen vertellen dat niemand, als je dat zelf niet wil, aan je lichaam mag zitten.
Tevens kan daarbij worden verteld dat, als er een vechtpartij ontstaat en een leerkracht er zich mee bemoei, dat het dit advies van de ouders heeft gekregen. De leerkracht kan dan opbellen, waarop je als ouder je verhaal kwijt kunt en kan eisen dat de school iets aan pesten moet gaan doen. 
Wanneer echter de school wel regels heeft, waaronder de regel dat er op en buiten school niet wordt gevochten en daarnaast de regel heeft vastgesteld dat wanneer je gepest wordt, je er eerst zelf probeert uit te komen en, als dat niet lukt, je het recht en de plicht hebt het aan de leerkracht te vertellen en dat dit geen klikken is, dan hoeft geen enkele leerling het meer fysiek voor zichzelf op te nemen en mag en moet de leerkracht zelfs op de hoogte worden gesteld van de fysieke mishandeling.
Moeilijker wordt het wanneer klasgenoten geen gebruik maken van lichamelijk, maar van geestelijk geweld: voortdurend uitlachen, vernederende opmerkingen over kleding, uiterlijk of godsdienst maken, roddelen of buitensluiten. Omdat dit door leerkrachten veel moeilijker te signaleren is, is het zaak om over dit soort zaken in het begin van het schooljaar, zoals hierboven reeds aangegeven, voor de leerlingen duidelijke regels vast te stellen (groepen 1-3) of de leerlingen de opdracht geven met elkaar regels te maken (groepen 4-8 en klassen 1-3). Als dit wordt uitgevoerd, is het echter van het allergrootste belang dat de leerkracht of mentor in het kringgesprek of de begeleidingsles elke keer duidelijk maakt dat de school voor iedere leerling een veilige school wil zijn; dat de leerlingen, om dit te bereiken, met elkaar regels hebben afgesproken; dat je niet klikt als je vertelt dat en wie deze regels blijft overtreden en dat ze met elkaar nu kunnen overleggen hoe dit probleem binnen de groep moet worden aangepakt en opgelost. Hiermee maak je een individueel probleem tot een groepsprobleem, dat door de groep moet worden opgelost en maak je leerlingen verantwoordelijk voor elkaars psychosociale veiligheid.

2.2 Je kind vertoont ‘ander’ gedrag. Het wordt stiller, trekt zich terug, gaat niet meer met klasgenoten om. Je vermoedt dat het al lange tijd wordt gepest.

Anders ligt de zaak als je kind al langere tijd het slachtoffer is van pesterijen. Het stoppen ervan vraagt dan meestal om een uitgebreidere aanpak. Lang niet altijd vertellen kinderen aan hun ouders dat ze gepest worden. Volgens onderzoek uit 1992 vertellen 64% van de leerlingen in het basisonderwijs niet aan hun ouders dat ze worden gepest. In het voortgezet onderwijs is dat 90%. Alhoewel dit een ‘oud’ onderzoek is, heb ik niet het idee dat er intussen veel veranderd is. Wellicht dat de percentages nu iets minder zijn, toch zullen veel kinderen het niet durven vertellen. Hun grootste angst is namelijk dat ze klikken, voor welke activiteit ze (zwaar) gestraft zullen worden. 

Als het pesten al langere tijd plaatsvindt kan een ouder in veel gevallen aan veranderingen in het gedrag van het kind merken dat er iets aan de hand is. Het wordt bijvoorbeeld stiller, trekt zich te¬rug en gaat niet meer met klasgenoten om. Wat eens een open en stralend kind was, is nu angstig en teruggetrokken.

Neem contact op met de leerkracht of mentor
Wanneer je kind 'ander' gedrag vertoont, is het goed bij de leerkracht of mentor informatie in te winnen over de mogelijke oorzaak. Je kan dan vertellen dat je je zorgen maakt, met het verzoek op hem of haar te letten. Als je het vermoeden hebt dat je kind gepest wordt, is het advies dit ook kenbaar te maken. De leerkracht of mentor kan dan gericht(er) gaan observeren. Een voorbeeld.
Een mentor ging, na het signaal van een ouder, gericht observeren en kwam tot de ontdekking dat twee jongens zich voortdurend in de buurt van Peter ophielden. Andere leerkrachten en de conciërge letten, op verzoek van de mentor, ook op en men kwam al spoedig tot de ontdekking dat deze twee jongens Peter het leven zuur maakten. De mentor nodigde hem voor een gesprek uit en vroeg of hij zich op school veilig voelde, welke vraag hij bevestigend beantwoordde. De mentor deelde Peter daarna zijn vermoeden mee dat hij gepest werd. Hij ontkende het ten stelligste en vroeg de mentor waar hij dat nu weer vandaan haalde. Einde gesprek.
De mentor nodigde daarop de twee pesters en twee andere jongens, niet pesters, uit de klas voor een gesprek uit. Hij vertelde hen over zijn vermoeden dat Peter wel eens gepest zou kunnen worden en stelde het groepje van vier voor de komende week eens op te letten of het waar was. Tevens verzocht hij hen op het einde van de week met z'n vieren bij hem terug te komen en hun observaties mee te delen. 
Op het einde van de week kwamen de twee pesters en de twee anderen op rapport bij de leerkracht. Allen verklaarden niets gezien te hebben dat in de richting van pesten wees. Tot slot voerde de mentor nogmaals een gesprek met Peter. Hij was zichtbaar opgelucht en verklaarde nogmaals dat hij niet gepest werd.
Alhoewel dit een zeer creatieve aanpak is, leidt ze niet tot een structurele oplossing: pesters gaan, niet ontdekt, na enige tijd weer over op pestgedrag. Dan wordt het zaak hen op heterdaad te betrappen, waarna de hulp aan de pester (nummers 036, 037 en 059) in gang wordt gezet.  

Ga bij school kijken
Je kan ook je kind naar school brengen en op de speelplaats nog wat met andere ouders blijven praten. Misschien dat je iets ziet in de richting van pesten. 
Deze aanpak is slechts van toepassing voor het basisonderwijs en kan ontoereikend zijn: de (vermoedelijke) pesters zullen het wellicht niet doen waar je zelf bij bent.
Soms echter zien ouders die dit advies opvolgen verschrikkelijke dingen met hun kind op de speelplaats gebeuren. Zelf als ouder van een gepest kind ingrijpen is dan, hoe vreemd het ook lijkt, niet de oplossing. Een ouder die dit doet krijgt dan vaak van de pester de opmerking dat hij of zij zich hiermee niet heeft te bemoeien, terwijl het gepeste kind het verwijt krijgt dat hij het niet alleen af kon en zijn ouders hiervoor moest inschakelen.
Het volgende advies werpt wellicht meer vruchten af. Aan bevriende ouders, buurtgenoten of conciërge kan worden gevraagd op te letten en, wanneer zij iets zien, duidelijk stelling te nemen en te zeggen dat je zó  niet met elkaar omgaat en de leerkracht hiervan op de hoogte zal stellen.
Maar ook kan de pleinwacht, de overblijfvaders en –moeders of  de leerkracht worden gevraagd gerichter te gaan kijken: op de speelplaats, in de fietsenstalling, tijdens het speelkwartier of in de kleedkamer van het gymnastieklokaal.

Lees boeken en bekijk videobanden
Wat te doen als je vermoeden bewaarheid wordt? Een aantal opties.
Je kan uit de bibliotheek een leesboek voor kinderen over pesten meenemen (nummer 029) en hieruit voorlezen of laten lezen. Een andere manier is, bijvoorbeeld tijdens het avondeten, vragen of er op school gepest wordt. Een krantenartikel of een boek over pesten laten rondslingeren is ook te adviseren. Ouders van vriendjes of vriendinnetjes inschakelen, is een andere mogelijkheid. Zij kunnen, waar het gepeste kind bij is, de hiervóór genoemde activiteiten met hun eigen kinderen uitvoeren: een gesprek, een leesboek of krantenartikel.
Sommige kinderen vertelden uit eigen beweging dat ze gepest werden, toen in een tv-programma het onderwerp werd behandeld. Zittend naast hun vader of moeder en kijkend naar de televisie, zeiden zij dat hen dit ook overkwam. Een advies kan derhalve zijn om als ouder een videoband over pesten aan te schaffen, op te zetten en samen de band te gaan bekijken. Ditzelfde kunnen ook ouders van het vriendje of vriendinnetje doen.

2.3 Je mag er met niemand over praten

Kinderen die na veel pijn en moeite aan hun ouders vertellen dat ze worden gepest, vragen hen meteen er met niemand over te praten. Ze kunnen namelijk bang zijn dat, als de klas er achter komt dat ze 'geklikt' hebben, ze nog harder of erger gepest gaan worden. Sommige pesters dreigen hier ook mee, met de woorden: “Als je er met iemand over praat, pakken we je echt”.
Als je als ouder echter belooft dat je er met niemand over zal praten, kom je zelf ook terecht in de zogenaamde samenzwering om te zwijgen. Je wordt deelgenoot aan een geheim, maar je mag aan het probleem niets doen. Je handen worden daardoor gebonden. Wat te doen in een dergelijke situatie? De volgende adviezen.

Steun je kind
Een zeer belangrijk advies is je kind te (blijven) steunen. Daarbij is het van belang te vertellen dat:
- pesten op school veel voorkomt;
- het niet zou mogen gebeuren;
- het kind er zelf niet voor verantwoordelijk is dat het gepest of mishandeld wordt;
- het heel erg is dat het gebeurt, maar dat het niet het verdere leven hoeft te beheersen;
- er veel oplossingen zijn;
- het probleem of de mishandeling hoe dan ook moet stoppen.

Geef informatie
Een advies dat met het vorige verband houdt is: geef je kind achtergrondinformatie. Geef antwoord op vragen als: hoeveel pesters en gepesten zijn er - bij benadering - in Nederland (nummer 010)? Wat halen pesters met hun slachtoffers uit (de eerder genoemde rubriek Ouders, eerste kolom verticaal op www.pesten.net, mail 1-4)? Waarom pesten sommige kinderen wel en andere kinderen niet (nummer 033)? Lokt het slachtoffer het pestgedrag zelf uit (nummer 232)? Waarom ziet de leerkracht het vaak niet (nummer 172)? Waarom doet de rest van de klas of groep meestal niets? En wat zijn de oorzaken van pestgedrag  (nummers 033 en 163)?

Schets aanpakken
De enige aanpak die optimale veiligheid biedt is als volgt. Wanneer een kind aan vader of moeder vertelt dat het wordt gepest, deelt de ouder aan het kind mee dat de school de volgende - uiterst veilige - aanpak toepast: de ouder mag vragen wíe het doen, wát ze doen en wáár ze het doen, welke informatie de ouder aan de leerkracht doorgeeft. Hij of zij schakelt daarop een aantal anderen in met de vraag gerichter te gaan letten op gepeste en pesters. Wanneer iemand van hen die in het complot zit iets ziet dat wijst op pestgedrag, neemt deze persoon duidelijk stelling, waarna de hulp aan de pester (036, 037 en 059) in werking wordt gezet. Op deze manier aangepakt, heeft de school het zelf gesignaleerd en zal het gepeste kind noch de ouder(s) het verwijt krijgen 'geklikt' te hebben. Deze aanpak is in feite een 'heterdaadje' organiseren.

Laat het kind boeken over pesten lezen
Er zijn nogal wat lees- en voorleesboeken over anders zijn, bedplassen, verhuizen, vriendjes of vriendinnetjes maken en pesten. Een overzicht hiervan staat in 029. Bij (zeer) kleine kinderen kun je ze voorlezen. Oudere kinderen kan men de boeken zelf laten lezen.
Een goed leesboek voor oudere kinderen - eind basis- en begin voortgezet onderwijs - is 'Tirannen', geschreven door A. Chambers. Hierin wordt een creatieve aanpak van het probleem aan de hand gedaan. Als het kind dit of (een gedeelte van) een ander boek gelezen heeft, is er voldoende gesprekstof. Je kan de in het boek aangedragen oplossing bespreken of bekijken welke andere oplossingen voor het eigen probleem te bedenken zijn. De oorzaken van pestgedrag kunnen worden besproken, alsook de redenen waarom leerkrachten het niet zien.
Een andere mogelijkheid met dezelfde vervolgactiviteiten is: samen met je kind naar videobanden over pesten kijken.

Beloon je kind
Kinderen die lang de rol van zondebok vervuld hebben, zijn uiterst onzekere kinderen. Ze hebben een laag beeld van zichzelf.
Dat zij zo geworden zijn, is eenvoudig te verklaren. Pesters hebben een lage dunk van hun slachtoffers, behandelen hen als oud vuil. Onder andere daardoor komt het dat gepeste kinderen denken dat zij niets (meer) waard zijn. Zij gaan zich naar dat beeld van zichzelf gedragen.
Een belangrijk advies is dan ook hen te helpen hun zelfrespect terug te krijgen. Je kan hen belonen voor onafhankelijk gedrag. Je kan ze stimuleren zelf activiteiten te gaan ondernemen. Ze moeten daarbij dan wel in staat zijn successen te behalen. Je kan hen laten zien waar ze goed in zijn. En tenslotte moet je hen stimuleren hun eigen leven te leiden en niet teveel van anderen - leeftijdgenoten en volwassenen - afhankelijk te zijn.

Zonder volledig te zijn, hieronder een aantal activiteiten.
- Geef zakgeld en laat je kind zelf bepalen waar het een gedeelte van het bedrag aan wil besteden.
Het is goed daarbij te bedenken dat sommige pesters cadeau's eisen in ruil voor betrekkelijke 'veiligheid'. Soms persen zij geld af. Als ouder zal je dus enige vorm van 'controle' op het uitgavenpatroon van je kind moeten uitoefenen.
- Geef inspraak in het kopen van kleding.
Dit is geen advies om het kind aan te passen aan de 'norm' van de klas of groep. Soms is de norm modieuze kleding of merkkleding te dragen, soms is de norm dit nu juist niet te doen. Een probleem hierbij is echter dat sommige pesters voortdurend andere leerlingen uitlachen om hun kleding. Gepeste kinderen, hiermee geconfronteerd, weten op een gegeven moment ook niet meer wat zij moeten kopen of aantrekken; conformeren zich soms aan de kleding van hun pesters of proberen zich juist van hen te onderscheiden, wat weer hoon van de pesters oplevert. Aan de school de taak om aan leerlingen duidelijk te maken dat iedere leerling 'anders' is; iedereen in de klas zichzelf mag zijn en niemand binnen de klas of groep wordt uitgelachen om zijn of haar kleding.
- Roep bij tijd en wijle een familieraad bijeen.
De werkwijze is hierbij als volgt. Ieder gezinslid is gerechtigd een familieraad bijeen te roepen over ongeacht welk onderwerp. Iemand in het gezin zit iets dwars: iedereen laat zijn spullen slingeren; één persoon is de hele dag bezig de rommel van de anderen op te ruimen; de ouders hebben bepaald dat er geen televisie gekeken wordt en de kinderen willen af en toe een programma zien; de kinderen en/of de ouders gaan slechts op ruzieachtige toon met elkaar om en de kinderen en/of ouders zouden graag zien dat er andere omgangsnormen zouden ontstaan.
Het onderwerp wordt vastgesteld en ieder gezinslid mag zijn of haar zegje doen. Als dit plaatsgevonden heeft, probeer je tot een vergelijk te komen. Het is dan wel van belang dat de ouders hun kinderen 'successen' laten behalen en niet voor de kinderen bepalen wat wel en niet geoorloofd is.
Je leert je kind dus voor zichzelf opkomen en aan elkaar en aan volwassenen te vertellen wat hen dwarszit of grieft, of waardoor ze zich gekwetst voelen. Dit probeer ik ook te bereiken door leerlingen met elkaar regels vast te stellen, over welke regels zij elkaar niet alleen mogen corrigeren, maar ook aan elkaar en de leerkracht/mentor mogen vertellen wat hen dwars zit.

Stimuleer je kind aan een sport te doen
Dit advies is makkelijker gegeven dan uitgevoerd. Het kan best zijn dat je kind juist van een teamsport is afgegaan, omdat het daar gepest werd. Je kind kan ook minder motorisch vaardig of onhandig zijn in balspelen.
De algemene strekking van het advies is de volgende. Kijk naar de  mogelijkheden van je kind om in een spel of motorische vaardigheid uit te blinken. Dit is goed voor het zelfbeeld of zelfrespect van je kind.
Goed in sport zijn is namelijk zeer belangrijk voor kinderen in de leeftijd van tien tot vijftien jaar. Daarna worden in de meeste gevallen andere interesses belangrijk.
Judo is een sport die zowel voor gepeste kinderen als pesters goed is. Als deze sport op de juiste wijze onderwezen wordt, leert men verantwoordelijkheid voor de tegenstander. Daarnaast is men afwisselend werper en geworpene. Wat het is om lichamelijk of geestelijk onder of op de rug te liggen, kent het slachtoffer wel. Maar ook eens de sterkere, de werper, de overwinnaar te zijn, dat is een ongekende ervaring. Het probleem van judo echter is dat, wil deze sport een positief effect hebben, het gegeven moet worden door een leerkracht, die zicht heeft op de behoeften van een gepest en weerloos (gemaakt) kind.
Als blijkt dat het slachtoffer motorisch minder vaardig is, is het te adviseren de leerkracht Lichamelijke Opvoeding in te schakelen. Sommigen van hen geven motorische remedial teaching. Anderen besteden tijdens hun lessen extra aandacht aan de motorisch 'zwakke' leerling. Dit doen zij via methodische en didactische hulpmiddelen en door het aanbieden van veel verschillende sporten en sportieve activiteiten.
Als - tenslotte - duidelijk is dat kinderen sportmotorische vaardigheden missen, kan overwogen worden hen niet te kwellen en constant voor de ogen van anderen af te laten gaan. Je kan de leerkracht Lichamelijke Opvoeding dan vragen hen vrij te stellen van de reguliere lessen Lichamelijke Opvoeding. In plaats daarvan kunnen deze kinderen zich bekwamen in andere activiteiten of kwaliteiten, zoals scheidsrechteren, of hen opdragen klasgenoten tests af te nemen op het gebied van motoriek en gezondheid.

Houd de communicatie open
Een even belangrijk advies is om de communicatie met je kind open te houden. Gepeste kinderen zijn vaak gesloten. Een van de mogelijke oorzaken is dat de pesters soms dreigen nog harder op te zullen treden, als het slachtoffer er met niemand over praat.
De communicatie met je kind openhouden betekent niet dat alles wat je onderneemt om aan het probleem een einde te maken, met je kind moet worden besproken. Anoniem advies vragen aan externe instanties is niet iets dat aan het kind verteld hoeft te worden. Wel is het goed te communiceren over mogelijke aanpakken naar het team of de (klassen)leraar toe.
Kinderen zijn vaak doodsbenauwd dat de ouders in paniek raken, waardoor het probleem alleen maar groter wordt. Als het kind aangeeft dat het voor bepaalde oplossingen niet kiest, is het beter dit ook niet te doen. Een zorgvuldig opgebouwd vertrouwen kan dan vernield worden. Door met je kind in gesprek te blijven, wen je het aan mogelijke aanpakken.

Laat je kind deelnemen aan een sociale vaardigheidstraining
Kinderen die voortdurend gepest, getreiterd, fysiek of psychisch mishandeld zijn, is eigenlijk het recht onthouden op normale wijze met leeftijdgenoten om te gaan. Het kan dus zijn dat zij 'anders' in de omgang met hun leeftijdgenoten zijn geworden. Daar kunnen ze zelf niets aan doen. Alles wat ze zeggen of doen, wordt verkeerd geïnterpreteerd. De anderen reageren op wat ze doen of juist niet doen. Het slachtoffer zit daardoor in een val, ten nadele van zichzelf. Alléén komen ze niet uit deze vicieuze cirkel. Ze hebben hulp nodig. Een mogelijke oplossing is hen aan een sociale vaardigheidstraining te laten deelnemen. Informatie hierover is te krijgen via de huisarts. 
Het probleem hierbij echter is de bestaande sociale vaardighedentrainingen voor gepeste kinderen. Beter zou het zijn als Jeugdzorg voor goede sociale vaardighedentrainingen voor notoire pesters zorgt en er criteria worden vastgesteld om een sovatraining voor gepeste kinderen te kunnen beoordelen.
Naar mijn opvatting verzetten ouders van gepeste kinderen zich daarom terecht tegen het advies van de school, IB-er of Jeugdzorg een gepest kind naar een sociale vaardighedentraining te sturen, terwijl er niets wordt gedaan aan het mobiliseren van de zwijgende middengroep (het eerste spoor van mijn vijfsporenaanpak), de hulp aan de pester (het tweede spoor), het professionaliseren van het team (het derde spoor) en het professionaliseren van de ouders (het vierde spoor). Door hier niets aan te doen, legt men in feite de schuld van het pesten bij het slachtoffer neer, nog steeds, ondanks 25 jaar van mijn kant verzet hiertegen, de geëigende ‘oplossing’ van het probleem.

Laat je kind opschrijven wat het meegemaakt heeft
Je kan je kind adviseren op te schrijven wat het meegemaakt heeft. Dit advies wordt om de navolgende redenen gegeven. Als ouder krijg je kennis over wat er gebeurd is en wie het deden. Je krijgt ook zicht op de gevoelens: de angst, machteloosheid, woede, onzekerheid. Je kan je daardoor beter verplaatsen in de gedachten- en gevoelswereld van je kind. Voor het kind kan het therapeutisch werken.

Door op te schrijven wat het heeft meegemaakt, is de kans groot dat het een bijzonder negatieve ervaring van zich af kan schrijven. Het probleem daarbij echter is dat er bij het schrijven zoveel gevoelens vrijkomen dat het voor het kind onmogelijk is het schrijven voort te zetten. Als ouder kun je het dan overnemen of je kind helpen de gevoelens te uiten of het te troosten. Maar soms zijn de emoties zo groot dat het onverantwoord is het zelf te doen en wordt de inschakeling van een op het onderwerp gespecialiseerde (psycho)therapeut noodzakelijk.
Het uiteindelijke product kan ook worden gebruikt om de leerkrachten te overtuigen van het feit dat het ook op de eigen school voorkomt. Het moet dan wel anoniem aan de leerkrachten, als een dagboek of verhaal van een van de leerlingen van de eigen school, gepresenteerd worden.

2.4 Je weet het al jaren. De leerkrachten schenken er wel aandacht aan, maar het stopt niet.

Sommige ouders berusten in het feit dat hun kind gepest wordt. Ze hebben er al zo vaak met anderen over gesproken. Zo vaak hebben ze al geprobeerd het tot een gemeenschappelijk probleem te maken. Steeds vingen ze echter bot. Andere ouders brachten het steeds maar weer voorzichtig ter sprake en wachtten dan rustig af of er iets aan gedaan werd. Soms stopte het even. Daarna gebeurde het weer, soms in heviger mate. 
Het advies is je niet te richten tot één persoon en dan lijdzaam af te wachten, maar het onder de aandacht van verschillende groeperingen op school te brengen: medezeggenschapsraad, bestuur, oudervereniging, projectgroep leerlingbegeleiding, mentor, pastor, commissie jeugdzorg, vertrouwenspersoon. De ervaring leert dat er vaak pas wat aan dit probleem wordt gedaan als hetzelfde signaal van verschillende kanten binnenkomt.
Je kan je ook aanmelden als lid van de oudervereniging of MR. 
Een voorbeeld. Een moeder meldde zich als lid van de oudervereniging aan. Eenmaal lid hiervan pleitte ze 'veiligheid' op school. In het bijzonder voor aandacht voor pesten op school. Een van haar eerste successen was dat de oudervereniging een avond organiseerde voor alle ouders over dit onderwerp. Het tweede succes was dat de oudervereniging haar toestemming gaf zich met dit onderwerp bezig te houden. Zij mocht materiaal aanschaffen: videobanden, boeken, artikelen. Er ontstond een pakket achtergrondinformatie en lesmateriaal. Het derde en vierde succes waren dat de school een studiedagdeel voor de leerkrachten over dit onderwerp organiseerde en dat de school beleid op dit onderwerp ging maken. Pesten op school werd daarna tijdens lessen en begeleidingslessen ingepast.
Als je zelf geen lid kan worden van de oudervereniging, medezeggenschapsraad of bestuur, is het advies opzoek te gaan naar een of meer andere ouders waarvan de kinderen ook worden gepest en daarna contact op te nemen met de Medezeggenschapsraad door als groep in een brief om beleid op dit onderwerp te vragen. Immers, de Medezeggenschapsraad mag zich niet bezighouden met problemen van individuen, maar wel met een gezamenlijk probleem. In deze brief kan een beroep worden gedaan op artikel 3 van de Arbeidsomstandigheden wet (rubriek Ouders, Conceptbrief 1 en 2). Dit artikel verplicht iedere werkgever, dus ook een schoolbestuur, maatregelen te treffen inzake alle ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende geledingen, waaronder nu ook expliciet pesten is gebracht. Tevens kent de nieuwste versie van de wet een omgekeerde bewijslast. Moesten vroeger ouders van gepeste kinderen bewijzen dat hun kind werd gepest, wat makkelijk door de school kon worden ontkend, nu moet de school, op de klacht van de ouders dat hun kind wordt gepest bewijzen dat daar geen sprake van is (geweest), een onmogelijke zaak als met behulp van drie objectieve instrumenten kan worden bewezen dat pesten plaatsvindt en een analyse kan uitwijzen dat het antipestbeleid van de school geen deugdelijk antipestbeleid is (rubriek Gratis, Beleidsplan psychosociale veiligheid basisonderwijs, voortgezet onderwijs/roc).

5 De situatie is volkomen uit de hand gelopen

Vaak hebben ouders al allerlei schoolgeledingen ingeschakeld en argumenten gegeven. Soms hebben ze daardoor de naam gekregen van iemand die altijd klachten heeft. Dit is een heel natuurlijke reactie van mensen, wanneer zij horen dat een kind door klasgenoten wordt gepest.
Ontkenning is de eerste reactie: "Dat kunnen kinderen elkaar niet aandoen, zo zijn kinderen niet". Als het niet meer ontkend kan worden, wordt 'het geloof in de rechtvaardige wereld' geschokt en krijgt degene die de slechte boodschap meldt de schuld: "Het kind zal het wel uitgelokt hebben. Hadden de ouders het kind maar weerbaar(der) moeten maken". De ouder die het probleem meldt, wordt tot querulant gebombardeerd. De rijen sluiten zich. Niet alleen het kind, maar ook de klagende ouders worden buitengesloten.
Als hier sprake van is, heeft het geen zin meer het probleem op school aan te kaarten. Het heeft ook geen zin je wenden tot personen of instanties buiten school: schoolarts, schoolmaatschappelijk werk, schoolbegeleidingsdienst, Bureau Leerplicht, Inspectie, Vertrouwensinspectie, Ministerie van OCW, onderwijsconsulent, de Kinderombudsman, Jeugdzorg, klachtencommissie, interne dan wel externe vertrouwens(contact)persoon of een beroep te doen op de klachtenprocedure. 
Al deze instanties en procedures zijn ten enenmale machteloos wanneer een kind wordt gepest en de school niet bij machte blijkt te zijn het probleem aan te pakken en op te lossen. Het enig juiste advies is op zoek te gan naar een andere school,;melden dat je op zoek bent naar een ditmaal veilige school; wanneer je kind definitief is angenomen, het snel van school nemen en hem of haar op de nieuwe school plaatsen. Zo voorkom je dat de school ten onrechte een beroep doet op ‘handelingsverlegenheid’ en – op grond hiervan - een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) doet. Hierop komt het hele woud van ondersteuners in beweging, welke beweging pas stopt als over de ouders een Ondertoezichtstelling (OTS) wordt uitgesproken of gedreigd wordt het gepeste kind uit huis te plaatsen.

Om duidelijk te maken wat dan gebeurt, plaats ik hier de inhoud van een column die ik op verzoek van Brabants Dagblad over vanwege pesten thuiszittende leerlingen heb geschreven.
zaterdag 26 november 2011 brabantsdagblad
opinie l 30-31
PESTEN Deskundige: Ouders weten niet waar ze in terecht komen als hun kind wordt gepest
Een conflict is zo geboren

GASTOPINIE
Een gepeste jongen zit al een paar weken thuis. De school doet aangifte tegen de vader. Volgens deskundige Bob van der Meer werkt de huidge aanpak van scholen niet of slechts kort.

In het afgelopen schooljaar benaderden mij zo’n vijftien ouderechtparen met het probleem dat hun kind werd gepest. De school beloofde aan de ouders het probleem aan te pakken. De aanpak werkte niet of slechts kort. De leerling kreeg nachtmerries en huilbuien. De ouders uitten opnieuw hun zorgen. De school beloofde extra op te letten. Het pesten werd stiekem. Het kind werd ziek of wendde dat voor, nam geen vriendjes of vriendinnetjes meer mee naar huis, werd niet meer op feestjes uitgenodigd, sloot zich in zijn of haar kamer op en verpieterde. Wat eens een stralend kind was, is nu een hoopje ellende.
Wat daarna gebeurt lijkt mij nu een wetmatigheid te worden. Je kind is je achilleshiel. Daar doe je alles voor. Andere kinderen hebben niet het recht je kind ongelukkig te maken, buiten te sluiten, zodanig te slaan of te schoppen dat het onder de blauwe plekken zit, voortdurend uit te lachen of voor homo uit te schelden. De ouders zien dat hun kind niet meer goed in zijn vel zit en gaan weer naar school.
Hiermee is het conflict geboren. School en ouders zetten hun hakken in het zand. De ouders eisen veiligheid die de school klaarblijkelijk niet aan hun kind kan geven, houden het thuis en maken duidelijk dat ze hun kind pas weer naar school sturen als de school de pesters, die vaak met naam bekend zijn, de wacht heeft aangezegd. De pesters beloven beterschap, maar blijven gewoon doorgaan.
Dan escaleert de situatie. Er wordt door de school een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). gedaan. In plaats van de wettelijke verplichting onderzoek te doen, is dat in verband met de overbelasting van het AMK op het gebied van kindermishandeling, voor pesten door het AMK vaak niet uit te voeren. De IB-er, leerplichtambtenaar, politie, vertrouwensinspecteur, inspecteur, onderwijsconsulent van het ministerie van OCW, psycholoog, orthopedagoog, jeugdarts, Raad voor de Kinderbescherming, vertrouwens-(contact)persoon, bestuur, worden – al dan niet in deze volgorde – ingeschakeld en er wordt een klacht bij een al dan niet deskundige dan wel niet onafhankelijke klachtencommissie ingediend, waarna tot slot de ouders een brief naar de wethouder van Onderwijs van de gemeente sturen, in de hoop dat hij of zij uitkomst kan bieden.
De ouders worden nu vermalen in de molen van de ondersteuning. In plaats van het probleem goed aan te pakken en/of deskundige hulp in te schakelen, krijgen de ouders een oproep op school te komen om met een vier-, vijf- of zesschaar te worden geconfronteerd: de directeur, voogd, adjunct-directeur, leerplichtambtenaar, IB-er, vertrouwenspersoon, jurist van de stichting waar de school onder valt en interne dan wel externe schoolpsycholoog. Er is dan wel een uitnodiging tot een gesprek over het pesten, maar geen agenda. Ook wordt hen niet op de mogelijkheid gewezen zich door iemand te laten vergezellen en doen zij dit onverhoopt wel, dan wordt deze persoon slechts toegelaten op voorwaarde dat hij geen aantekeningen maakt, zijn mond houdt en zich niet met de discussie bemoeit.
Overdreven? Je weet niet waar je in Nederland terecht komt als je kind wordt gepest en de school niet in staat blijkt dit – in principe niet zo moeilijk aan te pakken – probleem op te lossen. En de gevolgen? De school stuurt je kind van school omdat zij niet meer met de ouders door een deur kan. De school beroept zich op ‘handelingsverlegenheid’, wat dat ook moge betekenen. Je kind zit werkloos thuis, wanneer de school weigert huiswerk thuis te brengen of voor huiswerkbegeleiding te zorgen. De school schakelt de Raad voor de Kinderbescherming in. Soms komt de zaak voor de rechter en wordt er een OTS uitgesproken die dan weer door de ouders met succes bevochten wordt en een tweede rechter het eerste vonnis vernietigt. En vaak gaat de school op zoek naar een andere school, plaatst onwaarheden in het dossier, op grond waarvan geen enkele andere school de gepeste leerling durft op te nemen en men op zoek gaar naar een school voor speciaal onderwijs.
En tot slot de gevolgen voor het gepeste kind. Mogelijke gevolgen van voortdurend gepest worden zijn: faalangst, andere mensen wantrouwen, ptss, depressie, automutilatie, overwegingen of pogingen tot zelfdoding, zoals in 2009 Bas, een tienjarig jongetje uit Groesbeek, die een einde aan zijn leven maakte omdat hij niet meer tegen het pesten kon. We houden dan even onze adem in, houden een stille tocht, branden kaarsjes en laten het probleem daarna voor wat het is. Dit ondanks het feit dat door het ministerie van OCW aan de aanpak van het pestprobleem jaarlijks acht ton wordt besteed. Voor dit bedrag had bovengenoemd probleem toch wel een aantal keren kunnen worden gesignaleerd?

Bob van der Meer is psycholoog, deskundig op geweld op en buiten school en beheerder van de website www.pesten.net.

Bron: Brabants Dagblad, 26-11-2011, Rubriek opinie, 30-31

Wat doe je niet?

Tot slot de beantwoording van de vraag: "Wat doe je, als ou¬der van een gepest kind, niet?

Ga geen gesprek met de pester op school aan
Wat je als ouder van een gepest kind niet moet doen is: naar school gaan en een gesprek met de pesters aangaan. Het is de verantwoordelijkheid van de leerkracht dergelijke gesprekken te voeren. Hij ziet de leerlingen elke dag en heeft het recht en de plicht om gedrag(ingen) van zijn pupillen te corrigeren en straffen op te leggen. 
Ouders die wel een gesprek voeren met pesters op school, kunnen in grote problemen komen. De pesters ontkennen glashard, kijken daarbij de ouder aan alsof ze totaal niet begrijpen waar het over gaat of zeggen gewoon door te gaan. Ze doen dit omdat de ouder van een gepest kind erg kwetsbaar is. De ouder is namelijk zelf partij. Daarnaast kan hij kwaad zijn, zonder het te mogen uiten. Pesters voelen dit niet alleen haarzuiver aan, ook vinden zij dat de ouder zich niet met hun zaken heeft te bemoeien. Zij zijn buitenstaander in het conflict en de pesters laten dit ook duidelijk merken. Na een dergelijk gesprek hebben de pesters vaak veel lol en beramen ze daarna 'maatregelen' om het slachtoffer voor het 'klikken' te straffen.

Ga geen gesprek met de ouders van de pester aan
Als je besluit tot een gesprek met de ouders van een pester kan dit soms heel vervelend zijn.
In plaats van een open gesprek kan de ontmoeting uitlopen op een bijzonder negatieve ervaring. Ook de ouder van de pester kan het ontkennen, bagatelliseren of van mening zijn dat het gepeste kind het zelf uitlokt.
Het kan zijn dat de ouder van de pester vermoedens had dat het eigen kind pestte. Nu dit vermoeden waar blijkt te zijn, kan de ouder reageren met kwaadheid. Deze richt zich in eerste instantie op de brenger van het slechte nieuws. De ouder van het gepeste kind kan dan - in het ergste geval - zelf mishandeld worden. Dit overkwam een moeder die zich vervoegde bij het huis van de ouders van de pester met deze klacht. Ze werd door de vader van de pester zodanig toegetakeld dat ze in een ziekenhuis opgenomen moest worden. Een aanklacht durfde ze niet in te dienen. Het gezin verhuisde naar een andere gemeente.

Organiseer geen feestjes thuis
In de laatste plaats is het niet aan te raden voor de klas of groep een feestje thuis te geven. Een dergelijk - goed bedoeld - initiatief kan namelijk volkomen verkeerd uitpakken, vooral als de ouders van het gepeste kind de klasgenoten overdadig fêteren. Dit kan men beschouwen als 'afkoopgedrag' van de ouders van het gepeste kind. De pesters hebben dit snel door en kunnen het kind, waar de ouders zelf bij zijn, buitensluiten.

c Bob van der Meer, 1991.




  

 
© 2017 Bob van der Meer