Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Adviezen aan alle andere ouders
3 Adviezen aan alle andere ouders, de ouders van de zwijgende middengroep

Neem het probleem serieus

Het eerste advies aan alle overige ouders is - ook nu weer - het probleem serieus te nemen. Ontkennen dat het op school en daarbuiten plaatsvindt, is de ogen sluiten voor de harde werkelijkheid. Pas wanneer ook alle andere ouders het probleem serieus nemen, kan er iets aan gedaan worden.

Neem de ouders van het gepeste kind serieus

Als ouders vertellen dat hun kind op school wordt gepest, geloof hen dan, bagatelliseer het niet, ontken het ook niet, geef de ouders noch het kind de schuld. Zeg ook niet dat het kind het zelf uitlokt. Dit soort reacties zijn bij-zonder kwetsend voor de betrokken ouders. Niemand vindt het prettig als je kind iets overkomt, noch loop je daarmee te koop. Als ouders er dan tóch over spreken, dan vragen ze om hulp.

Maak het tot een gemeenschappelijk probleem

Dit kan op verschillende manieren plaatsvinden. Je kan als ouder zitting nemen in oudervereniging, bestuur of medezeg¬genschapsraad en daar het voorstel indienen het onderwerp tijdens een ouderavond te laten behandelen (nummers 095, 101 en 223). Je kan ook als individuele ouder bij de verschillende schoolgeledingen een dergelijk verzoek indienen. Het probleem hierbij echter is dat men afhankelijk is van de welwillendheid van een of meer geledingen. Een beter ad¬vies is daarom invloedrijke ouders te winnen voor het idee om een ouderavond over het onderwerp te orga¬niseren.

Vraag om beleid

Als het besluit gevallen is een ouderavond over dit onder¬werp te organiseren, is het zaak zoveel mogelijk ouders bij elkaar te krijgen. Dit kan men doen door in de uitnodigings¬brief (nummer 095 voor het basisonderwijs en nummer 101 voor het voortgezet onderwijs) aan te geven dat de avond niet georganiseerd wordt voor de ouders van gepeste kinderen, maar voor alle ouders. Aan het eind van de avond, is het advies, moet iemand de vraag stellen welk beleid de school op dit onderwerp al heeft en/of het niet tijd wordt dat er beleid wordt ontwik¬keld. Als dat wordt toegezegd, kan een school via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken een concrete uitwerking van een van de twee beleids¬plannen (nummer 036 voor het basisonderwijs en nummer 037 voor het voortgezet onderwijs/ROC) aanvra¬gen, dit plan aan¬pas¬sen aan de behoeften van de eigen s¬chool, het ter goedkeuring voorleggen aan alle scho¬ol¬ge¬le¬dingen en, na 
aan¬v¬aard te zijn, zonder aanziens des per¬soons, uit¬voe¬ren en eens per jaar evalueren.

Vraag om een studiedagdeel voor het team

Schoolpersoneel, daarnaar gevraagd, weet dat pesten voor¬komt, maar heeft er vaak in hun opleiding weinig of niets over gehoord. Een goed advies is daarom dat de ouders zich als groep beijveren dat ook voor het (onderwijzend én niet-onderwijzend)  personeel een studiedagdeel over het onderwerp georganiseerd wordt (Aanbod en nummer 222). Het resultaat hiervan moet zijn dat er binnen het team concrete afspraken gemaakt worden hoe met pesten op en buiten school om te gaan.

Vraag om toezicht

Veel pestgedrag geschiedt in het geheim en buiten het gezi¬chtsveld van leerkrachten: op het schoolplein, in het fiet¬senstalling, de klee¬dka¬mer van het gymnastieklokaal, in de pauzes of op weg van en naar school.
Wanneer leerkrachten meer weten over pesten zijn ze gevoeli¬ger voor de signalen. Ze zullen daardoor pesterijen eerder in de gaten hebben. Als dan ook nog de afspraken zijn ge¬maakt dat niemand klikt als pestgedrag aan de kaak wordt gesteld en dat informatie over wíe, wáár en hóe pest, vertrouwelijk wordt behandeld, is al veel ten goede gekeerd.

Vraag tijdens de 10-minutengesprekken naar de sociale rela¬ties in de klas

Wanneer veel ouders tijdens de 10-minuten- of andere gesp¬rekken vragen stellen over de sociale relaties in de klas, zullen leer¬krachten - ook - daarop gaan letten. Geen enkele leerkracht vindt het namelijk prettig geen antwoord te heb¬ben op vra¬gen van ou¬ders.

Praat met je kind

Ouders die met hun kinderen over pesten op school praten, kunnen al gauw tot de ontdekking komen dat hun kinderen het verschijnsel kennen. Vaak noemen ze namen, niet alleen van de gepeste kinderen in de eigen klas of groep, maar ook van die in andere klassen. Als veiligheid op school een verant-woordelijkheid van álle ouders is, houdt dit in dat iedere ouder informatie hierover door moet geven aan de verantwoor¬delijke leerkracht of aan de vertrouwenspersoon op school. Hij of zij moet het dan wel zorgvuldig aanpakken. De leer¬kracht, op de hoogte gesteld van wíe het doen, wát zij dan doen en wáár ze het doen, geeft deze informatie door aan andere belanghebbenden: pleinwacht, overblijfvader of -moeder, tax¬ichauffeur, leerkracht, mentor, andere collega's en vraagt hen beter te gaan letten op het slachtoffer en op de met naam genoemde pesters. Wanneer iemand die in het complot zit iets ziet dat wijst op pesten, neemt deze persoon duidelijk stelling, waarna de hulp aan de pester (nummer 059) wordt gestart.

Geef zelf een goed voorbeeld

De adviezen die vermeld staan onder 'Praat met je kind', bre¬ngen kinderen in verwarring als de woorden niet onder¬steund worden door voorbeeldgedrag. Ouders kunnen in het bijzijn van hun kinderen roddelen over andere ouders en kin¬deren. Wij allen tonen niet altijd even veel tolerantie voor verschillen tussen mensen, terwijl dit nu juist een van de belangrijkste principes is om pesten te voorkomen. Als ouder heb je ook je eigen sympathieën en antipathieën ten opzichte van speelkameraadjes of vrienden/vriendinnen. Het ene kind vindt je wel leuk, het andere kind mag je niet zo. Ouders kunnen zich ook bemoeien met de keuze van vrienden/vriendin¬nen of sluiten - vaak onbewust - sommige kinderen uit. Dit komt vaker voor dan men denkt. Een kind dat bijvoorbeeld 
aan- of opbelt met de vraag om te mogen spelen kan - om ver¬schi¬llende re¬de-nen - geweigerd worden. Redenen te over: het kind is te druk; je zoon of dochter heeft al een afspraak ge¬maakt; je vindt het kind onsympathiek of je mag de ouders niet; het kind is naar je mening asociaal; de ouders doen zelf niets met hun kinderen en je voelt je een veredelde oppas; je vindt het kind niet geschikt voor je eigen dochter of zoon, omdat het een slechte invloed heeft op je kind.
Als alle ouders hetzelfde gedrag tentoonspreiden ten opzich¬te van één bepaald kind, zal het een outcast worden, buiten en op school. Een moeder hierover:
'Er werd gebeld. Mijn zoon deed open. Een kind vroeg of het mocht komen spelen. Mijn zoon zei daarop: "We spelen al met z'n tweeën"'. 
Bij navraag bleek dat kinderen al met elkaar op school af¬spreken wie met wie zal spelen. Het kind dat niet op tijd een afspraak maakt of niet goed in de markt ligt, valt dan buiten de boot. Gaat een dergelijk kind toch op zoek naar een
speelkameraadje, dan kan het door iedereen afgewezen worden, met als argument dat men al met z'n tweeën speelt.
Zo'n kind kan het op den duur opgeven contacten te zoeken, terwijl de klasgenoten de gewoonte krijgen het kind af te wijzen'. 

Dit wil niet zeggen dat je ieder kind en alle gedragingen van klasgenoten van je kind moet accepteren. Waar ik voor pleit is: ouders verantwoordelijk maken voor alle leerlingen uit klas of groep. 
Een voorbeeld. Een leerling voortgezet onderwijs vroeg zijn moeder om advies. Hij vertelde haar dat hij maandag op school was geweest en dat niemand iets tegen hem had gezegd. Dinsdag en woensdag hetzelfde. Hij vroeg haar wat hij moest doen om er ook bij te horen. 
Dit vind ik onacceptabel en vraag daarom aan leerkrachten basis- en voortgezet onderwijs erop toe te zien dat geen enkele leerling wordt buitengesloten (nummer 233).

Corrigeer je kind als het voortdurend anderen buitensluit

Sommige kinderen hebben - al op jonge leeftijd - een vast vriendje of vriendinnetje. Andere kinderen kunnen daardoor buitengesloten worden. Aan deze kinderen moet duidelijk worden gemaakt dat niemand recht heeft op slechts één klasgenoot en dat een vaste vriend en vriendin hebben niet betekent dat daardoor andere kinderen moeten worden buitengesloten. Het is overigens niet nodig dit expliciet te maken. Er zijn voldoende mogelijkheden voor de leerkracht, niet alleen voor het basis-, maar ook voor het voortgezet onderwijs, om aan buitensluiten – zoveel als mogelijk – een einde te maken (nummer 233).
Als je daarentegen merkt dat je kind constant voor anderen bepaalt wie met wie mag omgaan, wordt het zaak hiertegen in te gaan en stelling te nemen. Het argument kan zijn dat, als andere leerlingen dit gedrag naar hem of haar zouden hebben, de ouder dit ook niet zou accepteren en naar de leerkracht zou gaan.

Leer je kind sociale vaardigheden

Onbewust leren we onze kinderen sociale vaardigheden, zoals: zich in een groep gedragen en voor zichzelf opkomen. Soms is het echter nodig je kind te helpen bij onvoorziene proble¬men. Een vader vertelde het volgende voorbeeld:
'Mijn zoon ging naar groep 1. Na een paar dagen klaagde hij erover dat sommige jongens hem vastpakten om met hem te vechten. De juffrouw liet dit toe, als het maar op het grasveld gebeurde. Mijn zoon vond dit vervelend en wist niet goed hoe hieraan een einde te maken.
Op een zondag kwam hij - zoals gewoonlijk - de slaapkamer binnen. Ik kreeg een ingeving en vertelde hem dat ik een oplossing voor zijn probleem had. Hij bleek heel geïnteres¬seerd. Daarop vertelde ik hem dat als een van de jongens hem vast wilde pakken, hij recht voor hem moest gaan staan, een vinger opsteken en zeggen: "Ik wil niet meer dat je dat doet. Ik waarschuw je. Als je het nog een keer doet, dan pas ik een greep toe". Op de vraag van mijn zoon welke greep dit was, legde ik mijn arm om zijn nek, pakte met mijn andere hand de pols van de arm om de nek en drukte hem aan. Toen liet ik hem de greep oefenen. Hij ging zeer enthousiast aan de slag. Ik zei af en toe welgemeend "au" en hij was zicht¬baar opgelucht. Later vertelde hij dat het gewerkt had. Na¬dien hebben we geen klacht meer gehoord'.

Deze oplossing is voor sommige ouders geen goede oplossing. Hij is te fysiek van aard. Toch denk ik dat het soms nodig is. Hiermee leer je je kind dat anderen van zijn of haar lichaam moeten afblijven. Dit kan het kind ook helpen nee te zeggen in andere situaties, zoals bij mishandeling of mis¬bruik.
Om deze reden heeft de Fiep Westendorp Foundation (FWF), samen met mij, een aantal regels én pictogrammen voor leerlingen van groepen 1-3 bedacht. Zie hiervoor het logo van de FWF op de homepage van www.pesten.net. Als men daarop klikt, komt men op een nieuw veld, met onder andere regel 2. Ze luidt: “Kom niet aan een ander als die dat niet wil”. Zie verder ‘Het gebruik van de regels en pictogrammen’, 2.

Leer je kind voor anderen op te komen

Kinderen hebben - over het algemeen - een hoog ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Je kan kinderen zo 'gek' krijgen dat ze hun longen uit hun lijf lopen (sponsorloop) om geld op te halen ter bestrijding van de schending van kinderrech¬ten in andere landen. Dit is goed, maar naar mijn mening kan en moet je kinderen ook zo 'gek' krijgen zich sterk te maken tegen pesten op school. Je hoeft daarvoor alleen maar een beroep te doen op hun rechtvaardigheidsgevoel. Dit kan op verschillende manieren. Een manier is er thuis over praten en daarbij duidelijk maken dat je pesten verschrikkelijk vindt. En een tweede manier is aan leerlingen de opdracht te geven regels met elkaar te maken. Een uitleg over deze methode is te vinden in nummer 100 voor het basisonderwijs en nummer 200 voor het voortgezet onderwijs.

c Bob van der Meer

Contactgegevens
Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
073-5217753/06-20406009
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
www.pesten.net





 
© 2017 Bob van der Meer