Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Successen | Afdrukken |  E-mail

Inleiding
Het is vreemd om op je eigen site een rubriek met als titel Successen te plaatsen. Anderen zouden dat moeten beoordelen. Toch denk ik dat het zin heeft. Het overzicht maakt onder andere duidelijk dat het pestprobleem in Nederland veel eerder aangepakt en opgelost had kunnen worden. Wat de redenen hiervoor zijn geweest laat ik aan de beoordeling van de lezer over. De hieronder genoemde hoogtepunten zijn niet chronologisch.

1 Samenwerking met scholen
Vanaf 1987 begeleid ik scholen op een goede aanpak van pesten. De aanleiding was een interview in NRC/Handelsblad over mijn boek De zondebok in de klas, waar ik op dat moment mee bezig was. Het leidde in eerste instantie tot een hausse aan vragen, niet van scholen, maar van ouderverenigingen. Scholen waren niet geïnteresseerd, ouderverenigingen wel. De werkwijze hierbij was als volgt. Na mij eerst voorgesteld te hebben, gaf ik tijdens lezingen voor ouders met behulp van acht dia's een inleiding. Na een korte koffiepauze mochten ouders en leerkrachten schriftelijk vragen indienen, die na de pauze werden beantwoord. Eén van de vragen was dan altijd wat het beleid van de school op pesten was. Op deze manier aangepakt, moest de school wel iets gaan doen aan de aanpak ervan. Langzamerhand echter raakten scholen geïnteresseerd en werden projecten geïnitieerd. Zo maakten Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving, Stichting Kinderpostzegels Nederland, de gemeente Amsterdam en Rabobank Foundation pilotprojecten mogelijk. Meer informatie over deze projecten is te vinden in de rubriek Pilotprojecten, eerste kolom verticaal op www.pesten.net. 

2 Geen zelfmoord vanwege pesten gepleegd
Een ander 'succes' is dat een gepeste volwassene en een gepeste leerling van een tweede klas in het voortgezet onderwijs geen einde aan hun leven hebben gemaakt omdat ze gepest werden of waren. De volwassene niet omdat zij een einde aan haar leven wilde maken, maar dat niet had gedaan omdat zij - in een radio-interview met mij - mij hoorde zeggen dat slachtoffers geen schuld aan het pesten hebben. En de leerling niet omdat zijn ouders mij in de pauze van een lezing voor ouders over pesten om raad vroegen. Het advies was de volgende ochtend aan hun zoon recht op de man af te vragen of hij werd gepest. Hij nam namelijk volgens zijn ouders 's nachts/'s avonds de fiets en reed dan onverlicht weg. De reden, waar zij op hun directe vraag achter kwamen: hij wilde aangereden worden zodat hij van het pesten verlost zou zijn. Voor de jongen werd snel een psycholoog gevonden die gespecialiseerd was in de hulp aan jongeren net een doodswens en werden de pesters ontmaskerd en aangepakt.

Ondanks dat, schuldgevoel
Daartegenover staat het feit dat ik niet in staat ben geweest om de plus minus 20 zelfmoorden van leerlingen vanwege pesten in Nederland, waarvan ik weet heb, te voorkomen. Daar voel ik mij schuldig over. Het probleem hierbij echter is, is nu mijn ervaring, dat je, als je een probleem als pesten aankaart, 'afgemaakt' wordt. Dat overkwam mij toen ik, onder andere uit bezorgdheid over een door mij gesignaleerde significante toename van het aantal zelfmoorden vanwege pesten door Nederlandse scholieren, aan staatssecretaris/minister van OCW, mevrouw Marja van Bijsterveldt, een brief schreef over de naar mijn oordeel onjuiste aanpak van pesten door haar ministerie. Van haar kreeg ik daarop een brief terug met de mededeling dat brieven van mijn hand over pesten door haar ministerie niet meer beantwoord zouden worden. De door mij veronderstelde reden voor haar reactie: aan haar voorganger, Karin Adelmund, schreef ik - in mijn onschuld - dat een ambtenaar haar op het gebied van pesten verkeerd had voorgelicht. Dit maakte mij tot klokkenluider en met klokkenluiders wil men over het algemeen niets te maken hebben, ook het ministerie van OCW niet. De brief van mevrouw van Bijsterveldt en later die van staatssecretaris Dekker met de mededeling dat brieven van mij over pesten niet meer zouden worden beantwoord heb ik opgenomen in de rubriek Ministerie van Onderwijs.

Weer drie zelfmoorden

Onlangs werd ik op de hoogte gesteld van drie zelfmoorden vanwege pesten op eenzelfde school voor voortgezet onderwijs ergens in Nederland. De school en een officiële instantie bedekken het incident met de mantel der liefde en bedreigen de klokkenluiders: een medewerker van de school en een vertrouwenspersoon die de school goed kent, via advocaten, met processen. Het ministerie van OCW hiervan op de hoogte stellen is mij niet alleen door Marja van Bijsterveldt, maar nu ook door staatssecretaris Sander Dekker, verboden. Naar aanleiding van de zelfmoorden van Tim Ribberink en Fleur Bloemen die zich vanwege pesten van het leven hadden beroofd, bood ik Dekker mijn kennis op dit gebied aan, om ook van hem het antwoord te krijgen dat brieven van mij over pesten door zijn ministerie niet meer zouden worden beantwoord. Het enige dat ik nu nog kan doen, is: de Rijksrecherche inschakelen of de Tweede Kamer vragen een enquêtecommissie onderzoek te laten uitvoeren naar het in het verleden door het ministerie van OCW uitgevoerde beleid op het gebied van pesten.

3 Website www.pesten.net
Keren we terug naar mijn successen. De site www.pesten.net werd door Jan Hoogmoed, de vader van een gepeste jongen, gestart en op een gegeven moment aan mij overgedragen. De site wordt op jaarbasis meer dan 2 500 000 keer gehit en krijgt - eveneens jaarlijks - meer dan 250 000 unieke bezoekers. Op de site zijn deze gegevens in de rubriek Website statistieken, vierde kolom verticaal, te vinden.

4 Eerste artikel over pesten tussen leerlingen op school in 1978

Onzeker is wie als eerste in de wereld aandacht heeft gevraagd voor het onderwerp pesten op school.
Mijn eerste artikel over pesten tussen leerlingen op school, getiteld Het zondebokfenomeen in de les Lichamelijke Opvoeding, verscheen in 1978 in Thomas, het vakblad voor katholieke leerkrachten Lichamelijke Opvoeding. In hetzelfde jaar verscheen naar mijn weten ook het eerste boek van Dan Olweus, hoogleraar Psychologie in Noorwegen, over pesten tussen leerlingen op school, getiteld: Aggression in the schools: bullies and whipping boys, dat door Hemisphere in Washington werd uitgegeven. Wie het eerst aandacht voor het onderwerp vroeg is onzeker. Laten we het vooralsnog op beiden houden.

5 Het antipestpakket van de Fiep Westendorp Foundation

Het antipestpakket dat ik heb gemaakt met de directeur van de Fiep Westendorp Foundation (FWF), Hans van der Voort, is erg mooi en functioneel. Tot nu toe zijn er 7 000 exemplaren van dit pakket gratis aan scholen ter beschikking gesteld. Wat echter nog nodig is: scholen door middel van een korte cursus helpen het instrument binnen scholen te implementeren. Op www.pesten.net is informatie over dit pakket te vinden onder het logo van de Fiep Westendorp Foundation, de Jip- en Janneke-figuren.

6 Stichting Europees Expertisecentrum voor Veiligheid
De met eigen geld uitgevoerde activiteiten om pesten te doen stoppen is een ander hoogtepunt. Een verantwoording is te vinden is in de rubriek Exit Stichting E2V2, derde kolom verticaal op www.pesten.net. Een aantal activiteiten zijn de volgende: medewerking aan de Sire-campagnes tegen offline en online pesten; begeleiding bij het onderzoek dat twee studenten van de Saxion Hogescholen, locatie Deventer, op een aantal scholen voor basisonderwijs hebben uitgevoerd; deelname aan de vele ronde tafel conferenties over pesten en geweld in de Tweede Kamer; het verzorgen van gratis lezingen voor ouders over pesten op school voor de ouders en leerkrachten van scholen voor basisonderwijs in mijn woonplaats Rosmalen en het geven van interviews aan dag-, week-, onderwijsbladen en aan radio en tv. De stichting werd op 31-12-2010 wegens een te groot en onaanvaardbaar beroep op eigen geld opgeheven.

7 Comenius Förderpreis 2001
De in 2001 toegekende Comenius Förderpreis 2001, de enige EU- en daardoor wellicht prestigieuze onderwijsprijs. De prijs werd toegekend voor het pakket over pesten op het werk, bestaande uit een dvd waarop een gesprek met een op het werk gepeste man, de daarbij behorende brochure en mijn boek Pesten op het werk. Op het moment van toekenning had ik geen enkele notie van het belang van deze toekenning, teveel was ik waarschijnlijk bezig met overleven op het APS.

8 Saillante kenmerken van mijn aanpak
Het feit dat een aantal saillante kenmerken uit mijn aanpak, de saillante kenmerken van een later ontwikkelde en uitgebrachte aanpak bleken te zijn. Een voorbeeld. Zonder op de hoogte te zijn van het feit dat een groot aantal saillante kenmerken van de KiVA-methode, een Finse antipest methode, saillante kenmerken waren van mijn vanaf 1978 in artikelen en boeken vastgelegde methode, omarmde dr. René Veenstra, hoogleraar Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, de door prof. dr. Salmivalli in 1996 ontwikkelde en in haar boek Aggressive Behavior beschreven KiVA-methode. Alhoewel ik hem op de hoogte bracht van de saillante overeenkomsten tussen Salmivalli's en mijn methode, heeft hij hierop nog steeds niet (januari 2016) officieel gereageerd. Het argument als zouden ontdekkingen of werkwijzen in de wereld van de wetenschap (bijna) tegelijkertijd ontstaan, snijdt geen hout. Zoals gezegd publiceer ik al vanaf 1978 over het onderwerp pesten. In de rubriek René Veenstra de brief die ik aan de voorzitter van de Raad van Toezicht van Rijksuniversiteit Groningen op 17-10-2013  heb geschreven, op welke brief ik overigens tot nu toe geen officieel antwoord heb gekregen.

9 Beëindiging van de Gouden Kooi
Het NOVA-interview dat Twan Huys mij afnam over de Gouden Kooi, een programma van John de Mol is een ander wapenfeit. Het doel van dit programma was om door middel van pesten de andere inwoners uit het huis te krijgen. Al vanaf het eerste begin uitte ik mijn bezwaren tegen het programma. Mijn argument was dat pesten structureel lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld was, met de intentie 'de ander' af te maken en daardoor een strafbaar feit was. Wel gaf ik aan dat, omdat ik geen enkele macht had, de politiek zich zou moeten uitspreken over dit programma. Na negen maanden reageerde Joop Atsma, Tweede Kamerlid van het CDA. Op 22-05-2008 eindigde het programma, dat op 01-10-2006 startte.

10 Bakzeil van Dekker&Dullaert
Een ander succes is het feit dat staatssecretaris Dekker en kinderombudsman Dullaert bakzeil hebben moeten halen. Toen na de verontwaardiging over de zelfmoord vanwege pesten van Tim Ribberink, Fleur Bloemen en de andere zes leerlingen die de pers niet haalden, staatssecretaris Dekker voor zijn politieke loopbaan moest vrezen en om volkomen onduidelijke redenen een samenwerkingsverband met kinderombudsman Dullaert aanging, maakten zij beiden fout op fout. 

1 Door een pakt met Dullaert te sluiten raakte Dullaert zijn onafhankelijkheid, de voornaamste reden voor zijn functie, kwijt.
2 In plaats van direct, na de hausse aan zelfmoorden vanwege pesten, scholen adviezen te geven hoe met dit soort calamiteiten niet alleen om te gaan, maar ze ook te voorkomen, nodigden Dekker&Dullaert voor de vorm een aantal belangenorganisaties uit.
3 Voor de vorm deelden Dekker&Dullaert hen tijdens bijeenkomsten in groepen in, gaven hen opdrachten, waarna zij het door henzelf van te voren samengestelde Plan van aanpak Pesten uitbrachten.
4 Op de kritiek die een van de deelnemers aan deze bijeenkomsten, uitte op de KiVA-methode met de woorden "Beter goed gekopieerd dan zelf slecht bedacht" (doelend op de schijn van plagiaat), gingen zij beiden ook later niet in. En dit terwijl de kinderombudsman zich via een Trouw-interview openlijk had uitgesproken voor de landelijke invoering van de KiVA-methode. De opmerking "Beter goed gekopieerd dan zelf slecht bedacht" maakte overigens mevrouw Kete Kervezee, de Inspecteur-Generaal van het ministerie van OCW, die als een van de genodigden bij deze bijeenkomsten aanwezig was. Ze maakte de opmerking naar dr. René Veenstra, degene die van het ministerie van OCW een miljoen euro had gekregen voor onderzoek naar de hierboven genoemde KiVA-methode, nadat hij voor de groep een workshop had verzorgd over de KiVA-methode. Deze informatie werd mij verteld door Els Hendrikse, directeur van Stichting Veilig Onderwijs, die, samen met haar man, bij deze bijeenkomst aanwezig was.
5 Op de kritiek van een van de belanghebbenden, een van de weinige deskundigen in deze groep, als je tenminste Veenstra als een deskundige moet beschouwen, die hij achteraf via een open brief aan hen beiden ventileerde, reageerden zij tot op heden (januari 2016) niet. Het betreft de open brief die Zeger Wijnands, de auteur van het uitmuntende boek 'Als je wordt buitengesloten', schreef met kritiek op de door Dekker&Dullaert uitgebrachte Plan van aanpak Pesten. Als men op google de tekst als je wordt buitengesloten intikt, komt men vanzelf op zijn open brief.
6 Voorafgaand aan deze bijeenkomst spraken zij beiden in het openbaar, want via de pers, hun voorkeur voor ieder een eigen antipestmethode uit. 
7 In tegenstelling tot wat zij beweerden, zochten Dekker&Dullaert zelf de leden van de Commissie Antipestprogramma's aan, brachten zij deze commissie onder bij het door hen voorgestelde onafhankelijke en deskundige Nederlands Jeugd Instituut (NJI), waarna een van de commissieleden drie eisen bedacht, aan welke een antipestprogramma diende te voldoen om een effectief programma te zijn.
8 Op grond van de hierboven genoemde bezwaren konden Dekker&Dullaert niet anders dan hun voornemen intrekken om scholen te verplichten een door de Commissie Antipestprogramma's goedgekeurde antipestmethode te adopteren en werd het scholen toegestaan zelf beleid te maken. Toen daarna de Nationale Ombudsman weigerde aan Dullaert nog een termijn te geven om Kinderombudsman te zijn was ik tevreden: voor het onderwerp pesten waren hij en Dekker een ramp.

 
Commentaar
Het is eigenlijk te triest voor woorden dat beleidsmakers als Dekker&Dullaert, bekleed met macht, hun macht op een dergelijke domme, schadelijke en schandelijke manier misbruiken. In plaats van het probleem op te lossen, hebben ze het door hun werkwijze vergroot.
Het is ook te triest voor woorden dat ik dit als een succes moet zien, maar hadden ze hun plan doorgezet, dan waren de gevolgen van hun werkwijze voor de leerlingen in Nederland nog erger geweest.
En de situatie is heel erg als het waar is dat drie leerlingen van eenzelfde school voor voortgezet onderwijs in Nederland zich onlangs vanwege pesten van het leven hebben beroofd. Nog erger is het dat iedereen, die dit feit naar buiten wil brengen, een advocaat op zijn dak krijgt.
Alhoewel kinderombudsman Dullaert in een toespraak voor de Verenigde Naties de aanpak van het pestprobleem in Nederland ten voorbeeld aan alle andere landen stelde, heeft een vertrouwenspersoon die de school goed kent mij onlangs op de hoogte gesteld van het feit dat in ieder geval drie leerlingen van deze school zich vanwege pesten van het leven hebben beroofd. Wat zou de reactie van de staatssecretaris en de kinderombudsman zijn als zij op de hoogte zouden worden gesteld van deze drie zelfmoorden?

11 Drie voorwaarden voor een goede aanpak van pesten
Een ander succes zijn mijn drie voorwaarden die ik stel aan een goede aanpak van pesten, welke voorwaarden ik in drie boeken vastlegde. In 1991 formuleerde ik mijn eerste, in 1993 mijn tweede en in 1995 mijn derde voorwaarde. Deze drie voorwaarden kunnen ook worden gesteld aan de aanpak van elke andere vorm van geweld, zoals kindermishandeling, seksueel misbruik, pesten op het werk, vrouwenmishandeling, seksuele intimidatie, huiselijk geweld, Joden- en homovervolging en progroms. Als deze veronderstelling opgaat - en niets wijst erop dat ze niet opgaat - beschikken we over een verklarings- en probleemoplossingsmodel van geweld, voor de structurele aanpak van veel verschillend geachte geweldproblemen. 

12 Twee landelijke pedagogische centra overleefd
Daarnaast heb ik twee pedagogische centra overleefd, een prestatie van formaat. Dit is echter ook weer een triest succes, dat zonde van de tijd is geweest. Als deze centra iets meer op de inhoud hadden ingezet, zouden ze nu niet overbodig geworden zijn. In december 2015 bereikte mij namelijk het bericht dat het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) opgeheven wordt. In twee publicaties: Dat wil je niet weten 1, mijn werkzaamheden bij het Katholiek Pedagogisch Centrum in de periode 1982-1995 en Dat wil je weten 2, mijn werkzaamheden bij het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum in de periode 1995-2003, heb ik mijn ervaringen vastgelegd. Voordat ik ze uitbreng vraag ik echter eerst juridisch advies via de DAS, mijn rechtsbijstandsverzekeraar of via het Huis voor Klokkenluiders dat per 01-04-2016 van start is gegaan.

13 Opening van de Volkskrant
Waar ik ook trots op ben is dat de Volkskrant, de datum moet ik nog opzoeken, opende met mijn commentaar op de schietpartij op het gymnasium in Erfurt. Mijn dieptepunt op dit gebied moet ik ook vermelden: de ingezonden brief van wetenschappelijk medewerker van de VU, dr. Frits Goossens, die de Volkskrant over mij afdrukte. 

14 Prinses Julianaschool, Rotterdam-Noord

Een ander hoogtepunt is de samenwerking geweest met Satcha van Ampt, directrice, en de IB-er, Margreet Friele, van de Prinses Julianaschool in Rotterdam-Noord. Met hen beiden voerde ik het pilotproject Normen en waarden, een concrete aanpak, uit, Dit project, dat gesubsidieerd was door Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving, was zó succesvol dat de gemeente Rotterdam een waarderingssubsidie van 5 000,-- euro gaf om andere Rotterdamse scholen op de hoogte te stellen van de effecten. Het geld werd besteed aan de uitgave van de brochure Normen en waarden, een concrete aanpak. In de rubriek Pilotprojecten, eerste kolom verticaal op www.pesten.net, nummer 4, treft men informatie over dit project aan.

15 Koning Willem 1 College in Den Bosch

In 2014 kwam ik in contact met Henk Langenhuijsen, docent aan het Koning Willem 1 College (KW1C) in Den Bosch. Studenten van de Theater Academie van het KW1C hadden, als examenopdracht, een toneelstuk over pesten gemaakt. Zoals te doen gebruikelijk binnen het KW1C werd ook dit stuk aan andere studenten dan de theaterstudenten vertoond en met hen nabesproken. Tijdens deze besprekingen vertelden de studenten zoveel verhalen van pesten dat Peter Mutsaers, docent van de afdeling Assistent Gezondheidskunde van het KW1C, om een workshop voor de docenten van deze afdeling vroeg. En, nadat de workshop was gehouden, ondersteuning bij gesprekken over dit onderwerp met zijn studenten. Daartoe vertoonde Henk de korte opname van een ander toneelstuk, welke activiteit hij liet volgen door een gesprek met de studenten. In andere sessies werd een enquête over pesten bij de studenten afgenomen en werden daarna regels gemaakt. En in weer andere sessies voerde Peter gesprekken met zijn studenten, gesprekken waarin zijn studenten heel open over hun vaak geheim gehouden probleem van pesten vertelden. Op deze manier ontstond een scala aan mogelijkheden voor behandeling van het onderwerp pesten en andere ongewenste omgangsvormen tussen studenten binnen een ROC. Tot slot schreef Henk een artikel over deze pilot voor het blad Profiel, dat in het augustusnummer van 2015 werd gepubliceerd.
Het werken met Henk Langenhuijsen en Peter Mutsaers is het meest inspirerende contact tot nu toe met docenten geweest. Minder goed was de samenwerking met Patrick Koning die van de leiding van het Koning Willem 1 College (Kw1C) de opdracht had gekregen beleid op de aanpak van pesten te maken. Alhoewel ik Patrick heb voorzien vanalle mogelijke achtergrondinformatie, kan ik het KW1C, wanneer een leerling van het KW1C vanwege pesten een andere leerling doodt, vanwege pesten een einde aan zijn of haar leven maakt of door pesten - nu of later - aantoonbare negatieve gevolgen ondervindt en (de ouders van) deze leerlingen het KW1C om voornoemde redenen een proces aandoen, niet vrijwaren.

16 Pilotproject Waarden en normen in interculturele context: effecten op burgerschapscompetenties van leerlingen
Een groot aantal jaren geleden nam de moeder van twee dochters contact met mij op. Haar dochters, die vanwege hun Joods zijn werden gepest, zaten op een school voor basisonderwijs in Amsterdam-West. De moeder was medewerker van Pricewaterhouse Coopers (PwC) en deed een beroep op ondersteuning van PwC. Dit werd verstrekt, waarna een project- en onderzoeksplan werd geschreven. De moeder nam vervolgens contact op met de afdeling Onderwijs van de gemeente Amsterdam en kregen we een gesprek met Ahmed Aboutaleb. Hij gaf subsidie voor een drie jaar durend project met drie scholen, een school met rijke ouders, een school met ouders met een gemiddeld inkomen en een school met ouders met laag inkomen. Meer informatie over dit project zal ik binnenkort opnemen in de rubriek Pilotprojecten, eerste kolom verticaal op www.pesten.net, nummer 5. Als men op google de tekst waarden en normen in interculturele context intikt komt men vanzelf op het onderzoeksverslag van SCO-Kohnstamm Instituut. Het eerste jaar van dit project voerde ik uit.

18 Ontmaskering van de NJI-Commissie Antipestprogramma's
Na de zelfmoorden van Tim Ribberink en Fleur Bloemen stelden Dekker&Dullaert de Commissie Antipestprogramma's samen en bracht deze groep onder bij het Nederlands Jeugd Instituut (NJI). Op zowel de site van het ministerie van OCW als op die van het NJI werd deze commissie voorgesteld als deskundig en onafhankelijk. Ik denk dat ik erin geslaagd ben aan te tonen dat beide beweringen volstrekt onwaar waren. Meer informatie zal worden opgenomen in de nieuwe rubriek NJI-Commissie.

Commentaar
Ook hier is het weer te triest voor woorden dat een prestigieus instituut als het NJI niet in staat is geweest om weerstand te bieden aan de dwang van een staatssecretaris en een kinderombudsman om zich voor hun karretje te spannen. Als je een dergelijk instituut al niet (meer) kan vertrouwen, wie dan nog wel? 

19 Persconferentie in Nieuwspoort met Lucy Kortram (PvdA) en Werner van Katwijk (Ouders en Coo)
Een ander hoogtepunt was de persconferentie die dr. Lucy Kortram, Tweede Kamerlid van de PvdA, mr. Werner van Katwijk, directeur van de protestant-christelijke oudervereniging Ouders en Coo, en ik, in Nieuwspoort gaven, Het initiatief daartoe kwam van Werner van Katwijk, die de inhoud van de persconferentie en het persbericht samenstelde. Een half uur voor de conferentie ben ik naar de zaal gelopen waar de conferentie zou worden gehouden om te zien of er uberhaupt iemand op was afgekomen. Er stond één camera opgesteld, van RTL-4. Mijn ongerustheid was over: in ieder geval een miljoen kijkers. Toen de persconferentie begon, puilde de zaal uit: ongeveer 30 media-vertegenwoorders. 

20 Interviews met leerlingen van de eigen school
Alles begon eigenlijk met de drie interviews die ik met leerlingen van mijn school, de Prinses Ireneschool, school voor lager- en middelbaar huishoud- en Nijverheidsonderwijs in Amsterdam-West, mocht houden en op band werden vastgelegd. De namen van de leerlingen ken ik nog, zo'n indruk hebben ze op mij gemaakt. De interviews werden mogelijk gemaakt door dr. Ido Abram, onderwijskundig medewerker van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum in Utrecht. Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Of hij op dat moment al hoogleraar Shoah aan de UvA was, weet ik niet. Wel weet ik dat hij toen al bezig was met de aanpak van vooroordelen en discriminatie. Ook stelde hij mij in staat een interview af te nemen bij een van mijn leerlingen waarvan ik wist dat zij sterke vooroordelen over buitenlanders had. Zonder haar naam te noemen nam Ido het gesprek dat ik met haar en haar vriend voerde over buitenlanders op in een door hem uitgebrachte brochure, met als titel Buitenlandse en Nederlandse jongeren aan het woord, PIE-publicatie 5. Alles wat deze leerling in het interview aan de orde bracht is overigens intussen uitgekomen. In deze brochure is ook een interview opgenomen met Ahmed Aboutaleb, die twee gesprekken voerde: een met een Marokkaanse jongen van het Komité Marokkaanse Arbeiders in Nederland te Rotterdam en een met twee jongeren van de Marokkaanse Vereniging in Den Haag over de activiteiten van deze vereniging. Tot slot adviseerde Ido mij het boek De zondebok van René Girard aan te schaffen en te lezen. Aan hem heb ik dus erg veel te danken gehad.

 
21 Landelijke campagne tegen pesten
Zij er nog meer hoogte- dan wel dieptepunten? De landelijke actie tegen pesten was er hoogtepunt. De vier landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs (LOBO, NKO, Ouders en Coo en VOO) startten op 2 november 1992 de landelijke actie tegen pesten. De dag ervoor hadden zij aan alle scholen voor basis- en voortgezet onderwijs een pakket toegestuurd, bestaande uit: een door hen genoemd antipest protocol, één pagina met concrete activiteiten die de school zou moeten uitvoeren om pesten aan te pakken; een brochure met daarin een concrete uitwerking van mijn vijfsporenaanpak van pesten; een pagina met adviezen aan ouderverenigingen om binnen de school pesten op de kaart te zetten en een poster. Op die dag hielden zij in het Onderwijsmuseum in Rotterdam een persconferentie. Staatssecretaris Netelenbos was ook aanwezig. Zij bleek een dieptepunt te zijn.

23 Mijn baan als docent Lichamelijke Opvoeding aan de Prinses Ireneschool in Amsterdam-West
Op deze school gaf een zusje van mij, Jacinta, lessen lichamelijke opvoeding. Toen zij besloot een wereldreis te gaan maken tipte ze mij en solliciteerde ik op haar baan. Mevrouw B.J. van Riezen, de toenmalige directrice, een heel goed leidinggevende, nam mij aan. ik kreeg achttien uur, over twee dagen verdeeld. De andere drie dagen studeerde ik Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens een van mijn eerste lessen liep een leerling huilend naar de kleedkamer. Ik zag dat, liep haar achterna en vroeg waarom zij huilde. Haar antwoord was dat zij door haar klasgenoten werd gepest. Omdat ik daar in mijn opleiding niets over had gehoord en de literatuur erop na sloeg, kwam ik erachter dat over pesten weinig bekend was. Het eerste aanknopingspunt was een definitie van het zondebokfenomeen, het verschijnsel dat mens en dier slachtoffers (nodig) hebben. En het tweede aanknopingspunt was een onderzoek van Lewin, Lippitt en White over een experiment met 10-jarige jongens die zij achtereenvolgens onder een autoritaire, democratische en laisser faire leiderschapsstijl brachten. Eén van hun resultaten was dat onder de autoritaire leiderschapsstijl meer sprake was van pesten: de gepeste jongen verliet dan de groep, waarna een nieuw groepslid het slachtoffer werd. Met hulp van Ido Abram konden gesprekken met drie gepeste leerlingen van mijn school worden opgenomen. Van twee leerlingen wist ik dat ze gepest werden en van een leerling, Sandra B.T., vermoedde ik het. Ik bedacht een theorie en oplossingen, waarna ik in 1988 De zondebok in de klas uitbracht. In dit boek waren ook de drie interviews opgenomen.

24 Een brief van een oud-leerling
Heel af en toe kom ik nog oud-leerlingen tegen. Het is mij drie keer overkomen. Een keer op een school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam, een keer op een school voor basisonderwijs in Zwolle en de laatste keer op de begrafenis van mijn moeder op Zorgvlied. In alle gevallen was ik onzeker of ik wel een goede docent was geweest, welke twijfel ik dan ook uitte. Gelukkig voor mij antwoordden ze positief. Zo ook een leerling die mij een mail stuurde. De inhoud van de brief ontroerde mij. Het maakt leerkrachten duidelijk dat we wel degelijk een functie hebben en dat we leerlingen kunnen maken en breken. De inhoud van de mail luidde als volgt:

Beste mijnheer van der Meer, beste Bob,
Na iets meer dan 30 jaar heb ik vanavond een reünie met mijn oud klasgenoten van de LHNO Prinses Ireneschool. In gedachten kwam ik uit bij uw naam.
Ik moest aan u denken omdat ik u  een aantal jaren geleden meerdere keren in een interview op televisie heb gezien met als thema pesten.
U was mijn gym docent. Dat is mogelijk op zich niet zo bijzonder, maar wat voor mij wel bijzonder was dat ik van u een 10 op mijn rapport kreeg voor deze lessen. Ik deed ook erg mijn best en was ook van het 'sportieve type', laten we maar zeggen. 
Wat was dan bijzonder aan die 10 voor mij? Ik deed er toe, alhoewel ik niet het ideaalbeeld was voor veel jonge meisjes.
Ik woog op mijn vijftiende 95 kilo en was 1.80 lang. In die tijd was obesitas niet gangbaar. Je was gewoon dik. En daar hadden veel mensen een mening over die ze, zonder dat ik daarom vroeg, met mij deelden.
Die 10 die ik van u kreeg is mij altijd bijgebleven en ik sport nog steeds. Met mij is het helemaal goed gekomen. Ik ben zelf docent geworden en ben tevreden met wie ik ben. Mijn verbale competenties, meegekregen vanuit een warm nest, hebben er voor gezorgd dat het pesten tot een minimum beperkt werd.
Bedankt voor de leuke lessen en uiteraard voor het mooie cijfer op mijn rapport.
Ik wens u veel succes in alles wat u doet.
Met vriendelijke groet, 

Toen ik de mail las heb ik even gehuild, waarna ik haar een mail terug schreef om haar te bedanken en met de vraag om de inhoud geanonimiseerd in de rubriek Successen te mogen plaatsen. Dat mocht.

24 Verhindering van tv-programma Project P.
25 HOPON-Brussel

 

 
© 2017 Bob van der Meer