Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Dekker & Dullaert | Afdrukken |  E-mail
Verzoek tot parlementair onderzoek, parlementaire enquête of parlementaire ondervraging 
 
De aanpak van pesten door staatssecretaris Dekker,
kinderombudsman Dullaert en het NJI: een evaluatie 
Drs. Bob van der Meer 
Europees Expertisecentrum voor Veiligheid
06-02-2016

Inleiding
Nadat in november 2012 Tim Ribberink, Fleur Bloemen en de zes andere leerlingen, die de pers niet haalden, vanwege pesten een einde aan hun leven hadden gemaakt, raakte Nederland in een shock. Staatssecretaris Dekker die door deze zelfmoorden voor zijn politieke lot moest vrezen, sloot een pakt met kinderombudsman Dullaert, die daardoor zijn onafhankelijkheid, de voornaamste reden voor de functie, opgaf (1); sprak de staatssecretaris zich uit voor een de landelijke invoering van een bepaalde methode, waarna de kinderombudsman hetzelfde deed, maar nu voor een andere, de KiVA- methode (2); formeerden zij direct daarop  een groep belanghebbenden (3); stelden zij zelf, in plaats van de groep belanghebbenden, een Plan van aanpak pesten, samen, in welk plan zij als een van de oplossingen opnamen dat het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) een deskundige en onafhankelijke Commissie Antipest programma’s zou samenstellen (4), waarna een van de leden van de commissie drie criteria voor een goed antipest programma formuleerde.
Geen woord over de zestig reeds bekende criteria; geen woord over de manieren voor scholen om moord en zelfmoord vanwege pesten te voorkomen en, als het op zou treden, ermee om te gaan (5); geen woord over eenvoudige maatregelen om pesten aan te pakken (6); geen woord over het feit dat alle ontworpen antipest programma’s slechts waren ontwikkeld voor het basisonderwijs en er geen methoden beschikbaar waren voor het voortgezet onderwijs en het mbo (7); geen woord over het feit dat een van de methoden een zwak aftreksel was van een in het verleden in Nederland ontwikkelde aanpak van het pestprobleem (8); geen woord over het feit dat geen enkel lid van de Commissie Antipest programma’s onafhankelijk was (9) en tot slot geen woord over het feit dat onderzoek had aangetoond dat niet een methode, maar aandacht voor het onderwerp, belangrijk was, om welke reden het zinloos was een groep wetenschappers de opdracht te geven onderzoek te doen naar de effectiviteit van de reeds ontwikkelde antipest programma’s (10). 

Machtsmisbruik
In hun streven om pesten rigoureus aan te pakken, hebben staatssecretaris Dekker en kinderombudsman Dullaert, op voor mij onaanvaardbare manieren, hun macht misbruikt. Als volgt.
1 Na het bekend worden van de zelfmoorden vanwege pesten sloot Kinderombudsman Dullaert met staatssecretaris Dekker een samenwerkingsovereenkomst.
- Door met Dekker te gaan samenwerken, verloor Dullaert de voornaamste reden van/voor zijn functie: zijn absolute onafhankelijkheid.
- Door de samenwerkingsovereenkomst tussen Dekker en Dullaert, werd Dekker afhankelijk van en verantwoordelijk voor mogelijke fouten van Dullaert en werd Dullaert afhankelijk van en verantwoordelijk voor mogelijke fouten van Dekker.
2 In een interview sprak Dekker zich uit voor de landelijke invoering van een door hem voorgestane antipestmethode.
- Omdat Dekker geen deskundige op het onderwerp pesten was, maar wel pleitte voor de landelijke invoering van een antipestmethode, misbruikte hij voor de eerste keer zijn macht.
- Omdat Dekker geen deskundige op het onderwerp pesten was, maar wel pleitte voor de landelijke invoering van een antipest- methode, maakte hij daarmee Dullaert mede-verantwoordelijk voor zijn machtsmisbruik 
3 In een ander interview sprak Dullaert zich uit voor de landelijke invoering van een methode, welke methode zeer veel gelijkenissen vertoonde met een in Nederland ontwikkelde en al veel toegepaste aanpak.
- Omdat Dullaert geen deskundige op het onderwerp pesten was, maar zich wel uitsprak voor de landelijke invoering van een antipest methode, die zeer veel gelijkenissen vertoonde met een in Nederland ontwikkelde en al veel toegepaste aanpak, misbruikte hij voor de eerste keer zijn macht.
- Omdat Dullaert geen deskundige op het onderwerp pesten was, maar wel pleitte voor de landelijke invoering van een methode, die zeer veel gelijkenissen vertoonde met een in Nederland ontwikkelde en al veel toegepaste aanpak, maakte hij daarmee Dekker medeverantwoordelijk voor zijn machtsmisbruik. 
4 Het Europees Expertisecentrum voor Veiligheid stelde op 01-03-2013 aan de kinderombudsman de vraag onderzoek in te stellen naar mogelijke corruptie, machtsmisbruik, strafbare feiten, plagiaat en/of incompetentie bij de aanpak van pesten door onderwijsonderzoek, onderwijsinnovatie, onderwijsbeleid, onderwijsjeugdhulpverlening en onderwijsinspectie (bijlage 1). Zonder hier zelf onderzoek naar te doen of uit te laten voeren, gaf Dullaert In zeer korte tijd: tien dagen (bijlage 2), als antwoord dat hem hiervan niets was gebleken.
- Door een pakt met staatssecretaris Dekker te sluiten had kinderombudsman Dullaert zijn onafhankelijkheid opgegeven.
- Door zijn afhankelijkheid van Dekker was Dullaert niet meer in staat om een onafhankelijk oordeel te vellen over mogelijk misbruik van gemeenschapsgelden, bestemd voor een goede aanpak van pesten. 
5 Samen met de kinderombudsman stelde Dekker, in plaats van een groep deskundigen, een groep van belanghebbenden samen (bijlage 3). In deze groep zaten - onder andere - vertegenwoordigers van ouderverenigingen; René Veenstra, hoogleraar Sociologie, die van het ministerie van OCW een miljoen euro had ontvangen om onderzoek te doen naar de door kinderombudsman Dullaert in de pers gepropageerde antipest methode, de Finse antipest methode  KiVA, welke methode saillante overeenkomsten vertoonde met een in Nederland reeds lang geleden ontwikkelde en toegepaste aanpak; en de inspecteur-generaal van het ministerie van OCW. Na een inleiding door Veenstra over de saillante kenmerken van de Finse KiVA-methode, gaf de inspecteur-generaal het volgende commentaar: “Beter goed gekopieerd dan zelf slecht bedacht”, daarmee doelend op saillante overeenkomsten van deze methode met een andere aanpak. Op deze opmerking gingen staatssecretaris en kinderombudsman niet alleen op dat moment, maar ook later, niet in (11).
- In plaats van een groep onafhankelijke deskundigen samen te stellen, formeerden Dekker en Dullaert een groep, met slechts één deskundige, belanghebbenden. Hierdoor misbruikten zij voor de tweede keer hun macht.
- Alhoewel zowel de staatssecretaris als de kinderombudsman door de inspecteur-generaal van OCW op de hoogte werden gebracht van de saillante overeenkomsten van de KiVA-methode met die van een reeds lang toegepaste Nederlandse aanpak, deden zij niets met deze informatie. Zij misbruikten nu voor de derde keer hun macht. 
6 Het doel van het samenstellen van de groep belanghebbenden was: het maken van een Plan van aanpak Pesten. Het plan werd echter niet door deze groep, maar door Dekker en Dullaert, samen- en vastgesteld. Dit was een van de kritiekpunten van een lid van de groep belanghebbenden, Zeger Wijnands, auteur van het boek over pesten, getiteld Als je wordt buitengesloten. Na het uitkomen van het door Dekker en Dullaert zelf samengestelde Plan van aanpak Pesten schreef hij hen namelijk een open brief (bijlage 4).
- Door in plaats van door de door hen samengestelde groep belanghebbenden een Plan van aanpak Pesten samen te laten stellen, stelden zij zelf een Plan van aanpak Pesten samen. Hierdoor misbruikten staatssecretaris Dekker en kinderombudsman Dullaert voor de vierde keer hun macht. 
- Door tot op heden niet in te gaan op de argumenten van de deskundige in de door Dekker en Dullaert samengestelde groep belanghebbenden misbruikten zij voor de vijfde keer hun macht.
8 In tegenstelling tot wat naar buiten werd gebracht verzochten Dekker en Dullaert een aantal onderzoekers zitting te nemen in de Commissie Antipestprogramma’s, waarvan het doel was om, met behulp van door de commissie zelf te bedenken criteria, de in Nederland meest toegepaste antipestprogramma’s te beoordelen.
- In plaats van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) opdracht te geven een deskundige en onafhankelijke groep samen te stellen en deze groep opdracht te geven op deskundige wijze een onafhankelijk advies over een goede aanpak van pesten te produceren, verzochten zij zelf de leden zitting te nemen in de Commissie Antipestprogramma's. Hierdoor misbruikten zij voor de zesde keer hun macht. 
9 Deze commissie werd ondergebracht bij het prestigieuze en betrouwbaar geachte Nederlands Jeugd Instituut (NJI), waarvan de commissieleden zowel op de site van het NJI als op de site van het ministerie van OCW voorgesteld werden als deskundig en onafhankelijk, welke beweringen echter beiden aantoonbaar niet waar bleken te zijn (bijlage 5).
- Zowel Dekker als Dullaert zijn op de hoogte gebracht van de afhankelijkheid en de ondeskundigheid van de leden van de door hen samengestelde Commissie Antipestprogramma's. Omdat zij niet reageerden op deze kritiek misbruikten zij voor de zevende keer hun macht. 

Conclusie
Nadat ik, naar aanleiding van de zelfmoorden vanwege pesten van Tim Ribberink en Fleur Bloemen in december 2012 door kinderombudsman Dullaert voor een gesprek op zijn kantoor was uitgenodigd; ik hem in dit gesprek op de hoogte had willen stellen van de op dit probleem gemaakte producten en aanwezige expertise, verliet hij een aantal keren zijn kamer om journalisten te woord te staan over de ‘zeiljongens’. Het waren twee broers, leerlingen van een school voor voortgezet onderwijs, die door geen enkele school voor voortgezet onderwijs met z’n tweeën als leerling waren aanvaard. Om aan de leerplicht en Jeugdzorg te ontkomen, besloten ze, met toestemming van hun ouders, met een zeewaardig zeiljacht een grote reis te gaan maken.
Binnen de kortst mogelijke keer werd het gesprek beëindigd en stonden Dullaert en ik bij de lift te wachten. Het enige wat ik zei was: “U heeft de macht”. Hiermee bedoelde ik dat hij op twee manieren met zijn macht om kon gaan: de eerste manier, gericht op een professionele oplossing van het probleem; de tweede manier: zijn macht misbruiken. Hij koos – naar later duidelijk werd - voor de laatste optie: zonder enige kennis van zaken, het probleem met wortel en tak uit proberen te roeien, met naar mijn opvatting desastreuze gevolgen. Het pestprobleem is door zijn onverantwoordelijke en ondeskundige inmenging op Nederlandse scholen nog steeds niet goed aangepakt, waardoor nog steeds leerlingen lijden aan de door pesten aangetoonde negatieve gevolgen: laag zelfbeeld, schoolangst, schoolverzuim, depressie, automutilatie, psychosomatische klachten, post traumatisch stresssyndroom en overwegingen of pogingen tot zelfdoding. 

Parlementair onderzoek, parlementaire enquête of parlementaire ondevraging
Ik verzoek de Tweede Kamer een parlementair onderzoek, parlementaire enquête of parlementaire ondervraging  te starten naar de hierboven beschreven werkwijze van niet alleen kinderombudsman Dullaert, staatssecretaris Dekker en het NJI, maar ook naar de besteding door het ministerie van OCW vanaf 1995 van de bij benadering 25 miljoen euro die is geïnvesteerd in de aanpak van pesten en geweld (bijlagen 6 en 7). Eén van de resultaten van een dergelijk onderzoek zou moeten zijn: een antwoord op de vraag wie verantwoordelijk kan worden gesteld voor bovengenoemde negatieve gevolgen. Is dit de NJI Commissie Antipestprogramma’s, die niet deskundig en niet onafhankelijk was; kan het NJI verantwoordelijk worden gesteld, het NJI dat aan twee commissies toestond slechte adviezen te geven; zijn het de onderwijs(vak)organisaties, die op de hoogte zijn gesteld van het gebrek aan beleid op dit onderwerp; kan het ministerie van OCW verantwoordelijk worden gesteld voor de (zelf)moorden en andere negatieve gevolgen vanwege pesten, het ministerie dat bij voortduring op de hoogte was gesteld over de in mijn ogen verkeerde aanpak van het probleem; zijn de raden van bestuur van de scholen verantwoordelijk omdat zij een onrechtmatige daad hebben gepleegd door aan hun leerlingen niet de veiligheid te bieden die de wet van hen eiste; kan de kinderombudsman aansprakelijk worden gesteld voor het feit dat hij, in ruil voor macht en schijnbaar succes: een toespraak voor de VN over de in Nederland succesvolle aanpak van pesten, zijn onafhankelijkheid heeft opgeofferd? En een tweede resultaat: antwoorden op de vraag naar de besteding van de bij benadering 25 miljoen euro dat sinds 1995 door het ministerie van OCW aan de aanpak van pesten werd besteed. 
Bob van der Meer
Psycholoog
Directeur Europees Expertisecentrum voor Veiligheid
Hildebrandstraat 14 
5242 GE Rosmalen 
073-5217753/06-20406009 
www.pesten.net 
www.expertisecentrumgeweld.nl
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
 
Bijlagen
Deze bijlagen worden er niet bijgeleverd. Ze kunnen pas worden ingezien als het Huis voor Klokkenluiders een feit is en het Huis mij de garantie heeft gegeven dat ik niet vervolgd word voor het feit dat ik ‘geheimen’ naar buiten breng. Dit geldt slechts voor bijlagen 5, 6 en 7. De andere bijlagen kunnen worden aangevraagd via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .
Bijlage 1: Brief aan kinderombudsman Dullaert om onderzoek te doen naar corruptie in het onderwijs.
Bijlage 2: Antwoord van kinderombudsman Dullaert.
Bijlage 3: E-mailadressen van de deelnemers van de door Dekker & Dullaert samengestelde werkgroep Plan van aanpak Pesten.
Bijlage 4: Open brief van Zeger Wijnands, deelnemer aan de werkgroep Plan van aanpak Pesten, aan staatssecretaris Dekker en kinderombudsman Dullaert.
Bijlage 5: Analyse van de deskundig- en onafhankelijkheid van de leden van de door Dekker en Dullaert samengestelde Commissie Antipestprogramma’s.
Bijlage 6: Dat wil je niet weten 1, mijn werkzaamheden bij het Katholiek Pedagogisch Centrum in Den Bosch, in de periode 1982 tot 1995.
Bijlage 7: Dat wil je niet weten 2, mijn werkzaamheden bij het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum in Utrecht, in de periode 1995-2003.

Noten
1 De voornaamste en misschien wel enige reden van de functie van een kinderombudsman is: zijn absolute en onvoorwaardelijke onafhankelijkheid. Door met staatssecretaris OCW, Dekker, een pakt te sluiten om pesten gezamenlijk aan te pakken, heeft Kinderombudsman Dullaert zijn onafhankelijkheid opgegeven en daarmee zijn functie te schande gemaakt.
2 Staatssecretaris Dekker en kinderombudsman Dullaert spraken zich beiden uit voor ieder een andere antipestmethode: Dekker voor een methode waarvan ik, op straffe van een proces, de naam niet meer mag noemen en kinderombudsman Dullaert voor de landelijke invoering van de KiVA-methode, een Fins antipestprogramma. Dit deed hij in een interview, d.d. 09-02-2013, in Trouw. Alhoewel Dullaert later van de journaliste de correctie eiste dat hij zich niet had uitgesproken voor de landelijke invoering van de KiVA-methode, heeft de journaliste, ondersteund door de hoofdredacteur, dit niet teruggetrokken. De vraag die hierbij kan worden gesteld is: op grond van welk recht mag een kinderombudsman, die geen aanwijsbare expertise op het gebied van pesten heeft, zich openlijk uitspreken voor de landelijke invoering van welke (antipest)methode dan ook? Het zou hetzelfde zijn als wanneer de Nationale Ombudsman zich openlijk uit zou spreken voor het afsluiten van een lijfrentepolis van ASR, Reaal of Nationale Nederlanden.
3 In plaats van een groep deskundigen uit te nodigen om hen van advies te dienen over een goede aanpak van pesten, nodigden Dekker & Dullaert een groep belanghebbenden uit: de voorzitter van Stichting Veilig Onderwijs; prof. dr. René Veenstra, die van het ministerie van OCW een subsidie van een miljoen euro had ontvangen om onderzoek te doen naar de effectiviteit van de KiVA-methode voor de Nederlandse situatie; prof. dr. René Diekstra, van wie de Volkskrant een steekhoudende ingezonden brief had geplaatst; een aantal niet-deskundige ouders; de oud inspecteur-generaal van het ministerie van OCW, mevrouw Kervezee. De enige echte in de groep opgenomen deskundige was Zeger Wijnands, de auteur van het boek over pesten Als je wordt buitengesloten. Toen hij echter, nadat de commissie ontbonden was, een open brief met kritiek aan Dekker & Dullaert over hun Plan van aanpak Pesten schreef, werd deze brief niet beantwoord en is zij tot op heden nog niet beantwoord.
4 Dat het NJI van Dekker & Dullaert de opdracht had gekregen een deskundige en onafhankelijke Commissie Antipestprogramma’s samen te stellen mag worden opgemaakt uit de teksten hierover op zowel de site van het NJI als het ministerie van OCW. Als volgt:
‘In opdracht van het ministerie van OCW beoordeelt een onafhankelijke commissie of antipestprogramma’s aan bepaalde criteria voldoen’. 
Bron: Rubriek Pesten, www.nji.nl
‘De Commissie Antipestprogramma’s is samengesteld op basis van ervaring en kennis van de thematiek. Ook is nadrukkelijk gelet op onafhankelijkheid ten opzichte van antipestprogramma’s’.
Bron: Site ministerie van OCW.
5 Dit is voor mij onbegrijpelijk. Een student van 20 jaar maakt vanwege pesten een einde aan zijn leven. Kort daarop een meisje van 16 door zich voor de trein te werpen. En kort daarop weer, vanwege copycat gedrag, zes andere leerlingen. Op zo’n moment informeer je toch als eerste alle scholen in Nederland en geef je hen adviezen op welke manieren te handelen om dit soort dramatische gebeurtenissen te voorkomen en, wanneer een dergelijke calamiteit onverhoopt optreedt, aan te pakken? Nee, wat doe je? Je bezoekt de ouders van de leerlingen die vanwege pesten een einde aan hun leven maakten, houdt een prevelementje, roept - voor de vorm - een groep belanghebbenden bij elkaar, rommelt zelf een Plan van aanpak Pesten in elkaar, geeft geen antwoord op de enige deskundige in de groep die terechte kritiek uit, stelt zelf een zogenaamde deskundige en onafhankelijke Commissie Antipestprogramma’s samen en geeft deze groep afhankelijke en niet deskundige personen de opdracht om met behulp van drie belachelijke criteria de bestaande antipestprogramma’s te beoordelen, met als doel de scholen te verplichten een keuze te maken uit de door deze, het zij nogmaals gezegd, niet onafhankelijke en niet deskundige groep,  als goed beoordeelde antipestprogramma’s.  
6 Pesten is eigenlijk niet zo moeilijk aan te pakken. Veel leerkrachten durven echter niet duidelijk stelling te nemen, zijn bang voor de (ouders van de) pesters, zijn bang voor de mogelijke emoties die vrijkomen als ze het onderwerp aansnijden, geven het slachtoffer de schuld, zien het domweg niet, gaan ervan uit dat leerlingen lieve wezens zijn of hebben niet door wat de mogelijke gevolgen voor het slachtoffer zijn. Als deze barrières zijn geslecht, is de oplossing: “Dat doen we op deze school niet. En gebeurt het toch, dan pakken we het goed - en wel op de volgende manier -  aan”.
7 Als de Commissie Antipestprogramma’s deskundig was geweest, hadden de leden de opdracht van Dekker & Dullaert niet eens aangenomen. Stel namelijk dat deze commissie een antipestprogramma had goedgekeurd, waarna later bleek dat een leerling van een school die deze methode toepaste vanwege pesten zelfmoord of een moord pleegde. Zie hiervoor de rubrieken Wie is verantwoordelijk 1 en Wie is verantwoordelijk 2, derde kolom verticaal op www.pesten.net. 
8 Dagblad van het Noorden besteedde op 06-01-2012 aandacht aan pesten. Dr. René Veenstra, hoogleraar Sociologie aan de Rijks Universiteit Groningen, kwam hierbij aan het woord. Nadat hij felle kritiek had geuit op de bestaande antipestmethoden, pleitte hij voor de landelijke invoering van de KiVA-methode, de Finse antipestmethode, ontwikkeld door hoogleraar Salmivalli. In het interview noemde hij vier saillante kenmerken van deze methode: in deze methode worden leerkrachten geleerd te signaleren; worden alle partijen bij de aanpak van het probleem betrokken; wordt aandacht besteed aan groepsdynamische processen en worden leerlingen in actie gezet. Het probleem voor professor Salmivalli en de KiVA-methode is dat deze kenmerken in al mijn publicaties vanaf 1988 saillante kenmerken van mijn methode zijn. Twee mogelijkheden:  Salmivalli heeft goed over de problematiek nagedacht of heeft kennis gehad van mijn methode en er een eigen draai aan gegeven. Ik houd het op het eerste. Wel is saillant dat een hoogleraar, in dit geval Veenstra, die zich, naar eigen zeggen, in 1996 bij het verschijnen van het boek van Salmivalli, met als titel Aggressive Behavior, was gaan interesseren voor pesten, niet op de hoogte was, zich niet op de hoogte had gesteld, dan wel weigerde de bronnen te noemen van de sinds 1979 op dit onderwerp beschikbare literatuur van mijn hand. 
9 De commissieleden hadden vier mogelijkheden: het verzoek om in de Commissie Antipestpro-gramma’s zitting te nemen aanvaarden, met de opgave van de namen van de antipest programma’s waarbij zij als onderzoeker of belanghebbenden betrokken waren; de opdracht niet aanvaarden, met als argument dat zij teveel belanghebbend waren bij een of meer van de te onderzoeken antipestprogramma’s; de opdracht niet aanvaarden met als argument dat het PRIMA-onderzoek had aangetoond dat niet een methode belangrijk was, maar aandacht voor het onderwerp; of net doen alsof ze onafhankelijk en deskundig waren, in de commissie zitting nemen en hun onderzoeksbelangen en –gelden verdedigen. Dat ze voor de laatste optie hebben gekozen, vind ik verschrikkelijk. Ik acht deze werkwijze ontoelaatbaar en een wetenschapper en het onderwerp onwaardig. Ik stel deze handeling gelijk aan de handelingen van andere wetenschappelijke fraudeurs. Bepaalde dingen doe je als wetenschapper niet en doe je ze wel, dan moet je daar door wie dan ook op aangesproken kunnen worden: de VSNU heeft namelijk niet voor niets een gedragscode voor wetenschappers aan universiteiten opgesteld.
10 Het door het NIGZ opgezette en uitgevoerde PRIMA-onderzoek was een experimenteel onderzoek. In een dergelijk onderzoek worden scholen, die zich aanmelden voor een onderzoek, volgens het lot, experimentele dan wel controlescholen. Bij zowel de experimentele als de controlescholen wordt de beginsituatie gemeten (pretest). De experimentele scholen leren dan - in dit geval - pesten door middel van de PRIMA-methode aan te pakken, terwijl de controlescholen niets aan het probleem doen. Na van te voren vastgestelde tijdstippen wordt daarna op zowel de experimentele als de controlescholen een nameting gehouden (posttest), zodat eventuele verschillen, veroorzaakt door de toegepaste methode, kunnen worden aangetoond tussen de experimentele en de controlescholen. De officiële term voor dit soort onderzoek is: pretest posttest control group design. Het resultaat: in de experimentele scholen die de PRIMA-methode hadden toegepast was pesten met 60% afgenomen, op zich geen slecht resultaat. Jammer voor deze methode was dat de controlescholen, die de PRIMA-methode niet hadden toegepast, echter ook een 60% reductiescore hadden behaald. Moraal van het verhaal: niet een antipestmethode, maar de wil om pesten aan te pakken, is van doorslaggevende aard. Deze uitkomst was overigens van te voren voorspeld. Immers, scholen die zich hadden aangemeld voor een aanpak van pesten en door het lot in de groep controlescholen terecht waren gekomen, lieten zich natuurlijk niet weerhouden om het probleem ook daadwerkelijk aan te gaan pakken. Dit hadden niet alleen de aanvragers, de onderzoekers van TNO, maar ook (de deskundigen van) subsidieverstrekker ZonMw en ook de deskundigen van de Commissie Antipestprogramma’s, toch moeten weten? Omdat het onderzoek om en nabij de 550 000,-- euro kostte, is ook dit weggegooid geld geweest.

Contactgegevens
Drs. B. van der Meer
Psycholoog
Directeur Europees Expertisecentrum voor Veiligheid (E2V2)
Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
073-5217753/06-20406009
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
www.pesten.net
www.expertisecentrumgeweld.nl

 
© 2017 Bob van der Meer