Hildebrandstraat 14
5242 GE Rosmalen
06-20406009
073-5217753
b.vandermeer@home.nl
http://www.bobvandermeer.info
http://www.bullying.nl

Pesten opgelost | Afdrukken |  E-mail
Een goede aanpak van pesten voor scholen basisonderwijs,
voortgezet onderwijs en mbo:
 drie eisen

c Drs.  B van der Meer
E2V2, Rosmalen
18-02-2016

Hieronder een uitwerking van mijn drie eisen voor een goede aanpak van pesten. Wanneer deze eisen worden toegepast, denk ik dat pesten op relatief eenvoudige wijze is op te lossen. Wat daarna komt is veel belangrijker: aan leerlingen en studenten leren dat buitensluiten desastreuze gevolgen heeft voor degene die het overkomt en hen mobiliseren niet alleen duidelijk stelling te nemen tegen het buitensluiten van ‘andere’ leerlingen, maar ook tegen het buitensluiten van ‘anderen’ later op het werk en in de maatschappij.
 
Ik stel drie eisen aan een goede aanpak van pesten, geweld of ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen of studenten. De eisen zijn: de aanpak is in twee opzichten integraal; het probleem wordt structureel aangepakt en de aanpak leidt tot attitudeverandering. De werkwijze hierbij is als volgt. Eerst een uitwerking van de eis, daarna de literatuur erover en tot slot de aanwezige producten om aan de eis handen en voeten te geven. 

1 De aanpak is in twee opzichten integraal
Enerzijds door alle partijen bij de aanpak van het probleem te betrekken: de vijfsporenaanpak van pesten.
Anderzijds door pesten als onderdeel te zien van geweld. 
In mijn verklaringsmodel van geweld, zoals opgenomen in het boek School en geweld, oorzaken en aanpak (2000-3), heb ik pesten geplaatst onder: geweld tegen ‘de ander’. Binnen school betreft dit het geweld tussen leerlingen onderling; tussen leerlingen en leerkrachten; leerkrachten en leerlingen; personeel onderling; school en ouders en tussen ouders en school.
Om erachter te komen welke ongewenste omgangsvormen tussen deze geledingen mogelijkerwijs plaatsvinden is het afnemen van een eenvoudige enquête een goed middel. De uitslag van deze enquête gebruikt de school als prestest om zelf onderzoek te doen naar de effectiviteit van de daarna getroffen maatregelen om het pesten tussen leerlingen, als daar sprake van is, te doen stoppen en is de school hiervoor niet afhankelijk van externe onderzoekers.

De integrale aanpak: achtergrondinformatie
De eis van een integrale aanpak is opgenomen en uitgewerkt in de twee onderstaande publicaties:
- Meer, B. van der (1991-1). Het zondebokfenomeen op school. In: A. Collot d’Escury-Koenigs, T. Engelen-Snaterse & J. Tijhuis (red.), Gelukkig op school? Emotionele stoornissen en het functioneren op school, pp 107-122. Lisse: Swets en Zeitlinger.
De vijfsporenaanpak van pesten en het verklaringsmodel van geweld zijn beschreven in deze bijdrage.
- Meer, B. van der (2000-3). School en geweld, oorzaken en aanpak. Assen: Van Gorcum.
In deze publicatie zijn in paragraaf 3.2 de resultaten van een enquête naar de ongewenste omgangsvormen tussen de zes genoemde schoolgeledingen op een school voor basisonderwijs opgenomen.

Producten
Om de integrale aanpak mogelijk te maken, zijn de volgende producten voorhanden:
01 Meer, B. van der (2012). De vijfsporenaanpak van pesten. Pesten, een desastreuze vorm van geweld. Counselling Magazine, nummer 4, pp 23-26.
02 Visuele weergave van de vijf partijen en de drie psychologische mechanismen bij geweld.
03 Visuele weergave verklaringsmodel van geweld plus toelichting.
04 Power point presentaties verklaringsmodel van geweld, vijfsporenaanpak van pesten, mobiliseren van de zwijgende middengroep, leerlingen verantwoordelijk maken voor elkaars psychosociale veiligheid, hulp aan de pester plus de daarbij behorende producten.
05 Meer, B. van der (2006-2). Brochure Normen en waarden, een concrete aanpak. Rosmalen: E2V2. 
In de brochure een uitvoerige beschrijving van de methodiek, die op de Prinses Julianaschool in Rotterdam-Noord, met subsidie van Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving, met succes werd uitgevoerd. De methodiek, die al in 1989 in het artikel De zondebok in de klas voor het Handboek Leerlingbegeleiding was beschreven, bestaat uit het voor leerlingen van groepen 1-3 vaststellen van regels en het door leerlingen van groepen 4-8 en klassen 1-6, met elkaar maken en hanteren van regels. Dit vindt plaats in het kader van een goede normen- en waardenontwikkeling.
06 Meer, B. van der (1995-4). Afname van een anonieme enquête bij de personeelsleden van een school voor basisonderwijs naar de mogelijke ongewenste omgangsvormen tussen leerlingen onderling, leerlingen en leerkrachten, leerkrachten en leerlingen, personeel onderling, tussen school en ouders en tussen ouders en school, plus daaruit voortvloeiende activiteiten. Rosmalen: E2V2.
07 Resultaten van de afname van de enquête naar mogelijke ongewenste omgangsvormen tussen de verschillende schoolgeledingen van een stichting van negen scholen rond Cuijk.
08: Adviezen aan ouders van pesters, Adviezen aan ouders van slachtoffers en Adviezen aan de ouders van de rest van de klas of groep, voor plaatsing van deze producten op het beveiligde intranet van de school voor de ouders van de school.
09 Vijftig vragen van ouders over (een goede aanpak van) pesten plus de antwoorden, eveneens bestemd voor plaatsing ervan op het beveiligde intranet van de ouders van de school.
10 Verzorgen van een lezing voor ouders.  
11 Professionaliseringsactiviteiten voor leerkrachten op een goede curatieve en preventieve aanpak van pesten en op hun taak als groepswerker, in de zin van: weet hebben van en invloed kunnen uitoefenen op groepsdynamische processen.

2 Het probleem wordt structureel aangepakt

De tweede eis is dat pesten structureel wordt aangepakt. Als volgt.
Wanneer mensen - of dit nu klussers in huis, scholen, leidinggevenden in bedrijven, politici, ministers of regeringen zijn – met problemen worden geconfronteerd, worden de problemen in eerste instantie vaak ontkend; als ze niet meer ontkend kunnen worden, pakt men de problemen ad hoc aan; als dat het probleem niet oplost, brengt men een noodverband aan; en, als ook dat niet meer toereikend is, analyseert men het probleem wel, maar meestal onvolledig (2). 
Aangezien in elk stadium niet, niet-planmatig of planmatig wordt gesignaleerd, geanalyseerd, plannen worden opgezet en uitgevoerd en geëvalueerd, beschikken we over een methode om onderwijsproblemen efficiënt aan te pakken en op te lossen, namelijk via de volgende activiteiten: signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren. 
Omdat deze methode de kenmerken van de wetenschappelijke methode vertoont, houdt dit in dat we met signaleren, analyseren, plan opzetten en uitvoeren, evalueren, beschikken over een toepassing van de wetenschappelijke methode op concrete onderwijsproblemen, om welke reden het efficiënter lijkt (toekomstige) leidinggevenden en docenten basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo deze methode te leren toepassen dan hen op te zadelen met de aanpak van afzonderlijke of telkens nieuwe onderwijsproblemen. 
Wanneer deze methodiek wordt toegepast op het pestprobleem, is de conclusie dat bijna alles is ontwikkeld om het probleem effectief aan te pakken en op te lossen. 
Hieronder worden in sommige gevallen nummers genoemd. Ze verwijzen naar de nummers op de website www.pesten.net. Een totaaloverzicht van deze producten is te vinden in de rubriek  Producten, eerste kolom verticaal op www.pesten.net. Als volgt.
- Signaleren: signalen van pesten (012); directe signaleringsmogelijkheden (013); indirecte signaleringsmogelijkheden (014); het focused interview (034); de relatie tussen de resultaten, verkregen met behulp van de sociogrammethode met die van de Schoolvragenlijst, nu SAQI (School Attitude Questionnaire Internet) geheten (085); De Pesttest en andere instrumenten.
- Analyseren: het verklaringsmodel van geweld, zoals opgenomen in het hierboven genoemde School en geweld, oorzaken en aanpak.
- Plan opzetten en uitvoeren: om mijn methode uit te testen en te verbeteren, is een aantal pilotprojecten uitgevoerd. Het overzicht staat, in de rubriek Pilotprojecten, eerste kolom verticaal, op www.pesten.net. 
- Evalueren: binnen deze projecten is tevens een aantal eenvoudige instrumenten ontwikkeld en uitgeprobeerd. Daarnaast zijn twee instrumenten ontwikkeld om op wetenschappelijke basis gegevens over effecten te verkrijgen. Hierdoor wordt het mogelijk om, naast kwalitatieve data, ook kwantitatieve data te verzamelen, met behulp waarvan onderzoek naar de effecten kan worden gedaan.

De structurele aanpak: achtergrondinformatie
Bovengenoemde structurele aanpak van pesten is afkomstig uit:
- Meer, B. van der (1993-4). De Probleemaanpak. Nijmegen: Berkhout BV.
- Meer, B. van der (2012). Geweld als onderwijsprobleem. Rosmalen: E2V2. 

Producten
Voor de structurele aanpak zijn de volgende producten voorhanden:
12 Meer, B. van der (2012). Geweld als onderwijsprobleem. Rosmalen: E2V2.
13 Power point presentatie Signalen, directe en indirecte signaleringsmogelijkheden.
14 Timmermans, G.P.J. (1989). De zondebok in het onderwijs. Scriptie vervaardigd in het kader van de opleiding Pedagogiek MO-B. Sittard: Katholieke Leergangen.
In dit onderzoek werd de sociogrammethode afgenomen, daarna de Schoolvragenlijst, nu SAQI (School Attitude Questionnaire Internet) geheten. Daaruit kwam een groep nooit -, een groep vroeger - en een groep actueel gepeste leerlingen en werd nagegaan wat de scores van de drie groepen op de SVL/SAQI waren. 
15 Meer, B. van der (2000-4). CDROM Sociogrammethode. Rosmalen: E2V2.
16 Meer, B. van der (2000-5). Sociogrammethode, adviezen voor afname en begeleiding. Rosmalen: E2V2.
17 Meer, B. van der (2000-6). CDROM Signaleringsinstrument Risicoleerlingen (SIR). Rosmalen: E2V2.
18 Meer, B. van der (2000-7). Signaleringsinstrument Risicoleerlingen, achtergronden en verantwoording. Rosmalen: E2V2.
19 Davidse, N. & M. van Vreeswijk (2005). Pesten, wat doet het met je zelfbeeld? Deventer: Saxion Hogescholen.
In dit onderzoek, uitgevoerd bij leerlingen van groep 6 van scholen voor basisonderwijs in en rond Arnhem, werd de sociogrammethode gebruikt, met behulp waarvan de sociometrische statustype per leerling werd vastgesteld. De derde activiteit was: de afname van de CBS-K, een zelfbeeldtest.
20 Meer, B. van der (1995-5). Activiteiten om buitensluiten van leerlingen zoveel als mogelijk te voorkomen. Rosmalen: E2V2.

3 De aanpak leidt tot attitudeverandering

En de laatste eis is dat activiteiten om pesten te stoppen zouden moeten resulteren in attitudeverandering. 
Een attitude bestaat uit drie componenten: de cognitieve -, de emotioneel-affectieve - en de conatieve (wils- of streef)component (de bovenste drie knoppen van de website www.pesten.net). En om attituden blijvend te veranderen moeten drie strategieën worden toegepast: de machts- of dwangstrategie, de normatief-heropvoedende strategie en de psychologische mechanismen strategie (de onderste drie knoppen van de site).

De attitudeverandering: achtergrondinformatie
De eis van attitudeverandering is afkomstig uit en beschreven in:
- Meer, B. Van der (1995-2). Attitudeverandering door middel van pestprojecten. In: A. Collot d’Escury-Koenigs, T. Engelen-Snaterse & E. Mackaay-Cramer, Sociale vaardigheidstrainingen voor kinderen, indicaties effecten, knelpunten, pp 263-274. Lisse: Swets en Zeitlinger. 

Producten
Wil men derhalve bestaande attituden blijvend veranderen, dan dient men de beschikking te hebben over zowel producten op de drie componenten als producten op de drie strategieën. Als volgt.
- De op de drie componenten en de drie strategieën ontwikkelde producten zijn – nu nog niet oproepbaar - onder de zes knoppen op de website www.pesten.net geplaatst. Met behulp van de ongeveer 250 op deze site geplaatste producten kunnen scholen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo zelf een goed Beleidsplan psychosociale veiligheid samenstellen. 
- Meer, B. van der (1992). Beleidsplan psychosociale veiligheid. Rosmalen: E2V2.
De eerste versie van het latere Beleidsplan psychosociale veiligheid werd gemaakt voor de landelijke actie tegen pesten, getiteld Pesten, over en uit, welke actie op 2 november 1992 startte. Het initiatief voor deze actie werd genomen door de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs (LOBO, MKO, Ouders en Coo, VOO).
- Deze producten kunnen enerzijds worden geplaatst op de beveiligde intranetten van scholen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo, waarvandaan ze zijn in te zien, maar niet te downloaden en anderzijds op www.expertisecentrumgeweld.nl.

Waarschuwing
Op alle elementen van mijn drie eisen voor een goede aanpak van pesten rust mijn copyright. Het staat anderen derhalve niet vrij onderdelen uit deze aanpak te gebruiken om met behulp daarvan een eigen methode samen te stellen. Deze waarschuwing wordt des te nijpender naarmate scholen zeggen mijn vijfsporenaanpak te volgen, terwijl ze dat aanwijsbaar niet doen. Het gevaar is namelijk niet ondenkbaar dat ik aansprakelijk kan worden gesteld voor een (zelf)moord van een leerling of docent, wanneer een school in haar antipestbeleid heeft opgenomen dat ze uitgaat van mijn vijfsporenaanpak van pesten en dat, ondanks dat, een leerling of docente vanwege pesten door medeleerlingen of collega’s een einde aan zijn of haar leven heeft gemaakt, zoals onlangs Caroline Dijkman. Zij was docente biologie/verzorging aan het Sint Maartenscollege in Maastricht, die – volgens haar man en haar psychiater in het artikel d.d. 12-09-2015 in de Volkskrant – vanwege pesten door haar collega’s een einde aan haar leven had gemaakt. In een interview in Schooljournaal, nummer 14, 19-09-2015, pp 10-12, zei de voorzitter van Limburgs Voortgezet Onderwijs, waartoe het Sint Maartenscollege in Maastricht behoort, namelijk het volgende: 

“Waar ik moeite mee heb is dat wij volgens mij in alles voldoen aan de professionele structuur die we met zijn allen, deels vanuit de wetgeving, deels vanuit de medezeggenschap, hebben voor dit soort situaties op scholen. Er is een vertrouwenspersoon, een bedrijfsarts, bedrijfs- en arbeidshulpverlening en een onafhankelijke klachtencommissie met een volwassen, eerlijke samenstelling.
Door de schrijnendheid van Carolines dood raakt dit allemaal op de achtergrond. En dat terwijl de door haar ingeroepen pestdeskundige Bob van der Meer, volgens mij stelt dat het eerste wat moet worden gedaan om pesten op de werkvloer tegen te gaan is: het aanstellen van een vertrouwenspersoon en onafhankelijke klachtencommissie. Om nou te zeggen dat hun bevindingen niet deugen als de commissie in ons voordeel beslist doet mij vertwijfeld afvragen wat dan wel goed genoeg is? Hoeveel onafhankelijke mediators hadden we dan moeten aanbieden?”

De bedoeling van deze uitspraak is duidelijk: een deskundige, in dit geval ik, wordt verantwoordelijk gesteld voor de zelfmoord vanwege pesten van een docente. Mijn commentaar hierop was onder andere:

“Als de opmerking van de heer Peters, oud-docent van het Sint Maartenscollege, in de Volkskrant, d.d. 12-09-2015, waar is dat Caroline Dijkman door haar collega’s biologie/verzorging was gepest, had ik, wanneer ik door het Sint Maartenscollege in Maastricht als deskundige was geconsulteerd, in overeenstemming met de vele door mij in het onderwijs en in het bedrijfsleven met succes uitgevoerde pilotprojecten, en met behulp van de in een publicatie uit 2000 beschreven methode (bedoeld wordt School en geweld, oorzaken en aanpak, toevoeging bvdm), als advies gegeven tijdens een studiedagdeel voor het hele team een anonieme enquête bij alle personeelsleden af te nemen, om de gegevens, na verwerking van de resultaten, naar het team terug te koppelen. De afname van een dergelijke enquête had eventuele problemen binnen de vakgroep biologie/verzorging van het Sint Maartenscollege boven tafel gebracht, waardoor een eventueel pestprobleem niet (meer) ontkend had kunnen worden; had de directie direct daarop niet alleen adequate maatregelen kunnen, maar ook moeten, treffen en was de situatie niet op een dergelijke desastreuze manier geëscaleerd”.

Met andere woorden, mijn methodiek toepassen zonder aan de door mij gestelde eisen voldoen, legt de verantwoordelijkheid van de aanpak bij degene die zegt mijn aanpak te volgen. Dit geldt niet alleen voor pesten op het werk, maar ook voor pesten op school.

Overdracht van kennis en vaardigheden
Wanneer E2V2 haar kennis en vaardigheden aan andere rechtspersonen overdraagt, zijn zij verplicht te voldoen aan de hierboven gestelde en uitgewerkte eisen. Ze zijn derhalve niet gerechtigd veranderingen in de aanpak aan te brengen of delen uit de aanpak te selecteren noch zijn zij gerechtigd deze kennis en vaardigheden aan derden over te dragen.

Tot slot
In 1984 werd in het blad Thomas, 24, 11/12, pp 211-219, mijn artikel Vergroting van de probleemoplossende en zelf vernieuwende capaciteit van de school door middel van de planmatige aanpak van het zondebokfenomeen geplaatst. Op 18-02-2016, 32 jaar later, heb ik, denk ik, datgene wat ik toen wilde bereiken, bereikt: we hebben (bijna) alles in handen om het probleem pesten goed aan te pakken.

c  Bob van der Meer E2V2 Rosmalen 18-02-2016 Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken www.pesten.net






 
© 2017 Bob van der Meer